Senkele en Lake Awassa

Het typische landschap van Senkele NP

Het typische landschap van Senkele NP

Voordat we onze intrek nemen in ons hotel in Awassa bezoeken we als eerste het Senkele National Park. Het landschap is het typische savanne landschap wat je van de natuurfilms kent, stoffig, kniehoog droog geel gras met zo nu een dan wat struiken of de bekende parasol acacia’s (ik waan me zo weer in Kenia of Tanzania). We hoeven niet ver het park in te rijden of we zien in de verte al een exemplaar van de hoofdattractie van dit park, een Swayne’s hartebeest. Deze soort komt alleen in Ethiopië voor en alleen nog maar in dit park.

Swayne's hartebeest

Swayne’s hartebeest

Even verder zien we over het landschap verspreidt een kudde van zo’n 50 tot 60 dieren. We gaan weer te voet verder om dichterbij te komen. Naast de hartebeesten zien we ook nog enkele Oribi’s (een kleinere antilopensoort) en veel vogels. We zien ook enkele knobbelzwijnen, maar die maken zich snel uit te voeten en verdwijnen in het hoge gras.

 

Knobbelzwijnen in Senkele

Knobbelzwijnen in Senkele

Nu het nog licht is zie je ze wel

Nu het nog licht is zie je ze wel

Het is al donker als we terug in het hotel zijn en we begrijpen nu ook waarom je niet in het donker wilt rijden in Ethiopie. Met al die dieren, kuilen en onverlichte auto’s en ezelskarren is het gevaarlijk manoeuvreren.
Prachtig gelegen aan Lake Awassa ligt het Haile Resort. Dit luxe hotel heeft een wereldberoemde eigenaar, voormalig atleet Haile Gebreselassie, die inmiddels nog twee hotels beheerd, landerijen heeft en naar verluidt ook de importeur van Hyundai in Ethiopië is. We brengen onze laatste twee nachten door in dit prachtige hotel, een verademing ten opzichte van enkele andere hotels in de afgelopen vier weken.

De vissers maken hun netten weer in orde

De vissers maken hun netten weer in orde

In de ochtend van de volgende dag brengen we een bezoek aan de vismarkt bij Lake Awassa. Op de markt verkopen de vissers hun vers gevangen nijltilapia, Afrikaanse meerval of karper. Als ze de netten hebben geleegd, repareren ze hun netten en leggen de netten weer netjes in elkaar om weer te kunnen gaan vissen.

 

 

De vissen worden ter plekke gefileerd

De vissen worden ter plekke gefileerd

Alles wordt gebruikt en verkocht, de goede grotere vis wordt verkocht op het officiële marktdeel, waar ze hem ook meteen voor je fileren als je wil. Op de zwarte markt worden alles restanten en minder grote vis verkocht. Hier worden zelfs de ogen van de vis apart verkocht, er schijnen rijke Ethiopiërs te zijn die de ogen voor hun honden kopen. Verderop kookt de Bouillabaisse met hele stukken vis er in. Tientallen Maraboes en pelikanen zwermen om de boten heen om een stuk visafval mee te kunnen pikken.

De maraboes scharrelen voor de restjes

De maraboes scharrelen voor de restjes

Bouiabaisse op de vismarkt

Bouiabaisse op de vismarkt

De markt is enkele kilometers verwijderd van ons hotel en we besluiten om op ons gemak via de paden langs de oever van het meer terug te lopen. Het is heerlijk rustig, iedereen lijkt hier uit te rusten. Nauwelijks verkopers die je lastig vallen, mensen liggen langs de kant te slapen, anderen proberen met een hengel wat vis te vangen en voorbijgangers zeggen vriendelijk hallo.

 

Great egret (grote zilverreiger)

Great egret (grote zilverreiger)

We zien een ontzettende hoeveelheid en variatie in vogels: diverse soorten ijsvogels, reigers, ibissen, maraboes, pelikanen, hamerhoofden, Silvery-cheeked hornbills (zilveroorneushoornvogel), verschillende steltlopers als de African jacana (lelieloper) en plevieren en boven ons schalt regelmatig de schreeuw van de visarend. Uren later komen we pas in het hotel aan, het was gewoon genieten geblazen. De rest van de middag genieten we van de rust aan het meer. Tegen het einde van de middag zien we een eenzaam nijlpaard heel voorzichtig het riet nabij het hotel naderen. Overdag worden de nijlpaarden hier weggejaagd vanwege het eventuele gevaar, maar tegen de schemering aan laten ze de dieren met rust. Telkens weer duikt hij snel onder nadat hij alleen kort ophoog komt om adem te halen. Hoe donkerder het wordt hoe meer het nijlpaard zich laat zien en als het al behoorlijk donker is, zit het dier ongegeneerd te grazen…

Pied kingfisher (bonte ijsvogel)

Pied kingfisher (bonte ijsvogel)

Het nijlpaard bij het resort

Het nijlpaard bij het resort

Het Haile Resort en vooral Lake Awassa was een heerlijke afsluiter van onze laatste dagen in het zuiden. Nu weer terug richting Addis Abeba om in de avond het vliegtuig te pakken naar ons koude landje…

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Yirgalem

Het stof komt je tegemoet...

Het stof komt je tegemoet…

Waar je normaal zou verwachten dat je vanuit het droge en dorre zuiden naar het groenere midden van het land reist, hebben we nu de omgekeerde situatie, vanuit het natte zuiden rijden we noordwaarts waar de stof ons tegemoet komt. We komen in het gebied van de Sidama. De Sidama is met bijna 4 miljoen mensen één van de grotere bevolkingsgroepen van Ethiopië. De meerderheid is protestant en ze leven voornamelijk van de landbouw en veeteelt, veelal verbouwen ze Ensete (de valse banaan) voor voedsel en is de kwalitatief goede “Ethiopia Sidamo” koffie de belangrijkste inkomstenbron (o.a. bij Starbucks verkrijgbaar).

Onze eigen tukul

Onze eigen tukul

Na een lange rit over slechte wegen komen we aan bij de Aregash lodge in Yirgalem. Het is een prachtige lodge gelegen tegen een heuvel waar we overnachten in traditionele, prachtige tukuls in de stijl van een Sidama dorp. Alvorens we echter van onze nachtrust kunnen genieten gaan we tegen de zonsondergang de koffieceremonie doen. Bunna (koffie) is de nationale drank van Ethiopië en staat voor gastvrijheid. Het bereiden en serveren van koffie is een sociale en culturele traditie in Ethiopië. Het is een moment van bezinning en rust nemen en tijd te nemen om met je vrienden te praten. Een échte ceremonie duurt minimaal anderhalf uur.

De koffieceremonie

De koffieceremonie

Op de grond worden gras en bloemen gelegd. De ruwe koffiebonen worden in een pannetje op een houtvuur geroosterd. Wanneer de koffiebonen kleur krijgen loopt de gastvrouw langs alle gasten om de heerlijke geur van de koffie te laten ruiken. Vaak gebeurt dit met ondersteuning van wierook. Je kunt dan ook een boon nemen om te proeven. Met een vijzel worden de bonen nu vermalen en steeds voorzichtig met kleine hoeveelheden in een koffiepot gegoten, die inmiddels op het houtskoolvuur staat. In drie rondes wordt nu de koffie geserveerd. In de eerste ronde, de “abol”, is de koffie erg sterk. Tijdens de tweede ronde, de “tona”, is de koffie op normale sterkte en tijdens de laatste ronde, de “baraka”, is de koffie slap. Over het algemeen drinken de Ethiopiërs hun koffie met veel suiker. Het is trouwens een belediging als je de ceremonie niet helemaal uitzit.

Colobusaap met jong

Colobusaap met jong

Maar vervelen hoeven we ons niet, de ceremonie is nabij een open plek in het bos en we zien langzaam aan steeds meer gieren zich in de buurt van onze plek verzamelen, ook zien we een aantal colobus apen die aan de andere kant met veel lawaai door de bomen zwaaien. Helaas mogen we niet dichterbij lopen, maar dat heeft een goede reden. Nu de schemering vol aan de gang horen we langzaam hier en daar gehuil. Zeer schuw en langzaam aan tonen zich aan de rand van de open plek enkele gevlekte (of spotted) hyenas, de grootste, agressiefste en de luidruchtigste hyenasoort. De lodge legt elke avond enkele botten neer waar zowel de gieren als de hyena’s graag een hapje van eten. De kaken van een gevlekte hyena zijn één van de krachtigste van het dierenrijk en kunnen moeiteloos botten kraken om aan het beenmerg te komen. Zodra iemand bij de koffieceremonie een geluid maakt rennen ze echter weer schuchter weg. Maar dat is maar tijdelijk. Deze hyena’s zijn nachtdieren en hoe donkerder het wordt, hoe beter ze zien en hoe meer ze durven. Fotograferen heeft al snel geen zin meer en we bekijken hoe de groep hyena’s het kleine aantal botten weg schrokt totdat het niet meer dan schimmen in het duister zijn…

Een traditioneel Sidama huis

Een traditioneel Sidama huis

Na een heerlijke nachtrust ontwaken we met vervet monkeys bij onze prachtige tukul. We maken een wandeling in de omgeving en bezoeken het aangrenzende Sidama dorp. Nabij de lodge zien we meteen een hyena hol. Die schijnt van een andere hyena groep te zijn dan de hyenas die we gisteren zagen. Overal waar we komen begroeten ons mensen en soms blijven we handen schudden. De meeste huizen zijn nog traditioneel en volledig gemaakt van bamboe, enkele hebben inmiddels beschilderde muren. We zien ook wel vaker stenen graven van overleden familieleden op het erf staan.

De plaatselijke snoepverkoper

De plaatselijke snoepverkoper

Via een pad omlaag steken we (na eerst weer een hoop handen te hebben geschud) via een boomstam een klein riviertje over en lopen we via een glooiend landschap verder langs de erven van de inwoners. Onderweg zien we veel vogels en hoog in een kale boom zien we colobus apen zitten. We nemen onze tijd om de prachtige dieren te bewonderen en genieten van de soepelheid waarmee de dieren door de bomen slingeren. Via weer een boomstam steken we het riviertje weer over en lopen slingerend weer terug omhoog naar onze lodge.

Iedereen begroet ons vriendelijk

Iedereen begroet ons vriendelijk

Aangezien we na de ochtendwandeling nog de hele middag hebben, besluiten we in het begin van de middag er nog eens op uit te gaan. We lopen tussen de koffieplanten door naar beneden en volgen enkele paden. Onderweg komt ons een oudere man tegemoet die ons begroet. Hij wenkt ons dat we hem moeten volgen. We volgen hem en hij brengt ons omlaag en toont ons een stuk van de rivier en probeert ons iets te vertellen. Helaas verstaan we geen Sidaamu Afoo, de taal van de Sidama (of was het Amhaars?), maar met wat handgebaren proberen we toch te begrijpen wat hij bedoeld.

De man brengt ons naar de ingang van de grot

De man brengt ons naar de ingang van de grot

We lopen verder en komen bij een iets verscholen ingang van een grot uit. Hij neemt ons mee naar binnen en na wat kruipwerk zitten we in de kleine grot en zien dat er meerdere gangen verder de heuvel in gaan. Weer probeert hij ons iets te vertellen, helaas begrijpen we niet wat hij zegt. Na het bezoek brengt hij ons weer terug naar boven en we bedanken de man hartelijk. Het is geweldig dat mensen spontaan iets willen laten zien van hun omgeving. Achteraf horen we van de eigenaar van de lodge dat de grot schijnbaar tijdens de Tweede Italiaans-Ethiopische Oorlog vijf maanden door een dochter van Haile Selassie gebruikt werd om zich te verbergen voor de Italiaans troepen en de mosterdgas aanvallen. De rest van de middag relaxen we op de mooie lodge en wachten, terwijl de vogels en vlinders om ons heen vliegen, op de volgende koffieceremonie en de volgende ontmoeting met de hyenas.

Vervet monkeys

Vervet monkeys

Ik vertrek al wat eerder richting de koffieceremonie om te kijken of de gieren zich al laten zien. Terwijl het inmiddels al schemert komt Jacqueline pas aanzetten, ze werd opgehouden door een groep vervet monkeys, die rollebollend over elkaar heen minutenlang zaten te spelen. We genieten nogmaals van de hyenas onder het genot van de heerlijke Ethiopisch koffie en slapen heerlijk de laatste nacht in deze prachtige lodge, om zo nu en dan wakker gemaakt te worden door een schreeuwende groep apen…

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Another day in paradise

Kleurrijk gekleed

Kleurrijk gekleed

Onze laatste dag in het zuiden bezoeken we natuurlijk nog een stam: de Borana. Geen blote vrouwen met geitenleren rokken, maar zeer kleurrijk geklede vrouwen (en mannen) met nog wel prachtige kraalkettingen met kleurrijke motieven. Hier overheerst het moslimgeloof, wat te zien is aan alle hoofddoeken. Ook deze stam leeft van de veeteelt. Zij hebben ook vaak kamelen. Die worden hier gehouden voor hun vlees en de melk, niet als lastdieren!

 

 

In een huis van de Borana

In een huis van de Borana

Houten voorraadpotten en ceremoniële kledingstukken

Houten voorraadpotten en ceremoniële kledingstukken

De Borana

De Borana

We bezoeken een Boranadorp. Ze hebben prachtige hutten die uit meerder gedeeltes bestaan, het is net of er een grote is en er een aantal kleinere tegenaan staan. De vrouwen bouwen hier de hutten. We mogen bij een huis op visite om het van binnen te zien. In het voorste deel staat het bed gemaakt van houten stammen bespannen met geitenvellen en bevindt zich de kookplaats. In het achterste deel wordt de voorraad bewaard. Er hangen een aantal grote houten voorraadpotten, versierd met schelpjes, waarin melk bewaard wordt en ceremoniële kledingstukken.

 

 

Gerenoek

Gerenoek

 

We zitten in een savanne hoogland gebied waar we het geluk hebben om gerenoeks, Somalische struisvogels, Thomson gazelles en bijzondere vogels te zien. De Borana hebben geleerd om dieren en de natuur  te respecteren en stropen ze daarom niet.
We brengen even een bezoek aan de 200 meter diepe El Sod krater. Vijftien dagen per maand wordt er zwart zout, kristalzout en wit zout gewonnen uit het meer. Het zout ligt aan de oever in kegelvormige stapels te drogen en wordt met ezels omhoog gebracht.

 

Singing wells

Singing wells

Een andere bezienswaardigheid in dit gebied zijn de Singing Wells. Deze waterput is bereikbaar door een met de hand uitgegraven kloof in te lopen. De aarde bestaat hier uit droog wit stof/zand, het stuift ontzettend!  In de droge periode halen de bewoners hier via een menselijke ketting al zingend (om het tempo aan te geven) het water uit een put van zo’n 20-50 meter diep naar een bassin. Nu is de droogte nog niet op zijn hoogtepunt en staat het water in de put nog vrij hoof. 3 Mannen, die op boomstammen boven elkaar staan, geven het water steeds hoger door. Boven komt het in een soort bekken. Dit ging steeds in een vloeiende beweging. Via de kloof wordt het vee omlaag gedreven om uit het bassin te drinken.

Burchell's zebra

Burchell’s zebra

Onze laatste attractie is het Yabello National Park. Er waren ooit twee hoofdwegen door het park, maar één daarvan is opgegeven ten behoeve van de Chinese expansiedrift. Nu rest ons een zandweg vol holen en gaten. Na ongeveer een kilometer spotten we al onze eerste Thomson gazelles en een Grant gazelle. Niet veel verder zien we een groep Burchell’s zebra’s. We stappen uit maar de gazelles zijn schichtig en laten zich niet makkelijk fotograferen. We zetten te voet de achtervolging op de zebra’s in. Het lukt ons om deze toch wel grote groep tot op een vijftig tal meters te benaderen. We hebben ruim de tijd om van de Burchell’s zebra’s te genieten.

Abyssinian ground hornbill

Abyssinian ground hornbill

Als we terug lopen naar de auto’s staat de lunch al klaar en hebben we de eerste groepspicknick van de vakantie. Zittend in het zonnetje genieten we van het ver uitzicht op de zebra’s alvorens de weg naar de parkgrens te vervolgen. Dat lukt echter niet, de weg wordt slechter en slechter en nog voor het einde verspert een diep weggezakte lokale bus de weg. Tijd om terug te keren.

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

De Aari en de Mursi

Een Aari vrouw boetseert een schaal

Een Aari vrouw boetseert een schaal

We verlaten het gebied van de Hamar, Banna en Tsemay en gaan op weg naar Jinka. We komen bij het Mago National Park in het gebied van de Aari en de Mursi.  Als eerste brengen we een bezoek aan de Aari stam. Deze stam is het meest “verwesterd”, de meeste mensen dragen tegenwoordig t-shirts en broeken. Vanwege de vruchtbaarheid van het gebied waarin ze leven verbouwen de Aari granen, koffie, fruit en honing en bezitten ze grotere kuddes. Ook zijn de Aari bekend vanwege hun kleipotten. Tijdens ons bezoek zien we hoe een vrouw een schaal boetseert en zien we een smid een handwerktuig smeden.

De traditionele kleding is er niet meer

De traditionele kleding is er niet meer

 

Traditioneel kleedden de Aari vrouwen zich in rokken van bananenbladeren en dragen de Aari veel juwelen en piercings in hun oren. Ook droegen ze veel kettingen om hun polsen en middel. Ook hier voel je weer kleine kinderhanden die aarzelend en verlegen onze handen proberen vast te houden en voor je het weet loop je spontaan met ze te jonassen, het blijft gewoon leuk…

 

 

Het Mursi dorp

Het Mursi dorp

De volgende ochtend brengen we een bezoek aan een dorp van de Mursi stam, die in één van de meest geïsoleerde gebieden van het Mago park (en Ethiopië) leven. De stam telt nog maar zo’n 7500 mensen en leeft voornamelijk van de veeteelt en verbouwt enkele gewassen langs de oevers van de Omo rivier.

 

 

Een Mursi vrouw

Een Mursi vrouw

De Mursi zijn de meest bekende stam van de Omo vallei. De vrouwen zijn beroemd vanwege hun schotellippen. Op hun 15de of 16de krijgen de meisjes een snee in hun onderlip. Eerst stopt men er een houten stokje door en daarna verschillende houten of kleischijfjes totdat de gewenste opening is verkregen. Ook worden de twee middelste tanden uit de onderkaak getrokken. De vrouw draagt de schijf tot de menopauze of totdat men vindt dat ze voldoende kinderen heeft gekregen. Hoe groter de schotel hoe groter de bruidsschat die er uiteindelijk moet worden betaald. Zo’n bruidsschat bestaat uit een hoeveelheid runderen en geiten en een vuurwapen. Oorspronkelijk zou dit gebruik zijn ontstaan om te voorkomen dat de vrouwen door slavenhandelaars werden ontvoerd. Tegenwoordig is het dus een soort “schoonheidsideaal” bij de Mursi. De lipschotels worden trouwens niet vaak gedragen omdat ze zwaar en natuurlijk oncomfortabel voor de vrouwen zijn. De versiering van de oren begint al jonger en heeft hetzelfde principe als de lip. Ook de oorlel wordt uitgerekt tot er een kleischotel in past. De vrouwen hebben over het algemeen een kaal hoofd of in motieven gesneden gemillimeterd haar wat ze met scheermesjes bijhouden.

Een Mursi man

Een Mursi man

 

De mannen schilderen hun lichaam en gezicht wit en versieren hun lichaam met littekens om aan te geven dat ze vijanden hebben gedood. De Mursi staan bekend als onvriendelijk, agressief en vijandig ten opzichte van andere stammen en zijn eigenlijk maar “bevriend” met één andere stam: de Suri. De toeristen accepteren ze enigszins omdat dit ook voor hun tegenwoordig een belangrijke inkomstenbron is. Maar het is nog steeds verstandig om ze in de ochtend te bezoeken als ze nog goede zin hebben, want ook hier heeft elke krijger (en zelfs sommige vrouwen) een kalasjnikov.

 

Een Mursi vrouw zonder haar schotel in de onderlip

Een Mursi vrouw zonder haar schotel in de onderlip

Als we aankomen regent het en wachten we totdat de regen ophoudt. De stamleden schuilen onder een grote boom of in hun hutten. We zien hier net als bij veel andere stammen voornamelijk de vrouwen in het dorp, de mannen zijn onderweg met hun vee. De aanwezige stamleden drommen om je heen en vragen steevast of je niet een foto van hun maakt (“Hey you! Photo, 5 birr!”). Als je dan zegt dat je geen foto’s maakt, dan wijzen ze naar je foto-tas. Het is moeilijk om echt contact te maken met de stammen, zelfs als je geen foto’s maakt. Met een beetje gek doen lukt het wel iets, maar de andere toeristen die foto’s maken (en dus birrs in het laadje brengen) blijven toch interessanter…

 

 

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Arbore, Daasanech en Hamar; over koeienhuiden en bull jumps…

De Turmi rivier

De Turmi rivier

Na ons bezoek aan Konso trekken we verder de Omo vallei in. Helaas gaat een bezoek aan de Karoo niet door. Door de regen is de weg te slecht om het Karoo dorp te bereiken.
Normaal eindigen in november de korte regens. Maar de regens vallen nog steeds in alle heftigheid. We hadden al de hele nacht regen en op weg naar onze campingplaats in Turmi barsten de buien los. Het lijkt wel een complete wolkbreuk die over ons heen komt.
De omgeving veranderd in een grauwwitte waas, het zicht is minder dan 50 meter en Atnafu onze chauffeur moet zich inspannen om alle te laat zichtbare kuilen en gaten in de niet verharde weg te ontwijken. Maar na ruim een uur klaart het op en wordt het langzaam droog. Een half uur later komen we aan in Turmi. Hier heeft het niet geregend! We worden op de camping ontvangen door een Hamar vrouw. De camping ligt aan een hele brede rivier. Een compleet droge rivier! Maar daar komt snel een einde aan. Een van de jeepchauffeurs voorspelt dat deze rivier binnen het kwartier gevuld wordt. En hij krijgt gelijk. We zien over de bijna volle breedte van de rivier een grote modderige golf aankomen en in no time is de twintig tot dertig meter brede rivierbedding gevuld met kolkend water. Pech voor een groep Hamar vrouwen die nu niet naar huis kunnen omdat de rivier te wild stroomt.

Het kloppend hart van dit gebied is dus de Omo-rivier. Deze ontspringt in de bergen in het zuidelijke deel van Ethiopië. Via uitgestrekte savannes en de woestijn eindigt hij zo’n 1.000 kilometer verder in het Turkanameer in Kenia. Deze rivier bereikt dus nooit de zee. Het stroomgebied van de Omo-vallei is bijzonder vruchtbaar. Met als gevolg dat hier op een klein stuk land relatief veel gewassen (kunnen) groeien. Hier leven verschillende oerstammen. Deze stammen kleden zich nog in dierenvellen, gedecoreerd me schelpen of kralen, hun haardos gedecoreerd met rode oker en kleikappen. Bij Turmi zijn dat de Banna en de Hamar.

De Arbore

De Arbore

Onderweg naar Turmi bezochten we eerst de Arbore (Erbore) stam. Via zandwegen rijden we ruim een uur over een zandweg steeds verder de ruige savanne in. En dan net als je het niet meer verwacht komen we aan bij het Erbore dorp. De stam leeft heel geïsoleerd en heeft nog nauwelijks contact met de moderne wereld. Er zijn nog maar ongeveer 4.500 Erbore over. Ze wonen tussen de plaatsen Turmi en Weyto. Het gebied van de Erbore grenst aan dat van de Hamar, maar die stam heeft nog 60.000 leden.

 

Jacqueline met een Arbore man

Jacqueline met een Arbore man

De Erbore werden vaak in de pan gehakt door de Hamar en hebben zich teruggetrokken in twee dorpen die dicht bij een politiepost en administratief centrum liggen. Hier zijn ze veilig voor de Hamar.
De Erbore onderscheiden zich door hun sieraden, bijzonder zijn de aluminium ‘horlogeband-achtige’ kettingen. We kopen bij deze stam als groep het foto’s maken af voor een vast bedrag. Maar dat werkt niet echt. Veel vrouwen en kinderen weigeren foto’s, duiken weg of vragen toch om geld. De meeste mannen niet. Een enkeling heeft er zelfs zichtbaar plezier in. Eén man wil graag met mij op de foto en daarna nodigt hij ook zijn vrouw uit om vereeuwigd te worden. Na een klein uur verlieten we de stam weer en vervolgden onze reis naar Turmi.

Bij de Daasanech

Bij de Daasanech

In de omgeving van Turmi wonen de trotse en vriendelijke Hamar. De vrouwen lopen in met kralen en kauri-schelpen versierde geitenvellen en hebben hun haar in kleine vlechtjes. Ze dragen metalen banden om hun armen, benen en nek en hebben vaak littekenweefsel als versiering op buik en schouders. Nou ja versiering… De mannen scheren hun haar in uitzonderlijke kapsels, doen er klei in, verven dit met beige en oranje kleuren en stoppen er struisvogelveren in.
Bij Turmi kamperen we dus twee nachten in tenten op een camping langs de rivierbedding.

Via een gammele boomstam oversteken...

Via een gammele boomstam oversteken…

De volgende dag staan we weer vroeg op omdat we de Daasanech ofwel Geleb stam gaan bezoeken die op bijna twee uur rijden, vlakbij de Keniaanse grens wonen. Onderweg zien we metershoge termietenheuvels en acaciastruiken tot aan de horizon. We zien een groep apen in een boom maar ook veel gieren en roofvogels.
Bij Omorate mogen we pas na pascontrole de Omo rivier oversteken, we zitten hier dichtbij het drielandenpunt Zuid-Soedan, Kenia en Ethiopië. Per vier steken we in boomstamkano’s het water over.

 

 

De kindjes laten je niet los...

De kindjes laten je niet los…

De Daasanech kleden zich ook nog in dierenvellen gedecoreerd met schelpen en kralen. We hebben wederom een gids mee die ons van alles verteld over de leefwijze en die al te opdringerige stamleden op een afstand houdt. Desondanks heb ik binnen no time aan iedere kant 3 of vier kinderen die mijn hand vast willen houden. Beetje lastig fotograferen maar wel vertederend.
De iglo vormige hutten zijn opgebouwd met allerlei materialen. Natuurlijke materialen maar ook plastic en stukken ijzer worden gebruikt. De Daasanech leefden vroeger hoofdzakelijk van hun vee. Maar omdat hen heel veel land onteigend is in de laatste 50 jaar leven ze nu ook van wat landbouwproducten als pompoenen, bonen, mais en sorghum. Bij meisjes wordt de clitoris verwijderd en ook jongens worden besneden.

Een oudere Daasenech vrouw

Een oudere Daasenech vrouw

Vrouwen dragen een geplooide koeienhuidrok, kettingen en armbanden, meestal worden zij rond 17-jarige leeftijd uitgehuwelijkt. De mannen dragen een geruite doek om hun taille en trouwen rond hun 20ste jaar. Als je als meisje niet besneden bent dan ben je een dier en mag je geen kleding dragen of trouwen.
De Daasanech staan bekend om hun creativiteit bij het bedenken van opsmuk. Een jong meisje droeg een hoofddeksel dat met tientallen kroonkurken en patroonhulzen versierd was. Al gauw verschenen er meerdere vrouwen met de meest fascinerende versieringen in het haar die – behalve uit kroonkurken – ook uit horlogebandjes, sleutels, deksels van blikjes, plastic doppen en veren bestonden.

Even gezellig bijpraten...

Even gezellig bijpraten…

Het is nog geen middag als we weer terug zijn op de camping. Ook hier beginnen markten pas in de middag vanwege de afstanden die sommige stammen moeten lopen met hun waren. Dus hebben we tijd voor een vroege lunch.
De markt is weer heel leuk maar ik heb nog moeite om de Banna van de Hamar te onderscheiden. Ze lijken erg op elkaar. Op de markt wisselen geiten, onbewerkte honing, allerlei soorten bonen, rauwe boter, geurige kruiden, zure lokale yoghurt, tella (lokaal bier), tabak en gebruiksvoorwerpen van eigenaar en worden de laatste nieuwtjes besproken. Ook zit er kennelijk een kapper want we zien een groepje vrouwen die midden op het plein bezig zijn met het insmeren van het haar met klei. Later komen we die vrouwen tegen bij de bull jump ceremonie. Groenten en fruit zijn in dit droge gebied niet of nauwelijks te vinden.

Een vriendelijke man op de markt

Een vriendelijke man op de markt

De Hamar-bevolking woont in spitsvormige hutten die gemaakt zijn van gevlochten takken. Het zijn half nomadische veetelers. In het leven van de Hamar draait alles om het vee. De status en de rijkdom van een man wordt afgemeten aan de grote van zijn veestapel. Het vee wordt niet verkocht om te eten, omdat dit de status van de man zou schaden. Er wordt op kleine schaal sorghum verbouwd, een gewas dat op mais lijkt, maar een pluim in plaats van een kolf met zaadkorrels heeft. Het uiterlijk is zeer belangrijk voor de Hamar. Ze vallen op door hun kleding, haardracht en lichaam versiering. Zowel de man als vrouw besteedt veel aandacht aan het uiterlijk.

 

Hamar vrouwen op de markt

Hamar vrouwen op de markt

De Hamar mannen zijn dikwijls getooid met een ingewikkeld en kunstig kleikapsel. Het haar wordt in twee gedeelten, in het verlengde van de ooglijn, opgemaakt. Met behulp van een speciaal houten kammetje wordt laagje voor laagje bestreken met klei. De laagjes worden in verschillende richtingen aangebracht zodat er een dikke dot op het achterhoofd ontstaat. Vervolgens wordt er kruiselings stukken been in het kapsel geplaatst. Daarna wordt het voorste gedeelte behandeld. Deze laag is dunner omdat het haar daar korter wordt gehouden. In het achterste gedeelte worden gaatjes gemaakt om nadien versierselen in te steken zoals een struisvogelveer, houten stokjes of stukjes been. De randen van het kleikapsel worden rood gemaakt. Het kapsel is voorbehouden aan getrouwde mannen, hoewel er bij sommige stammen de jongere mannen om toestemming kunnen vragen om een kleikapsel te dragen. Daar staat dan wel een gift of het slachten van een geit of schaap tegenover. Om het kapsel te beschermen tijdens het slapen (de klei kan barsten, breken) gebruiken ze een neksteun, die overdag dienst doet als stoeltje.
Neksteun, mes en Kalasjnikov zijn onmisbare attributen van de gerespecteerde man. De mannen zijn ijdel en ontzettend trots op hun kapsel.
Uiterlijk zijn er veel overeenkomsten tussen de Banna en de Hamar stam. Hamar vrouwen dragen soms een metalen plaat op hun voorhoofd, wat bij de Bana stam niet voorkomt. Verder worden er meer gele en rode kralen in de kettingen gebruikt, hoewel die bij de Banna ook wel eens voorkomen. De Hamar hebben echter nooit blauwe kralen, de Banna wel.

De bull jump

Dansend, toeterend en zingend

Dansend, toeterend en zingend

De Hamar staan bekend om hun koeienspring ritueel. Wanneer een jonge man een bepaalde leeftijd bereikt dient hij dit ritueel te ondergaan om volwassen te worden. Dat geeft hem vervolgens het recht om te trouwen, vee te bezitten, en kinderen te krijgen. Voorafgaand aan de ceremonie wordt er dagenlang feestgevierd. Hierbij wordt er veel gegeten en gedronken, en alles in gereedheid gebracht voor de grote dag.
Als wij arriveren zijn de vrouwen in een soort trance bezig met hun dansen. Ze dragen aan hun onderbenen riemen met grote ijzeren bellen er aan. Samen met het gezang, het handgeklap en hun gestamp zorgt dat voor een oorverdovend lawaai. Ze dansen in groepen in ronde cirkels en springen zo nu en dan naar elkaar toe.

Een Hamar man aanschouwt het gedans en gezang

Een Hamar man aanschouwt het gedans en gezang

Als er bij de rivier een kudde koeien arriveert, is het kennelijk ook het startsein voor een bijzonder ritueel van de vrouwen. Zij spelen een belangrijke rol bij de ceremonie. Om hun toewijding te tonen aan de Hamer jongen die over de stieren springt, laten ze zich ritueel slaan met lange dunne takken. Ze kiezen de takken zelf uit en dagen de mannen (de “Maza”, die de bull jump ooit al eens voltooid hebben) uit het dorp uit om hen daarmee te slaan, door voor hun neus te dansen terwijl ze de takken in zijn hand duwen.

De Hamar man slaat toe

De Hamar man slaat toe

Als ze worden geslagen, laat deze een diepe wond achter op hun rug. De bloederige wonden en de littekens die daarna ontstaan zijn een ere teken, hoe meer littekens hoe hoger het aanzien van de betreffende dame. Om diezelfde reden maken ze de wonden ook extra vuil met as en houtskool om een nog groter litteken te krijgen. Al met al toch een pijnlijke toestand. De vrouwen zijn zeer trots op deze littekens die ze hun leven lang zullen dragen, ze getuigen immers van moed en genegenheid voor de familie. De vrouwen ondergaan de slagen dan ook zonder een krimp te geven. De zweepslagen geven een emotionele band tussen de vrouwen en de man. Door de enorme pijn voor hem te ondergaan, zal de man in slechte tijden ook alles voor hen doen.

De zweepslagen laten hun sporen achter...

De zweepslagen laten hun sporen achter…

Als het eenmaal zover is, dan wordt het hoofd van de jonge man gedeeltelijk kaalgeschoren, en hij wordt met zand gewassen om zijn zonden uit te wissen. Ook wordt hij met koeienstront ingesmeerd om hem kracht te geven. Dan worden uit een kudde koeien 8 stieren uitgezocht die door jonge mannen Ze worden met veel moeite apart in een rij gezet, de zijkanten tegen elkaar. Aan de ene kant worden ze vastgehouden bij de staarten, aan de andere kanten bij de nek of tongen. Zij symboliseren de vrouwen en kinderen van de stam. Door minimaal vier keer op de koeien te springen en er overheen te rennen krijgt hij symbolisch gezag over de vrouwen en kinderen, en is hij daarmee volwassen. Dan is het tijd om te springen. Onze bull jumper weet zelfs een keer of 8 over de koeien te springen. Een mooie prestatie.

De Bull Jump

De Bull Jump

De regels tussen Hamar-man en -vrouw zijn strikt. De vrouwen moeten voor hun trouwen veel seksuele ervaring op doen. Na hun trouwen mogen ze alleen met hun man naar bed. De getrouwde mannen mogen altijd met iedere ongetrouwde vrouwen seks hebben en zij kiezen de vrouwen, die daar niets in te zeggen hebben. Een man mag wel zes of zeven vrouwen hebben. Aan de versieringen van de vrouwen is te zien of ze getrouwd zijn, hoofd- of bijvrouw zijn en of ze rijk zijn. Zowel meisjes als jongens worden besneden als ze jong zijn.

Tjonge, wat hadden wij geluk dat we dit ritueel, dat meestal in de vruchtbare periode kort na de regens plaats vindt, mee mochten maken. Hier geen gezeur om birrs, de Hamar lijken ons niet eens op te merken… Dat dit in deze tijd nog steeds kan!!! De Ethiopische regering heeft geprobeerd dit merkwaardige ritueel te verbieden, met name het met zwepen slaan van de vrouwen, maar dit is dus tot nu toe niet gelukt.
Wat een enerverende dag weer, en het houdt niet op. Morgen vertrekken we naar Jinka voor nog meer stammenbezoeken.

Geplaatst in Ethiopië | 1 reactie

Totempalen en “wolkenkrabbers”

Telkens weer uitwijken voor koeien en geiten

Telkens weer uitwijken voor koeien en geiten

Na nog een laatste vroege ochtendzon met Olive baboons vertrekken we om zeven uur naar Konso. De weg wordt omzoomd met enorme bananenplantages en onze jeeps moeten regelmatig tussen enorme kuddes koeien en geiten door laveren, die door de veehoudende stammen naar de veemarkten worden gedreven.
De Konso staan bekend om de houten totems die als eerbewijs op graven van ‘helden’ werden geplaatst. De totems symboliseren de held, zijn vrouwen en de gecastreerde vijanden die hij tijdens zijn leven heeft gedood. Hun ommuurde dorpen zijn een doolhof van steegjes, gemeenschapshuizen, tukuls en familie- erfjes.

Jacqueline bij een Konso huis

Jacqueline bij een Konso huis

Wij bezoeken Gamole een met stenen wallen ommuurd dorp. We krijgen een gids mee die ons uitleg geeft en ook de bedelende kinderen wat op afstand probeert te houden. Enerzijds zijn kinderen heel enthousiast en komen op je afrennen uit nieuwsgierigheid, “You, You, You”, maar snel overheerst ook het gebedel om birrs (geld), caramel, pennen etc.
Foto’s maken is moeilijk, de nauwe straatjes geven weinig beeldvlak, de erfjes hebben smalle toegangspoorten en mensen willen meestal niet zonder betaling op de foto. Maar het lukt uiteindelijk toch om een goed beeld te krijgen van de leefwijze van deze stam.

Snel de totems afschermen...

Snel de totems afschermen…

Totempalen zien we niet meer, behalve twee kleine die snel door jongens afgedekt worden.
Kennelijk werden de totempalen veel gestolen vanwege hun authentieke uitstraling en dus hebben ze ze nu in de hutten van Chiefs gezet en/of ondergebracht in een museum.
Dat museum hebben we ’s middags met een klein groepje bezocht. Het was verrassend goed opgezet voor Ethiopische begrippen met grote platen met foto’s en tekst in zowel Amhaars als Engels en een behoorlijk uitgebreide collectie totempalen.

Totems in het museum

Totems in het museum

Totem met speren

Totem met speren

New York canyon

New York canyon

Na de lunch gingen we op weg het prachtige geërodeerde landschap van de Canyon ‘New York’. Deze kloof dankt zijn naam aan een woordspeling. Een Scandinavische priester wilde er een nieuw project opstarten en noemde het new work… de lokale bevolking dacht dat hij New York zei. Maar zo gek is die naam nog niet blijkt als we na de steile afdaling naar de bodem van de canyon naar de hoog boven ons uit torende rotsformaties opkijken. Heet was weer een mooie wandeling!

Remy in de New York canyon

Remy in de New York canyon

Met bepakkingen tot wel 50 kilo uren lopen naar de markt

Met bepakkingen tot wel 50 kilo uren lopen naar de markt

Tot slot brengen we nog een bezoek aan de plaatselijke markt van Woilatta. Van heinde en verre zijn de handelaren komen lopen, soms urenlang. Vandaar ook dat de markten hier pas ’s middags beginnen. In dit dorp komen nauwelijks toeristen en dus worden de rollen omgedraaid. Wij zijn de bezienswaardigheid!!! Terwijl we rondlopen en wat foto’s maken wordt er vaak zachtjes aan mijn arm gevoeld en een enkeling durft zelfs snel van achteren aan mijn haar te voelen alvorens snel weg te lopen en te doen alsof er niets gebeurd is.
Uiteindelijk steek ik mijn armen uit naar een hele schare kinderen en laat ze openlijk voelen tot grote hilariteit. Ze lijken niets te begrijpen van onze witte huidskleur. Grappig!

De sprokkelhout afdeling

De sprokkelhout afdeling

De markt is onderverdeeld in segmenten. Bovenaan de weg zitten de vrouwen met grote bossen sprokkelhout, op het plein staan vrouwen met mais en meel en zitten vrouwen met zeiltjes vol botten (soep?!). Verder door komt de kleding en stoffen markt en zeep- en plastic waren. Aarzelend laten enkele vrouwen toe dat ik ze fotografeer. Breed grijzend als ik ze vervolgens het resultaat laat zien.
Sommige vrouwen lopen je voorbij en willen je graag de hand schudden ter verwelkoming.

Het graan wordt gezeefd

Het graan wordt gezeefd

Een oudere vrouw draait zich zelfs in het voorbij gaan om, pakt mijn hand er geeft er een kus op. Dat ontroerd me enorm en ik weet niet goed wat ik moet doen dan haar grijnzend te groeten. Maar zoveel aandacht is ook best vermoeiend en dus ben ik blij als we de markt weer verlaten en terug gaan naar onze mooie Kanta lodge. Morgen weer vroeg op om verder te reizen.

De mannen zitten aan eigengestookte drank

De mannen zitten aan eigengestookte drank

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Op naar de stammen in het zuiden

Na het nogal orthodoxe noorden waarin een hoofdrol was weggelegd voor kerken en kloosters, rijden we nu via een afwisselende route richting het zuiden dat totaal anders is dan het noorden. Omdat de wegen in het zuiden soms slecht begaanbaar zijn, gaan we op pad met terreinwagens. Het met eucalyptusbomen en dennen bezaaide hoogland rond Addis Abeba maakt plaats voor een heuvelachtig landschap met acacia’s, uitgestrekte meren en kleine dorpjes met steeds meer moskeeën die soms broederlijk naast of tegenover een kerkje staan. Ethiopiërs zijn heel verdraagzaam t.o.v. andere geloofsovertuigingen.
Op mijn verzoek stoppen we even voor wat foto’s van hutten en mensen van deze toch weer andere bevolkingsgroep: de Alaba.

Olive Babboons

Olive Babboons

Moeder met jong

Moeder met jong

Opwarmen in de ochtendzon

Opwarmen in de ochtendzon

Ik had vandaag al een zware rit verwacht maar het asfalt ligt tegenwoordig al tot ver in het zuiden. Hier en daar afgewisseld met grindwegen. De terreinwagens moeten echt werken als we van de hoofdweg afwijken om de stammen te bezoeken die meestal op enkele uren van de hoofdweg verwijderd liggen. Arba Minch, de laatste echte stad voor de bush begint, is prachtig gelegen aan twee meren. Het restaurant van ons hotel heeft een schitterend uitzicht over de meren Abaya en Chamo en wij hebben het geluk een kleine bungalow te krijgen die ook rechtstreeks uitzicht biedt. Dat geluk is compeet als we de volgende ochtend bij het ontwaken een aantal Olive babboons in onze voortuin hebben rondlopen!!!
In eerste instantie sta ik meteen in mijn pyama buiten, maar een aantal groepsgenoten heeft de apen ook ontdekt en dus kleed ik me razendsnel om.
Het is nog vroeg, half zeven, en de bavianen zitten in het tegenlicht. Maar desondanks is het genieten. Een vrouwtje zoogt een baby terwijl een ander kleintje ook om aandacht vraagt en haar speels probeert te verleiden tot een spelletje vangertje met verlos. Pa zit er stoicijns bij en valt ook niet te verleiden dus gaat hij zijn broertje pesten. Die kleine apenkoppen zitten nauwelijks stil terwijl pa en ma langzaam wakker worden in de ochtendzon.

De mannen weven

De mannen weven

Wij hebben deze ochtend een bezoek aan de Dorze stam op het programma staan en dus moet ik me losrukken van het tafereel om nog te ontbijten voordat we vertrekken.
De Dorze komen van oorsprong uit het zuiden van Ethiopië. Nu zijn hun dorpjes te vinden rond de stadjes Arba Minch en Chencha. Het is hier bergachtig gebied, tot een hoogte van wel 4000 meter. Het dorp dat wij bezoeken ligt op zo’n 1800 meter hoogte. De tropische bossen in dit gebied hebben grotendeels plaatsgemaakt voor landbouwgronden. Dit was van oorsprong dan ook de belangrijkste bron van inkomen voor de Dorze.
Vanwege de schaarste van landbouwgrond, is men rond 1900 echter grootschalig overgegaan op weven als bron van inkomsten. Ze zijn nu in heel Ethiopië bekend om hun weeftechniek. De vrouwen spinnen de wol, de mannen weven. Zij zijn ook de vervaardigers van de nationale kledij van Ethiopië, de Shamma, een zeer fijn geweven witte katoenen doek.

Een huis bij de Dorze

Een huis bij de Dorze

Het meest opvallende van een Dorze dorp zijn de hoge hutten, in de vorm van een bijenkorf. De hutten zijn gemaakt van lange bamboepalen. Deze worden stevig in de grond gegraven en bovenaan bij elkaar gebonden. Bamboe is echter gevoelig voor rotten, en bovendien gewild als voedsel voor termieten. Vandaar dat de onderkant van de hutten na verloop van tijd verwijderd wordt. De hut wordt dus iedere keer iets kleiner en verplaats naar een ander plekje. De hutten blijven zo een lange tijd, gemiddeld veertig jaar, in gebruik, totdat ze te klein zijn om nog in te wonen.
Rond de bamboepalen wordt de hut geweven van bamboerepen, en bladeren van de Ensete plant. Deze plant wordt ook wel de valse bananenboom genoemd, omdat hij erg lijkt op een bananenboom, maar geen bananen levert.

Valse banaan schors wordt verwerkt tot brood

Valse banaan schors wordt verwerkt tot brood

Wij krijgen een demonstratie van de veelzijdigheid van de valse bananenboom. Hij levert bouwmateriaal maar ook voedsel. De wortels smaken naar een soort aardappel, en de bladeren worden kleingesneden en gegeten als groente. Vezels van de Entebe worden in elkaar gedraaid en gebruikt als touw en sap uit de stengel wordt tot een pudding gemaakt. Kortom: bijna alles draait om deze belangrijke plant.

Het brood wordt gebakken

Het brood wordt gebakken

Een bezoek aan het lokale schooltje

Een bezoek aan het lokale schooltje

Er is veel hilariteit vanwege ons bezoek

Er is veel hilariteit vanwege ons bezoek

 

Met kleine bootjes het Chamo lake op

Met kleine bootjes het Chamo lake op

Na onze lunch in dit dorp gaan we ‘s middags met een boot het Chamo lake op. Hierin ligt de krokodillenmarkt, leven kleine groepjes nijlpaarden en zou je veel watervogels kunnen zien.
Krokodillen worden hier niet verhandeld maar het heeft deze naam gekregen omdat er normaal gesproken tientallen grote, tot wel 6 meter lange krokodillen op de zandbanken liggen. Echter heeft het heel erg veel geregend de laatste tijd en dus liggen de zandbanken onder water.

Een krokodil rust uit

Een krokodil rust uit

We zien twee toch wel aardig grote krokodillen gedrapeerd liggen over een rieteilandje dat hun gewicht nauwelijks draagt maar de rest is kennelijk op zoek gegaan naar drogere delen van het meer.
Gelukkig treffen we nog een klein groepje nijlpaarden en zien we purperreigers, pelikanen en zeearenden. Misschien een beetje teleurstellend voor de vogelaars in onze groep maar het was toch een leuk tochtje.

Nijlpaarden

Nijlpaarden

Visarend

Visarend

Geplaatst in Ethiopië | 1 reactie

Lalibela

Jacqueline bij de Bet Giyorgis

Jacqueline bij de Bet Giyorgis

Via een binnenlandse vlucht, waar we een prachtig uitzicht hebben op het Simien gebergte en het ruwe landschap ten oosten ervan, komen we aan in Lalibela. Het stadje Lalibela, vernoemd naar koning Lalibela, ligt op 2480 meter hoogte tussen de bergen van
Lasta. In de middeleeuwen was Lalibela (toen nog Roha genoemd) de hoofdstad van Ethiopië. Lalibela is vooral bekend om zijn beroemde rotskerken, voornamelijk door de manier waarop ze zijn gebouwd. Ze zijn in vulkanisch steen uitgehakt en wel door vanaf de top van het gesteente meters naar beneden te werken. De kerken zijn uitgeroepen tot het achtste wereldwonder (UNESCO).
Daarnaast vind je in Lalibela de Tukul, typische ronde huisjes van twee verdiepingen met een rond puntig rieten dak.

Predikant bij de Bet Mercurios

Predikant bij de Bet Mercurios

Nadat we onze spullen op onze kamer hebben neergezet gaan we meteen op weg naar de hoofdingang om ons entreeticket voor de komende dagen te halen en alvast een deel te verkennen.
Het complex bestaat uit en noordelijk en een zuidelijk deel en in het westen nog en eenzame kerk met in totaal twaalf kerken. De kerken vormen een symbolische voorstelling van het Heilig land. De noordelijke groep kerken staan voor het aardse Jeruzalem en de zuidelijke groep voor de hemel. De Yordanos, die symbool staat voor de Jordaan scheidt de twee gegroepeerde kerken van elkaar.

Schoenen uit voor een bezoek aan de Bet Emanuel

Schoenen uit voor een bezoek aan de Bet Emanuel

We bezoeken als eerste het noordelijke deel. De Bet Medhane Alem is het grootste monolitische gebouw ter wereld en naar verluidt een kopie van de Mariam Zionkerk in Axum (koning Lalibella wilde de Ark des Verbonds van Axum naar Lalibela verhuizen). Het herbergt het Lalibela-kruis. Die krijgen we echter niet te zien, omdat maar een deel van de kerken toegankelijk is.
Bij elke kerk hebben we hetzelfde ritueel, de schoenen uit en je (dubbele paar) sokken over je broekspijpen trekken.

 

 

 

Binnen bij Bet Mariam

Binnen bij Bet Mariam

Bij de meeste kerken loop je binnen over oude tapijten, die niet (nooit?) schoongemaakt worden en waar je de kans loopt om wat vlooienbeten op te lopen. Van binnen zien de kerken er over het algemeen rommelig uit en is er naast wat posters achter plastic weinig te zien. Je moet het hier meer hebben van de bewerkte buitenkanten. Een uitzondering is hier echter de volgende kerk, de Bet Mariam, waarschijnlijk de oudste kerk van het hele complex. Deze heeft nog oude beschilderingen aan het plafond en de gewelven zijn deels mooi bewerkt met symbolen. Er staat midden in de kerk ook nog een pilaar waar koning Lalibela alle geheimen van de kerk heeft laten vastleggen. Natuurlijk is de pilaar afgeschermd met kleedjes. Naast de Bet Mariam bevinden zich nog een twee kappelletjes, de Selassie kapel en de Bet Danaghel. De volgende twee kerken zijn aan elkaar gebouwd.

Een van de apostelen in de Bet Golgotha

Een van de apostelen in de Bet Golgotha

De Bet Mikael (ofwel Debre Sina) en de Bet Golgotha. De laatste is alleen toegankelijk voor mannen en heeft, naast het (niet toegankelijke) graf van koning Lalibella, twaalf levenshoge beelden van de twaalf apostelen. Slecht vier kan ik er zien en twee ervan zijn duidelijk verweerd. De andere twee zijn echter nog goed bewaard gebleven en zijn prachtig. De tombe van Adam completteerd het noordelijke deel.
De eenzame Bet Giyorgis in het westen is wellicht de mooiste om van buiten te zien. Boven op zijn dak is een groot kruis te zien en het is ongetwijfeld de meest gefotografeerde kerk van Lalibela.

 

 

 

Een uitgehakte trappengang

Een uitgehakte trappengang

Aan de andere kant van de Yordanos, waar in de rivier nog het monolitisch kruis staat, komen we in het zuidelijke deel. De Bet Gabriel-Rufael wordt op dit moment gerestaureerd en is niet toegankelijk. De Bet Abba Libanos is de enige kerk de met zijn dak nog aan het gesteente vastzit. We lopen verder en komen aan bij de prachtige Bet Emanuel, die waarschijnlijk heeft gediend als prive kapel voor de koninklijke familie.

 

 

 

 

De trotse predikant van de Bet Emanuel

De trotse predikant van de Bet Emanuel

Een vriendelijke predikant laat ons met trots de binnenkant zien en het is zowaar de meest opgeruimde kerk van binnen. Deze kerk bestaat uit twee verdiepingen met boven alleen een gallerie die via een spiralen trap bereikbaar is.
Wat leuk is aan vooral het zuidelijke deel is dat er allerlei kleine uitgehakte trapjes en gangetjes naar de verschillende kerken leiden. Het is fantastisch om die gangetjes te doorlopen en benieuwd te zijn waar we nu weer terecht komen. Via een van die gangetjes komen we terecht bij de Bet Mercurios. Deze heeft wellicht in het verleden gediend als gevangenis.

Het luik naar de hel

Het luik naar de hel

Bij deze laatste kerk weten we niet hoe we nu verder moeten lopen. Een suppoost wijst ons de weg. Hij loopt naar een houten toegangspoort in de vloer naast de kerk, opent hem, wijst naar beneden en zegt: “No light!”. We klimmen omlaag en schuifelen met de voeten en al voelend met de handen door een compleet donkere gang! Na een tijd ziet Jacqueline wat licht in de verte. We komen uit bij een nis en een brug en zetten onze zoektocht voort. Geweldig!!!
Achteraf horen we dat de tunnel de “hel” heet en dat we daarom geen licht mogen gebruiken. Verderop komen we bij een aantal kleine in de berg gehakte huisjes van de duidelijk minder bedeelde inwoners van Lalibela. We hebben een andere weg terug naar het noordelijke deel ontdekt. Hier zien we scholieren onder een boom zitten die hardop de tafeltjes opzeggen of liederen ten gehoor brengen. We lopen terug naar ons hotel na deze geweldige speurtocht…

Tegemoetkomend verkeer

Tegemoetkomend verkeer

Op de laatste avond dineren we bij Ben Abeba, een restaurant gerund door een Schotse vrouw die getrouwd is met een Ethiopier. Het restaurant is een spectaculair bouwwerk en het uitzicht is wellicht nog spectaculairder. We zien de zon ondergaan over een prachtig landschap. Er wordt een vuurtje gestookt en onder de heldere hemel smikkelen we van de heerlijke shepherd’s pie…

De dikke twee dagen Lalibela waren prachtig, het dorpje oogt wellicht minder dan Axum, maar is toch leuk en het struinen door de gangetjes bij de kerken is gewoonweg geweldig!

Bet Giyorgis

Bet Giyorgis

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Eindelijk weer internet…

Na anderhalve week hebben we de eindelijk weer eens werkend internet. We hebben vier dagen lang geprobeerd om enkele mensen een vakantie kaartje te sturen, maar dat is dus niet gelukt…

Sorry, aangezien we over twee dagen alweer huiswaarts keren moeten jullie het dit keer zonder kaartje doen…

Geplaatst in Ethiopië | Een reactie plaatsen

Axum

Onderweg naar Axum

Onderweg naar Axum

De weg van Debark naar Axum is een slingerpad van 9 uur vanaf bijna 3000 meter hoogte naar het dal van de Tekeze rivier. Onderweg zien we prachtige vergezichten. Axum, liggend op 2130 meter hoogte, is voor het Ethiopisch-orthodox geloof een heilige stad. Hier ligt volgens de Ethiopische overlevering de Ark des Verbonds opgebaard naast de Mariam Zion kerk. Daarnaast was het vroeger de hoofdstad van een groot koninkrijk met een bloeiende beschaving. Van zo’n 400 voor Christus tot in de 10de eeuw was het koninkrijk van Axum een sterke handelsnatie en had zelfs zijn eigen geschreven taal, het Ge’ez.
De meerderheid van de bevolking is van de Tigray, een bevolkingsgroep die bestaat uit vier verschillende stammen. Zowel de haardracht als hun tatoeages zijn kenmerkend. Midden op hun voorhoofd hebben ze een kruis getatoeëerd en soms aan de zijkanten van hun gezicht een streepje op hun slapen en wangen. Helaas (het westerse schoonheidsideaal is hier waarschijnlijk de oorzaak van) zie je steeds minder vrouwen met deze tatoeages.

Lioness of Gobedra

Lioness of Gobedra

We beginnen onze tour met een bezoek aan de Lioness of Gobedra, een afbeelding van een leeuw in de rotsen net buiten Axum. De legende verteld dat aartsengel Michael door een leeuw werd aangevallen en dat Michael de aanval zo hard afweerde dat de leeuw tegen de rotsen werd geworpen zodat er een afdruk op de rots vormde.

 

De waren worden op een rijtje gezet

De waren worden op een rijtje gezet

Sommigen verkopen maar een paar eieren

Sommigen verkopen maar een paar eieren

We bezoeken de ruines van het paleis van de koningin van Sheba en bezoeken daarna de wekelijkse dierenmarkt. Koeien, geiten, schapen en geiten worden verhandeld op een groot ommuurd plein. Ook zien we een enkele kameel. De kopers inspecteren de dieren grondig en er wordt druk onderhandeld.
Van de dierenmarkt rijden we door naar de gewone markt. Het is een drukte van jewelste, hier verkopers met maar een paar eieren, daar verkopers met tientallen eieren of granen, honing, kleding, ploegen, kippen, noem maar op. Niet iedereen wil gefotografeerd worden, de mannen hebben er over het algemeen geen probleem mee, de vrouwen wat meer.

 

 

 

Stelae veld

Stelae veld

Als laatste bezoeken we in de ochtend nog het stelae veld. Hier staan meerdere steles, een soort obelisk, daterend van 5000 BC tot 300 AD, die waarschijnlijk dienden als grafmarkeringen. De grootste is 33 meter hoog, bijna 4 meter breed en weegt zo’n slordige 520 ton. Onder de steles bevinden zich graftombes. We bekijken het aangrenzende museum, die voor Ethiopische begrippen zeer mooi is.

 

Na een paar heerlijke pizza’s, de Italianen hebben toch ook wel wat positieve dingen gedaan tijdens de korte bezetting, gaan we met een tuktuk verder naar het bad van Sheba. Het is eigenlijk een bassin waar het water geneeskrachtig zou zijn. De Italianen hebben er helaas een betonnen blok van gemaakt.

Ezana steen

Ezana steen

Enkele tientallen jaren geleden ontdekten enkele boeren op hun land de Ezana steen. Een grote rechthoekige steen die, net als de steen van Rosetta, in drie talen (Grieks, Ge’ez en Sabaean (Zuid-Arabisch)) de overwinningen van koning Ezana uit de 4de eeuw beschrijft, samen met dankzeggingen aan God.
Even verderop op een heuvel liggen de tombes van Kaleb en Gebre Meskel. Het licht doet het niet, dus behelpen we ons met wat hoofdlampjes en telefoons.

We gaan weer terug met de tuktuk naar het stelae veld en stappen uit. Vanaf hier lopen we op ons gemak terug naar ons hotel. Het plaatsje Axum zelf is gezellig en onderweg pakken we nog ergens een lekkere mango juice.
Ondanks dat Axum een grote historie heeft vonden we de markten toch wel het allerleukste.

Geplaatst in Ethiopië | 1 reactie

Simien Mountains en de Gelada bavianen

In nationaal park Simien ligt de hoogste berg van Ethiopië: de Ras Dashan (4543 m.).  Meerdere zeldzame diersoorten komen in het nationaal park voor, zoals de Ethiopische wolf, de alleen in Ethiopië voorkomende Geladabavianen, de klipspringers en de Waliasteenbok.

Het Simien gebergte

Het Simien gebergte

De Simien Mountains zijn beschermd door Unesco, waardoor alles zoveel als mogelijk in tact moet blijven. Er leven nog enkelen honderden boerenfamilies in het gebied, maar de overheid is bezig om deze in een ander gebied land aan te bieden, zodat het gras dat er is, beschikbaar is voor de wilde dieren die in het park leven. Bovendien is het leven hier te zwaar. De mensen van het dorp moeten te voet enorme hoogtes overwinnen en afstanden afleggen om hun landbouwwaren te verkopen. Er zijn wel lagere scholen, maar voor verdere scholing moet men het park uit. Dat is ook een manier om de jongere mensen te laten verkassen.

Een uitzicht tijdens de wandeling

Een uitzicht tijdens de wandeling

Wij hebben hier de middellange trektocht gemaakt van 4 uur omdat mijn enkel nog steeds dik is, maar ik dit beslist niet wilde missen. Je hebt hier fantastische uitzichten over de hooglanden. Diepe ravijnen en steile bergtoppen wisselen elkaar af. Je krijgt het gevoel dat je op het dak van Afrika bent. Diep onder ons zien we een diepe canyon met dus nog diepere ravijnen erin.

Dat we vandaag Gelada’s tegenkomen was ons wel verzekerd. Maar wij hebben het geluk dat we ze al voordat we bij ons beginpunt afgezet worden, zien. Er zit een groep van 350-400 apen langs de weg. En natuurlijk stappen we hier uit!

 

Gelada baviaan

Gelada baviaan

Door de Ethiopiërs worden ze ch’elada genoemd, dit betekent, ‘bloedend hart’. Dit omdat ze  op hun borst een lichtroze onbehaarde plek in de vorm van een hart hebben. In opgewonden toestand kan deze felrood worden.
De Gelada’s leven in grote groepen.  Binnen een groep zijn duidelijk harems te onderscheiden. Ieder volwassen mannetje heeft drie tot vijf vrouwtjes. Om dit aantal te houden moet hij constant alert blijven want er sluipen veel brutale vrijgezellen rond die zich graag de vrouwtjes willen toe-eigenen. Mannetjes die een groep overnemen, doden de baby’s van hun voorganger. Vrouwtjes die nog drachtig zijn van het vorige dominante mannetje, kunnen deze moord vermijden door spontaan een miskraam te krijgen.

Gelada bavianen aan het vlooien

Gelada bavianen aan het vlooien

De Gelada’s komen alleen voor in Ethiopië. Ze voeden zich voornamelijk met gras dat ze, zittend voortschuivend, met hun handen plukken. Het is de enige apensoort dat graast. Naast gras eten ze ook het zachte binnendeel van de lobelia’s die hier groeien. Ze hebben een bijzondere duim waardoor ze makkelijk gras kunnen vast pakken. Ook de manier waarop ze slapen is bijzonder. Ze zoeken een extreem steile klif uit en brengen daar de nacht door. Het is de manier om veilig te zijn voor hun enige vijand: het luipaard. ‘s Nachts gaan ze dus naar beneden en verblijven, dicht tegen elkaar aan, in de holen van het gebergte. Als ‘s morgens de zon opkomt, klimmen ze weer naar boven en beginnen de dag rituelen opnieuw.

Red-hot torch

Red-hot torch

De Gelada’s zijn niet bang voor mensen, dus we mogen ons letterlijk midden in de groep apen begeven. Aangeraden wordt om een afstand van slechts één meter aan te houden!!! WOW, niet te geloven. Ik loop toch aarzelend een stukje de groep in en ga dan zitten. Voor me zit een jonge baviaan driftig aan gras te trekken. Hij laat zich door mij niet storen. Af en toe graaft hij de wortels van het gras op. Schijnt ook lekker te zijn. Terwijl ik foto’s probeer te maken van de ijverige eters springt er een speelse jonge baviaan op mijn rug in zijn schermutseling met een leeftijdgenoot… grappig.
Even later krijg ik een lesje seksuele voorlichting. Schaamteloos probeert een mannetje wat extra nageslacht te verwekken. Maar verder overheerst het geluid van het driftige getrek aan polletjes gras. Het valt nog niet mee om een rood hart op de foto te krijgen aangezien alle apen voorover gebogen zitten in hun ontbijtlust.
Een enkele Gelada is verzadigd en laat zich vervolgens vlooien om de emotionele band te verstevigen…

Plots komt er beweging in de hele groep. Geen idee wie of wat het signaal was. Maar ineens vindt er een grote migratie plaats en lopen honderden apen, waaronder een paar indrukwekkend uitziende mannetjes, op nog geen halve meter afstand aan me voorbij. Kennelijk is besloten dat het gras aan de andere kant van de weg groener is en vertrekt de hele kudde daar naar toe.
Ik loop ze nog even achterna en weet nog een plaatje te schieten met het gebergte op de achtergrond. Maar kennelijk vindt onze gids het vertrek van de grote troep bavianen tevens het vertreksignaal voor onze groep. Jammer, had hier nog wel een uurtje willen zitten tussen deze prachtige apen. Maar een lange wandeling wacht nog op ons en misschien zien we ze daar ook nog.

Onze bewaker

Onze bewaker

Bij wederom een mooi uitzichtpunt op ca. 3200 meter hoogte worden we er uit gezet voor onze trekking. We zijn met een groepje van slechts vier mensen en krijgen een gids en een scout met een Kalasjnikov mee. Ziet er indrukwekkend uit. Maar inmiddels weten we al van Maarten, onze reisleider, dat deze wapens hier voor een bedrag tussen de 25 en 50 euro te koop zijn. Ze zijn veelvuldig aanwezig maar worden nauwelijks gebruikt. Alleen in het zuiden komt het gebruik wat vaker voor, maar dat is dan met name omdat de stammen bij elkaar vee proberen te roven. Verder is er op wat zakkenrollerij weinig criminaliteit en is Ethiopië nog steeds een van de veiligste Afrikaanse landen.

Het Simien gebergte is een berglandschap met een bijzondere ontstaansgeschiedenis. Het was ooit één van de grootste vulkanen op aarde. Het ontstaan van dit hooggebergte is bijzonder. Het werd in een ver verleden niet, zoals veel gebergtes, omhoog geduwd door immense aardkrachten, maar is door diverse ijstijden sterks geërodeerd, om niet te zeggen: gesculptuurd en totaal veranderd. IJs, water en regen hebben hier eeuwenlang danig huisgehouden. Wat nu nog goed te zien is. En nog steeds kan het hier in de regentijd goed spoken.
We stoppen regelmatig op mooie uitzichtpunten. De hoogteverschillen zijn enorm! In de verte zien we opvallend steile, kromme toppen (vaak ‘pinnacles’ genoemd) en extreem diepe dalen. Een rauw ruig gebergte met op de plateau’s die we soms onder ons zien toch lieflijk aandoende akkertjes en dorpen. Maar wat een hard bestaan. De boeren moeten langs steile paadjes en via ladders langs de rotswanden omhoog met zakken graan van 50 kg op hun rug om hun waren aan de man te brengen op de markt in de stad Debark, een uur rijden verderop. En dan te bedenken dat het van mei tot november maanden kan spoken. Nu is het landschap prachtig groen en bloeien er veel bloemen waaronder de prachtige red hot torches, pijlvormige rood met gele bloemen.

Klipspringer

Klipspringer

Onze wandeling is best pittig met af en toe steile glibberige, modderige stukken en ik heb veel bewondering voor Erik, een Belg van 75 lentes die dit toch maar even klaarspeelt.
Daar teken ik voor! Sterven in het reisharnas… Hij is samen met een vriend, Ivan op reis, die doet vandaag zelfs de lange trek maar is dan ook 4 jaar jonger. Het zijn fervente reizigers.
Behalve de prachtige vergezichten hebben we het geluk onderweg een paar klipspringers te spotten op een meter of 50 afstand. Ook zien we zwart-witte raven, thickbill raven’s en bij de 500 meter hoge waterval die ons eindpunt vormt zien we ook nog lammergieren rondcirkelen en worden we nog eens getrakteerd op wat klipspringers in de verte.

Thick-billed raven

Thick-billed raven

Helaas geen Walia steenbokken gezien. Die zitten nu op de hoogste vlakten. En ook geen luipaarden (waarschijnlijk de reden voor de Kalasjnikovs), waar de boeren nogal onder te lijden hebben.
Achteraf gezien heb ik geen spijt dat ik de langste tocht niet gemaakt heb, wat aanvankelijk wel mijn bedoeling was. Zij hadden niet het geluk om tussen de Gelada’s te zitten en hebben uiteindelijk ook de waterval niet bereikt. De tocht bleek toch te lang en dus pikken we ze op de terugweg op.

Wat een fantastisch mooie dag. Tja natuurlijk moest ik nog eens dezelfde enkel heftig omzwikken. Dat was even pech. Ik zag even sterretjes en bleef dus even zitten waar ik gevallen was. Onze scout met Kalasjnikov bleek toch nog ander nut te hebben. Ik moest van hem mijn schoen, sokken en enkelband uittrekken. Hij pakte mijn voet stevig beet en begon met zijn knokkels stevig in de toch al fiks gezwollen enkel te masseren. Pfff, ik werd misselijk van de pijn en dacht dat ik flauw zou vallen. Wilde dat hij stopte en probeerde mijn voet terug te trekken. Maar ja die Kalasjnikov… hihi.  Hij trok ook aan mijn hak en tenen… moet er even niet meer aan denken. Maar het resultaat was wel dat ik weer goed op mijn enkel kon staan en door kon lopen. En ik ben ervan overtuigd dat hij het beste met me voor had.

De waterval aan het einde van de wandeling

De waterval aan het einde van de wandeling

Inmiddels, terwijl ik dit schrijf, zijn we alweer bijna een week verder. Mijn enkel is nog steeds dik maar dat is ook niet gek aangezien ik hem geen rust gun, behalve gisteren dan. Toen hebben we alleen in de ochtend nog even bij de westelijke groep kerken in Lalibela rond gewandeld en hebben de rest van de dag relaxed in de tuin van ons hotel. Was wel nodig. Even internetten, wassen en bijkomen. Ook vandaag is een rust- en reisdag. We zijn van Lalibela naar Addis Abeba gevlogen en bereiden ons voor op de 500 km lange jeeptrip naar het zuiden, morgen.
Dat wordt weer een heel andere reis. Begon al een beetje kerkmoe te worden. Nu gaan we naar het meer Afrikaans aandoende deel van Ethiopië en hopen hier de traditioneel levende stammen te ontmoeten als het weer mee zit. November is de tijd van de korte regens en kan wegen compleet onbegaanbaar maken. Spannend!

Geplaatst in Ethiopië | 3 reacties

Gondar

Debre Berhan Selassie kerk

Debre Berhan Selassie kerk

De trip naar Gondar duurde, gelukkig voor Remy maar vier uur. De vis-goulash van de vorige avond was kennelijk niet zo goed gevallen, een slapeloze nacht met veel overgeven en diarree tot gevolg. Hij blijft dan ook achter in het rustig gelegen hotelletje, terwijl de rest van de groep vertrekt voor de lunch en de toeristische toer. De lunch vindt plaats bij de Four Sisters, jaren geleden was er een Italiaanse weldoener, die vier mooie een goede start wilde geven. Hij sponsorde een opleiding en gaf hun de mogelijkheid een groot restaurant te beginnen. Wij troffen voor het eerst in Ethiopië een geweldig buffet aan met naamkaartjes van de gerechten in een heel erg sfeervol en schoon restaurant.

Engeltjes met afrokapsels

Engeltjes met afrokapsels

We bezoeken de Debre Berhan Selassie kerk, herbouwd aan het einde van de 18e eeuw. Natuurlijk moeten ook hier weer de schoenen uit. De mannen mogen door de hoofdingang, de vrouwen via de kleinere zijingang. De kerk is wereldberoemd vanwege zijn houten plafond vol met beschilderde engelengezichtjes met afrokapsels. Om het terrein van de kerk staat een muur met twaalf kleine torens, die de twaalf apostelen voorstellen, en één grote toren met entreepoort, die Christus voorstelt in de vorm van de Leeuw van Judah. De gids vertelt met veel humor over de kerk en laat meermaals gezangen horen die gezongen werden tijdens rituelen, terwijl hij op een grote trommel drumt.

Map van de Royal Enclosure

Map van de Royal Enclosure

Fasil Ghebbi (Royal Enclosure) is een vesting die werd gebouwd in opdracht van keizer Fasilides (1603 – 1667). Voor die tijd was het gebruikelijk dat de keizer door het land reisde zonder vaste woonplaats.

Fasilides was de eerste keizer van Ethiopië die op een vaste plek ging wonen. In de bouwstijl zijn invloeden van de Arabische, de Nubische en de barokke architectuur te vinden. Ook de Royal Enclosure ligt binnen een muur met twaalf torens. Op het terrein staan o.a. drie kerken en zes paleizen die uit de middeleeuwen stammen.

 

 

Fasilides Castle

Fasilides Castle

Fasiladas’ Palace is het oudste paleis van 32 meter hoog met vier koepeltorens. Ook bevond zich op het terrein een bibliotheek en leeuwenkooien, waar tot 1992 Abyssinische leeuwen zaten.

Fasiladas bad

Fasiladas bad

Ook brengen we een bezoek aan het bad van Fasilidas, dat nog steeds gebruikt wordt tijdens de indrukwekkende viering van het Timket Festival.

PS: Remy voelt zich inmiddels weer prima…

Geplaatst in Ethiopië | 1 reactie

Tis Issat en het Tanameer

De Tis Issat watervallen

De Tis Issat watervallen

In de morgen brengen we een bezoek aan de Tis Issat watervallen. Omdat er tegenwoordig een stuwdam stroomopwaarts ligt die elke middag dicht gaat, valt er in de middag ook niet veel te zien, omdat er dan bijna geen druppel water naar beneden komt vallen. We lopen eerst nog over een oude brug, onderweg zien we veel mooie vogeltjes en vlinders (dus ik ben weer happy) tussen de bomen en struiken. Een ongelijk pad vol keien brengt ons naar de watervallen. Helaas verstapt Jacqueline zich tijdens de wandeling met als gevolg een kapotte knie en een verstuikte enkel.

We zien de waterval in de verte prachtig liggen in de ochtendzon. Het bruine water geeft de waterval een aparte kleur. De verschillende watervallen zijn tussen de 37 en 45 meter hoog en in het regenseizoen zo’n 400 meter breed. We genieten van het prachtige uitzicht. We lopen nog een stuk verder en zien nog een prachtige ijsvogel zitten. Via een bootje steken we de rivier over alvorens onze weg te vervolgen naar het Tanameer…

Binnenin de Debre Mariam

Binnenin de Debre Mariam

Het Tanameer is een 84 km lang, 66 km breed en 15 meter diep kratermeer met talloze eilanden en schiereilanden. Het is het grootste meer van Ethiopië en het hoogstgelegen meer van Afrika. Ook is het de bron van de Blauwe Nijl. In de loop van de eeuwen zijn hier verschillende kerken gebouwd. De oudste stammen uit de veertiende eeuw. Met de boot bezoeken we het schiereiland Zheke waar twee van de oudste kerken uit de veertiende eeuw staan, Bethre Mariam en Ura Kidanemihret. Binnen de ronde kerk bevinden zich weer vierkante beschilderde muren. Verschillende verhalen uit het nieuwe testament zijn op de muren geschilderd in de typische Ethiopisch-orthodoxe stijl. Elke deur in die muren van de kerk heeft zijn eigen functie.

Vervet monkey

Vervet monkey

We kijken verder op het eiland rond en zien een groep Vervet monkeys die zich te goed doen aan het oranje fruit in de bomen. Het was weer genieten vandaag…

Geplaatst in Ethiopië | 4 reacties

“Heel” Holland bakt, heel Ethiopië loopt

Heel Ethiopië loopt

Heel Ethiopië loopt

Ethiopiërs gaan met de kippen op stok en staan met de haan weer op. Als ze niet slapen dan lopen ze. Onze eerste reisdag vertrokken we al om 7 uur. Langs de wegen een grote file. Heel Ethiopië is onderweg: vrouwen met grote takkenbossen op hun rug van soms wel twee meter breed, mannen met een aks of een zeis op hun schouder, vrouwen en kinderen met grote zware jerrycans met water gaan naar of komen van de pomp, mannen en kinderen lopen achter vol met hooi bepakte ezels, herders met kudde geiten, schapen en/of koeien, vrouwen druk keuvelend onder grote kleurige paraplu’s, groepen kinderen in schooluniformen.

Gelada bavianen

Gelada bavianen

Alles en iedereen is onderweg. Wat een drukte! En als ze niet lopen, dan werken ze: met sikkels wordt de tef (het graan waarvan de indjera pannenkoeken worden gemaakt, hoofdbestanddeel van iedere Ethiopische maaltijd) geoogst en in grote bossen bij elkaar gebonden, jonge jongens hoedden de kuddes, vrouwen zeven het graan en drogen de pepers, wassen hun was in de rivier, houten palen worden op dikte en lengte gesorteerd en langs de weg verkocht, ze worden gebruikt in de muren en als steigerpalen. Een ijverig volk lijken die Ethiopiërs.
Het leven is hier nog primitief, de huizen in de dorpen die we passeren zijn gemaakt van hout en leen met golfplaten daken, geen stromend water, geen elektriciteit. Alleen in steden tref je betonnen gebouwen aan met faciliteiten.

Hoe anders dan elders in Afrika oogt het landschap hier. We rijden door een prachtig vruchtbaar heuvellandschap. We rijden zelfs regelmatig door bossen. Velden vol graan, sorchum, mais, hooi, zonnebloemen en selkum (gele lentebloemen) sieren het landschap. Het noorden is de graanschuur van Ethiopië. De mensen zijn arm maar zien er niet ondervoed uit. Dat geldt ook voor de ezels en honden die je ziet, geen uitgemergelde lichamen.

De nieuwe brug over de Blauwe Nijl

De nieuwe brug over de Blauwe Nijl

We volgen een tijd lang de imposante kloof van de blauwe nijl en worden getrakteerd op Gelada bavianen en onze eerste krokodil. Een mooi begin van deze reis…

Geplaatst in Ethiopië | 2 reacties

Addis Abeba

Zicht vanaf ons hotel

Zicht vanaf ons hotel

Enigszins vermoeid van de nachtvlucht gaan we de hoofdstad Addis Abeba te voet verkennen. Als eerste willen we het Etnologisch Museum gaan bezoeken. Helaas laat google maps ons in de steek en blijkt het museum op een heel andere plek te liggen dan aangegeven op de kaart. Maar het zorgt er wel voor dat we een goed inzicht krijgen van de stad. Addis Abeba is een typisch Afrikaanse stad. Chaotisch verkeer, gaten in de weg en trottoirs, veel golfplaten hekken en stalletjes, veel transit-busjes. Wel oogt de stad schoner, er ligt veel minder troep op straat. De hoeveelheid bedelaars valt heel erg mee en ze zijn ook niet opdringerig. Straatverkopers hebben hun producten uitgestald en kledingmakers zitten achter hun naaimachines. Op iedere hoek staat wel een weegschaal waar je tegen betaling je kunt wegen. Onderweg komt ons nog een kudde geiten tegemoet die driftig gebruik maakt van een plas water op de keienweg.
Het Etnologisch Museum is gevestigd in het voormalige paleis van keizer Haile Selassie wat een overzicht geeft van het leven van de keizer. Daarnaast geeft het informatie over de geloven en de vele stammen die Ethiopië heeft. Verder is er een leuke selectie van de vele muziekinstrumenten die gebruikt worden.

Cathedral of the Holy Trinity

Cathedral of the Holy Trinity

Op weg naar de Cathedral of the Holy Trinity passeren we een grotere rotonde met in het midden een obelisk gewijd aan de slachtoffers van de opstand in 1974 waarbij de onderkoning werd gedood.
De kathedraal is pas in de veertiger jaren gebouwd. Op het terrein liggen de lichamen van de soldaten en martelaren die gesneuveld zijn tijdens de Italiaanse bezetting in een gezamenlijk graf.

We lopen terug naar ons hotel. De warme droge zonnige lucht en het feit, dat we meer dan 40 uur niet geslapen hebben, maakt dat we onze brandende ogen nauwelijks open kunnen houden. De lange wandeling heeft ons een goede indruk gegeven van Addis Abeba.

Geplaatst in Ethiopië | 1 reactie