Je kunt van te voren uitzoeken waar je heen wilt gaan, helaas kun je niet van te voren het weer uitzoeken dat je wilt hebben. Kakadu kent 6 seizoenen en we zitten rond de overgang van Banggerreng (storm seizoen) op Yegge (frisser maar nog steeds vochtig seizoen). Vanwege een grote overstroming drie weken eerder in voornamelijk het zuidelijk deel van het park is het grootste deel daar gesloten. Deels omdat de weg gemaakt moet worden of nog steeds te veel onder water staat, deels omdat ze de “Salties” (de zoutwaterkrokodillen zijn nieuwsgierig en aggressief, de zoetwaterkrokodillen “Freshies” zijn schuw en niet aggressief) nog uit de poelen en sommige rivieren moeten verplaatsen. Dat laatste vinden wij nu juist jammer, omdat we toch hoopten er een aantal te kunnen zien.
Maar ja, veel lokale mensen komen hier camperen om in de natuurpoelen te zwemmen en die hebben liever niet een Salty in hun poel. En omdat we enkele plekken hadden uitgekozen die wellicht in het droge seizoen al moeilijk met een 2WD te bereiken zijn, lag onze planning behoorlijk in duigen toen we bij het park aankwamen. Gelukkig is Kakadu een groot park en kunnen we snel genoeg alternatieven vinden.
Kakadu National Park bevindt zich zo’n 100 km ten zuid-oosten van Darwin, is zo’n 20.000 vierkante kilometer groot en staat op de werelderfgoedlijst vanwege zijn biodiversiteit en culturele waarde. Er zitten bijvoorbeeld meer dan 120 verschillende reptielen, over de 10.000 insektensoorten en er zijn meer dan 5000 rotstekeningen te vinden. De Jawoyn Aboriginal stam heeft lang moeten vechten om dit als hun eigendom te kunnen claimen. Het park wordt tegenwoordig door hun en de Australische regering onderhouden.
We krijgen van een “local” de tip om naar de “Rockhole” te gaan, die nog geen twee kilometer in het park ligt. Bij de afslag ziet het pad eruit alsof we er mogelijk met onze 2WD heen kunnen rijden. We rijden het pad op maar zien al snel dat de weg te grote keien en gaten bevat en besluiten achteruit te rijden en de auto langs de hoofdweg aan de kant te zetten. Het was de juiste keuze want een stuk verderop verslechterd het pad al zodanig dat een 4WD met hoge as er alleen heen had kunnen rijden. We lopen door en komen uiteindelijk bij een kleinere waterval en poel uit die prachtig tussen het groen ligt. De schoenen gaan uit en we koelen onze warme voeten af in het heerlijk koele water. Kleine visjes komen nieuwsgierig langs onze voeten zwemmen. Het is heerlijk rustig en we genieten met volle teugen van de spiegelingen in het water en de visjes in het water. We lopen terug en rijden door naar Bukbukluk, een uitzichtspunt over het westelijk deel van Kakadu dat voornamelijk bestaat uit Savanne bossen.
Aangezien de rest van het zuiden onbegaanbaar is voor onze campervan rijden we verder naar het noorden richting Yellow Water. Helaas zijn ook daar alle billabong (Aboriginal voor een meertje of plas water) walks gesloten vanwege zoutwaterkrokodillen en/of te hoog water. Nu willen we graag zoutwaterkrokodillen zien en we proberen hier en daar dan ook te kijken of we er eentje kunnen vinden. Helaas laat geen enkele Salty zich zien. We BBQ-en bij Yellow Water, veel picnic plekken in de outback hebben gewoon gas BBQ’s staan. Het is al aan het schemeren op het moment dat we vanaf Yellow Water terug rijden. We besluiten nog even langs het visitor center te rijden, maar treffen een afgesloten weg aan. We zijn te laat, maar niet te laat om een kleine walibi te zien op de parkeerplaats van het visitor center. Hebben we toch weer een walibi gezien! We rijden door naar de parkeerplaats van Mirrai Lookout om te slapen. In de loop van de avond en nacht horen we allerlei dieren rondscharrelen vlakbij de campervan, maar we krijgen ze nooit te zien. In de ochtend worden we wakker gemaakt door een Karrawong die het dak van onze campervan heeft weten te vinden en daar driftig over rondhupt…
We rijden richting Nourlangie, maar kort daarvoor klimmen we naar de Nawurlandja Lookout. Deze rotsheuvel is zelf al een bezienswaardigheid van dichtbij, maar geeft ook een prachtig uitzicht op de Angbangbang billabong (die natuurlijk ook gesloten is) en op één van de belangrijkste sites voor rotstekeningen: Nourlangie.
We lopen de 1.5 km wandeling langs de verschillende “rock art” (“Gunbim” in Aboriginal) rotstekeningen. De meest recente rotstekening bij Nourlangie stamt uit 1964 en de oudste tekeningen worden geschat zo’n 20.000 jaar oud te zijn.
Na Nourlangie verruilen we de Kakadu Highway voor de Arnhem Highway en gaan we door naar Ubirr. Al op honderden plekken op verschillende highways had ik de term “floodway” zien staan om vervolgens 50 meter verder een verlaging in de weg te zien met een hoogtemeter paal die meestal tot zo’n 2 meter hoog gaat. Aangezien ik nergens ook maar een millimeter water op de weg had zien staan en bijna overal wel levensgrote borden stonden, als er ook maar de mogelijkheid was van iets dat wel eens gevaarlijk kon zijn, reed ik natuurlijk gewoon 120-130 km/uur aan een floodway bord voorbij…
Dan is het wel even schrikken als je opeens een waterstroom dwars over de weg vlak voor je ziet. Ik kon nog afremmen tot zo’n 60-70 km/uur en ging met een grote klap het water in. Gelukkig ging alles goed want het water was niet al te diep. De volgende “floodway” borden heb ik toch maar iets seriezer genomen en wat minder snel gereden…
Ubirr is ongeveer de belangrijkste site, waar rotstekeningen van meer dan 23000 jaar oud te vinden zijn. De meeste rotstekeningen werden gemaakt tijdens ceremonies, om een verhaal of een gebeurtenis te vertellen, soms om te toveren. Ook werd wel eens over een oudere tekening heen getekend.
Van een heleboel tekeningen is het nu onduidelijk welk verhaal verteld werd, andere zijn door de jaren heen bewaard gebleven. Weer andere tekeningen tonen inmiddels uitgestorven dieren, zoals bijvoorbeeld de Thylacine (ook wel Tasmaanse Tijger genoemd), een op een hond/hyena lijkend dier dat kangoeroe’s jaagde. Net als zijn prooi had hij ook een buidel en verder typische strepen op zijn achterwerk. Dit dier kwam 3000-4000 jaar geleden nog op het vaste land in Australie voor, daarna nog tot rond 1935 alleen in Tasmanië.
Boven bij Ubirr heb je ook nog goed uitzicht op Arnhemland, een gebied waar je zonder toestemming van de Aboriginal stam niet mag komen. Arnhemland ziet er veel groener uit met zijn billabongs en grasvelden.
Als we na de wandeling terug komen bij onze campervan staat ons nog een verrassing te wachten in de struiken, een kleine Short-Eared Rock Wallaby. Hebben we toch weer een andere soort gezien!
Na al die rotstekeningen en uitzichtpunten willen we toch nog proberen een billabong walk te doen. We vervolgen onze weg richting Darwin op de Arnhem Highway en stoppen bij Mamukala om daar de billabong te bekijken. We zijn nog niet aangekomen bij de car park, staat er een Agile Walibi langs de weg en even verder op nog een tweetal. We kunnen ons geluk niet op! We lopen verder naar de billabong waar ze een platform gemaakt hebben om de vogels te kunnen bekijken. Helaas kunnen we weer niet rondlopen, want de walk is weer afgesloten (terwijl ze bij het visitor center zeiden dat ie open zou zijn)…
De rock art sites, de walibi’s, de uitzichten, enzovoort maken dit park uniek. Ondanks de vele walks die gesloten waren hadden we toch een top dag! We rijden nog een stukje over de Arhem Highway verder en zoeken dan een plek langs de weg op om te slapen. De hele nacht scharrelt er weer vanalles rond de campervan, maar we kunnen geen dier zien in het donker…
De volgende ochtend rijden we door naar de Adelaide River. Omdat we nog geen krokodillen echt goed hebben kunnen zien doen we een cruise waar ze de dieren lokken met een beetje kip. Met krachtige slagen van hun staart komen de Salties tot ver over hun middel uit het water. We kunnen met volle teugen genieten, want de Salties hebben er zin in.
Op het einde worden we omringd door tientallen Sea Eagles en Black Kites, die enkele garnaaltjes toegeworpen krijgen. Ze scheren vlak voor onze camera’s langs en pikken de garnalen zo uit de lucht.
Om te weten wat we de afgelopen nachten allemaal mogelijk om onze campervan hadden rondlopen rijden we door naar het Wildlife Territory Park. We bezoeken onder andere de ruimte met nachtdieren, lopen door de volière, hun aquarium (zien we eindelijk een “freshy” helemaal) en als laatste kunnen we op het picnic terrein een walibi aaien. Tot onze verrassing heeft de walibi een jong in zijn buidel. Bij navraag blijkt het jong pas 5 maanden oud te zijn en sinds een week zijn hoofd buiten de buidel te steken!
De walibi laat zich graag aaien en geniet er duidelijk van. Na verloop van tijd besluit het jong zich ook te melden. Eerst steken alleen zijn poten uit de buidel, daarna draait hij zich om en steekt zijn hoofd naar buiten en kijkt verwonderd rond.














Mooie nabrander nog. Vandaar de Saltie opmerking !!!!!!!!!!!!!!!
Jacqueline heeft ook nog mooi een stuk (zie hieronder) over Ayers Rock en de Olga’s geschreven. En er komt nog meer aan…