De Verboden Stad was de plaats van waaruit de Chinese keizers van de Ming- en de Qing-dynastie hun rijk bestuurden. De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de tempel van de hemel.
De meeste gebouwen die nu te zien zijn dateren uit de 18e eeuw.
De Verboden Stad was tijdens de Ming- en Qing-dynastie de vaste residentie van 24 achtereen- volgende keizers. De stad was verdeeld in het Binnenhof, waar de keizer woonde, en het Buitenhof, waar de hofhouding woonde. Deze bestond onder andere uit de concubines, de paleiswachten en de eunuchen. Bij elkaar woonden er enkele duizenden mensen in de Verboden Stad.
Om de Verboden Stad heen lag de Keizerlijke Stad. Ook deze was verboden gebied voor buitenstaanders. In de Keizerlijke Stad bevonden zich onder meer de bakkerij, het naaiatelier, de wapenzaal, de stallen en een drukkerij. Ook was er een dokter om de eunuchs te opereren. Op die manier waren de keizer en zijn gevolg geheel zelfvoorzienend.
In 1961 werd het Keizerlijk Paleis door de Chinese Staat tot monument verklaard. In 1987 werd het bij de Unesco ingeschreven als ‘World Heritage’.





