Op naar de stammen in het zuiden

Na het nogal orthodoxe noorden waarin een hoofdrol was weggelegd voor kerken en kloosters, rijden we nu via een afwisselende route richting het zuiden dat totaal anders is dan het noorden. Omdat de wegen in het zuiden soms slecht begaanbaar zijn, gaan we op pad met terreinwagens. Het met eucalyptusbomen en dennen bezaaide hoogland rond Addis Abeba maakt plaats voor een heuvelachtig landschap met acacia’s, uitgestrekte meren en kleine dorpjes met steeds meer moskeeën die soms broederlijk naast of tegenover een kerkje staan. Ethiopiërs zijn heel verdraagzaam t.o.v. andere geloofsovertuigingen.
Op mijn verzoek stoppen we even voor wat foto’s van hutten en mensen van deze toch weer andere bevolkingsgroep: de Alaba.

Olive Babboons

Olive Babboons

Moeder met jong

Moeder met jong

Opwarmen in de ochtendzon

Opwarmen in de ochtendzon

Ik had vandaag al een zware rit verwacht maar het asfalt ligt tegenwoordig al tot ver in het zuiden. Hier en daar afgewisseld met grindwegen. De terreinwagens moeten echt werken als we van de hoofdweg afwijken om de stammen te bezoeken die meestal op enkele uren van de hoofdweg verwijderd liggen. Arba Minch, de laatste echte stad voor de bush begint, is prachtig gelegen aan twee meren. Het restaurant van ons hotel heeft een schitterend uitzicht over de meren Abaya en Chamo en wij hebben het geluk een kleine bungalow te krijgen die ook rechtstreeks uitzicht biedt. Dat geluk is compeet als we de volgende ochtend bij het ontwaken een aantal Olive babboons in onze voortuin hebben rondlopen!!!
In eerste instantie sta ik meteen in mijn pyama buiten, maar een aantal groepsgenoten heeft de apen ook ontdekt en dus kleed ik me razendsnel om.
Het is nog vroeg, half zeven, en de bavianen zitten in het tegenlicht. Maar desondanks is het genieten. Een vrouwtje zoogt een baby terwijl een ander kleintje ook om aandacht vraagt en haar speels probeert te verleiden tot een spelletje vangertje met verlos. Pa zit er stoicijns bij en valt ook niet te verleiden dus gaat hij zijn broertje pesten. Die kleine apenkoppen zitten nauwelijks stil terwijl pa en ma langzaam wakker worden in de ochtendzon.

De mannen weven

De mannen weven

Wij hebben deze ochtend een bezoek aan de Dorze stam op het programma staan en dus moet ik me losrukken van het tafereel om nog te ontbijten voordat we vertrekken.
De Dorze komen van oorsprong uit het zuiden van Ethiopië. Nu zijn hun dorpjes te vinden rond de stadjes Arba Minch en Chencha. Het is hier bergachtig gebied, tot een hoogte van wel 4000 meter. Het dorp dat wij bezoeken ligt op zo’n 1800 meter hoogte. De tropische bossen in dit gebied hebben grotendeels plaatsgemaakt voor landbouwgronden. Dit was van oorsprong dan ook de belangrijkste bron van inkomen voor de Dorze.
Vanwege de schaarste van landbouwgrond, is men rond 1900 echter grootschalig overgegaan op weven als bron van inkomsten. Ze zijn nu in heel Ethiopië bekend om hun weeftechniek. De vrouwen spinnen de wol, de mannen weven. Zij zijn ook de vervaardigers van de nationale kledij van Ethiopië, de Shamma, een zeer fijn geweven witte katoenen doek.

Een huis bij de Dorze

Een huis bij de Dorze

Het meest opvallende van een Dorze dorp zijn de hoge hutten, in de vorm van een bijenkorf. De hutten zijn gemaakt van lange bamboepalen. Deze worden stevig in de grond gegraven en bovenaan bij elkaar gebonden. Bamboe is echter gevoelig voor rotten, en bovendien gewild als voedsel voor termieten. Vandaar dat de onderkant van de hutten na verloop van tijd verwijderd wordt. De hut wordt dus iedere keer iets kleiner en verplaats naar een ander plekje. De hutten blijven zo een lange tijd, gemiddeld veertig jaar, in gebruik, totdat ze te klein zijn om nog in te wonen.
Rond de bamboepalen wordt de hut geweven van bamboerepen, en bladeren van de Ensete plant. Deze plant wordt ook wel de valse bananenboom genoemd, omdat hij erg lijkt op een bananenboom, maar geen bananen levert.

Valse banaan schors wordt verwerkt tot brood

Valse banaan schors wordt verwerkt tot brood

Wij krijgen een demonstratie van de veelzijdigheid van de valse bananenboom. Hij levert bouwmateriaal maar ook voedsel. De wortels smaken naar een soort aardappel, en de bladeren worden kleingesneden en gegeten als groente. Vezels van de Entebe worden in elkaar gedraaid en gebruikt als touw en sap uit de stengel wordt tot een pudding gemaakt. Kortom: bijna alles draait om deze belangrijke plant.

Het brood wordt gebakken

Het brood wordt gebakken

Een bezoek aan het lokale schooltje

Een bezoek aan het lokale schooltje

Er is veel hilariteit vanwege ons bezoek

Er is veel hilariteit vanwege ons bezoek

 

Met kleine bootjes het Chamo lake op

Met kleine bootjes het Chamo lake op

Na onze lunch in dit dorp gaan we ‘s middags met een boot het Chamo lake op. Hierin ligt de krokodillenmarkt, leven kleine groepjes nijlpaarden en zou je veel watervogels kunnen zien.
Krokodillen worden hier niet verhandeld maar het heeft deze naam gekregen omdat er normaal gesproken tientallen grote, tot wel 6 meter lange krokodillen op de zandbanken liggen. Echter heeft het heel erg veel geregend de laatste tijd en dus liggen de zandbanken onder water.

Een krokodil rust uit

Een krokodil rust uit

We zien twee toch wel aardig grote krokodillen gedrapeerd liggen over een rieteilandje dat hun gewicht nauwelijks draagt maar de rest is kennelijk op zoek gegaan naar drogere delen van het meer.
Gelukkig treffen we nog een klein groepje nijlpaarden en zien we purperreigers, pelikanen en zeearenden. Misschien een beetje teleurstellend voor de vogelaars in onze groep maar het was toch een leuk tochtje.

Nijlpaarden

Nijlpaarden

Visarend

Visarend

Dit bericht is geplaatst in Ethiopië. Bookmark de permalink.

Eén reactie op Op naar de stammen in het zuiden

  1. coby de vaan schreef:

    we hebben inderdaad een hele tijd geen mail gehad, maar ja dit is wel heel andere koek als je die apen in de voortuin hebt geweldig!! ook die hutten dat is al een kunst op zich en ze zijn daar ook gelukkig mee dus zo zie je maar dat wij te gemakkelijk klagen over van alles en noch wat toch en dan die schoolbankjes of wat er voor door moet gaan jonge jonge wat een armoede. en toch nog stralende gezichten, zo zie je maar weelde maakt ook niet altijd gelukkig. die krokodil kan je maar beter niet tegenkomen dichtbij maar het zijn wel mooie beesten, ook die visarend van dichtbij

Geef een reactie