We verlaten het gebied van de Hamar, Banna en Tsemay en gaan op weg naar Jinka. We komen bij het Mago National Park in het gebied van de Aari en de Mursi. Als eerste brengen we een bezoek aan de Aari stam. Deze stam is het meest “verwesterd”, de meeste mensen dragen tegenwoordig t-shirts en broeken. Vanwege de vruchtbaarheid van het gebied waarin ze leven verbouwen de Aari granen, koffie, fruit en honing en bezitten ze grotere kuddes. Ook zijn de Aari bekend vanwege hun kleipotten. Tijdens ons bezoek zien we hoe een vrouw een schaal boetseert en zien we een smid een handwerktuig smeden.
Traditioneel kleedden de Aari vrouwen zich in rokken van bananenbladeren en dragen de Aari veel juwelen en piercings in hun oren. Ook droegen ze veel kettingen om hun polsen en middel. Ook hier voel je weer kleine kinderhanden die aarzelend en verlegen onze handen proberen vast te houden en voor je het weet loop je spontaan met ze te jonassen, het blijft gewoon leuk…
De volgende ochtend brengen we een bezoek aan een dorp van de Mursi stam, die in één van de meest geïsoleerde gebieden van het Mago park (en Ethiopië) leven. De stam telt nog maar zo’n 7500 mensen en leeft voornamelijk van de veeteelt en verbouwt enkele gewassen langs de oevers van de Omo rivier.
De Mursi zijn de meest bekende stam van de Omo vallei. De vrouwen zijn beroemd vanwege hun schotellippen. Op hun 15de of 16de krijgen de meisjes een snee in hun onderlip. Eerst stopt men er een houten stokje door en daarna verschillende houten of kleischijfjes totdat de gewenste opening is verkregen. Ook worden de twee middelste tanden uit de onderkaak getrokken. De vrouw draagt de schijf tot de menopauze of totdat men vindt dat ze voldoende kinderen heeft gekregen. Hoe groter de schotel hoe groter de bruidsschat die er uiteindelijk moet worden betaald. Zo’n bruidsschat bestaat uit een hoeveelheid runderen en geiten en een vuurwapen. Oorspronkelijk zou dit gebruik zijn ontstaan om te voorkomen dat de vrouwen door slavenhandelaars werden ontvoerd. Tegenwoordig is het dus een soort “schoonheidsideaal” bij de Mursi. De lipschotels worden trouwens niet vaak gedragen omdat ze zwaar en natuurlijk oncomfortabel voor de vrouwen zijn. De versiering van de oren begint al jonger en heeft hetzelfde principe als de lip. Ook de oorlel wordt uitgerekt tot er een kleischotel in past. De vrouwen hebben over het algemeen een kaal hoofd of in motieven gesneden gemillimeterd haar wat ze met scheermesjes bijhouden.
De mannen schilderen hun lichaam en gezicht wit en versieren hun lichaam met littekens om aan te geven dat ze vijanden hebben gedood. De Mursi staan bekend als onvriendelijk, agressief en vijandig ten opzichte van andere stammen en zijn eigenlijk maar “bevriend” met één andere stam: de Suri. De toeristen accepteren ze enigszins omdat dit ook voor hun tegenwoordig een belangrijke inkomstenbron is. Maar het is nog steeds verstandig om ze in de ochtend te bezoeken als ze nog goede zin hebben, want ook hier heeft elke krijger (en zelfs sommige vrouwen) een kalasjnikov.
Als we aankomen regent het en wachten we totdat de regen ophoudt. De stamleden schuilen onder een grote boom of in hun hutten. We zien hier net als bij veel andere stammen voornamelijk de vrouwen in het dorp, de mannen zijn onderweg met hun vee. De aanwezige stamleden drommen om je heen en vragen steevast of je niet een foto van hun maakt (“Hey you! Photo, 5 birr!”). Als je dan zegt dat je geen foto’s maakt, dan wijzen ze naar je foto-tas. Het is moeilijk om echt contact te maken met de stammen, zelfs als je geen foto’s maakt. Met een beetje gek doen lukt het wel iets, maar de andere toeristen die foto’s maken (en dus birrs in het laadje brengen) blijven toch interessanter…





