Na ons bezoek aan de prachtige beeldentuin van de McClelland Art Gallery (de grootste beeldentuin van heel Australië) met voornamelijk moderne grote beelden, beginnen we eindelijk aan De Great Ocean Road.
De Great Ocean Road is een beroemd stuk weg langs de zuidkust van Australië die over een afstand van ruim 250 kilometer slingert langs spectaculaire kliffen langs de kust en door golvende landschappen en stukken gematigd regenwoud in het binnenland. De weg begint officieel bij Torquay (aan de oostkant) en eindigt bij Warnambool (aan de westkant), beide in de staat Victoria.
Het stuk tussen Anglesea en Apollo Bay werd tussen 1918 en 1932 aangelegd door soldaten die van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) terugkwamen. Initiatiefnemer was de rijke zakenman en burgemeester van Geelong, Howard Hitchcock. Hij wilde de soldaten werk en dus een nieuw leven geven. De hoge kliffen, het rotsachtige terrein en van tijd tot tijd slechte weer maakte het tot een superzwaar mega karwei voor de arbeiders die met pikhouwelen, spades, paard en wagen en zo nu en dan explosieven het karwei moesten klaren.
De Great Ocean Road werd gewijd aan de slachtoffers van de oorlog en is daarmee het grootste oorlogsmonument voor slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog.
Onderweg zijn er genoeg kleine toeristische kustplaatsjes te bezoeken en ligger er diverse natuurparken.
Wij stoppen voor het eerst bij de golf course van het plaatsje Anglesea, 12 km ten westen van Torquay.
Deze staat erom bekend dat hij behalve door golfers door honderden kangoeroes wordt belopen.
En dat is dus niet gelogen! Je ziet hier meer kangoeroes dan bij ons konijnen op het golfterrein. Wel grappig om te zien hoe een aantal kangoeroes liggend de oefenslagen van een golfer gade slaan.
De rest graast rustig van het ultrakorte gras terwijl de ballen over hun hoofden heen in een breed veld om de vlag van de green terecht komen.
Woepie, onze eerste kangoeroes staan dus al uitgebreid op de foto. Toch is de ervaring lang niet zo spectaculair als bij onze Swamp Wallaby’s op Phillip Island. Maar leuk zijn ze wel, al had ik liever gezien dat ze niet zo’n idioot grote halsbanden om hebben en zoveel clips in hun oren. We horen later dat dat is om na te gaan wat ze zoal uitspoken. De jonkies hebben gelukkig nog niet zoveel aangebrachte verminkingen.
Hierna gaan we op weg naar Aireys Inlet een kustplaatsje 9 km verderop. De kleine kustplaatsjes zelf interesseren ons niet zozeer, maar ik wil graag de Split Point Lighthouse zien vanwaar je mooi uitzicht hebt op de ‘Straat Bass’ en de Otra Ranges.
Het is stralend mooi weer en de witte vuurtoren steekt mooi af tegen de helder blauwe lucht.
Van hieruit rijden we verder naar Kenneth River. Het schijnt dat bij de monding van de rivier vaak koala’s worden gezien en dat willen we natuurlijk meemaken. En YES! We zien in de eerste de beste eucalyptusboom twee koala’s zitten. Een kleintje wat hoger in de boom en één actief exemplaar binnen mijn lensafstand van de camera. En actief is dus geweldig om mee te maken.
Deze dieren slapen ca. 19 uur per dag nadat ze helemaal stoned worden van het eten van de eucalyptusbladeren. Deze is kennelijk net wakker en is volop aan het eten. Het is al schemerig, maar dankzij mijn flits weet ik toch nog wat aardige foto’s van dit hongerige beertje te schieten.
Ondertussen vliegen krijsende Parakeets en King Parrots om mijn oren en lopen Purple Swamphens me voor de voeten. Natuurlijk probeer ik de eerste twee ook op de foto te krijgen, maar dat valt niet mee. Ze hebben voorkeur voor de blaadjes die verborgen achter dicht bebladerde andere takken hangen en spelen zo hun spel om mijn aandacht. Maar het lukt uiteindelijk ook om hen te pakken te krijgen. De aanhouder wint.
Inmiddels begint de etende koala al aardig stoned te worden. Hij wordt steeds trager en gaat ten slotte in zijn favoriete slaaphouding zitten. Grappig, ik kijk van onderen recht tegen zijn lichte buikje en hoofd aan. Hij gluurt nog af en toe steels door zijn oogspleetjes voordat hij definitief weer gaat slapen. Tijd om verder te rijden.
Eindpunt van de dag is een vrij kampeer gebied in de ruige bossen van Cape Otway
Het laatste stuk ernaar toe gaat over een hobbelige zandweg tussen prachtige kronkelige bomen.
Behalve nog een kleinere campervan met drie Fransen zijn we de enige campsite bezoekers.
Het wordt dus een rustige maar wel aardig frisse nacht. Ben blij dat ik mijn thermo ondergoed bij heb. Dacht dat ik dat in Nieuw Zeeland nodig had, maar het blijkt hier van pas te komen.
De volgende dag begint helaas bewolkt. Desalniettemin rijden we naar de beroemde, oudste vuurtoren van Australië. Blijkt echter dat je deze niet van dichtbij mag bekijken tenzij je een fikse entreeprijs betaald. Dat valt even tegen. Ook de trail, een deel van de Great Ocean Walking Trail biedt niet veel soeps. Het leidt weliswaar naar een uitzichtpunt, maar vandaaruit zie je slechts het bovenste deel van de toren boven de bossen uitsteken en dat van grote afstand. Op de kleine begraafplaats op de route zie ik naast een oud graf een moeder en kind Black Wallaby staan. Wow! Ik pak snel mijn camera en gebaar naar twee druk kletsende vrouwen dat ze stil moeten zijn. Een paar seconden staan hun monden daadwerkelijk stil. Maar net op het moment dat ik scherp gesteld heb en wil afdrukken beginnen ze luidkeels te roepen en jagen zo de twee wallaby’s weg. Ik baal ontzettend! Maar ik heb ze wel mooi gezien. Toch weer een heel ander soort Wallaby dan de Swamp Wallaby’s op Phillip Island. Deze waren veel donkerder, bijna zwart van kleur.
Remy was ook minder succesvol bij zijn fotojacht op vogeltjes onderweg en dus stappen we weer in onze campervan om de weg terug naar de Great Ocean Road te nemen.
We rijden langzaam, want ook hier worden regelmatig koala’s gezien. En wij zien ze ook! Tjonge wat een mazzel. WE zien er wel een stuk of 20 binnen nog geen kilometer afstand. De eerste drie in één boom zitten wat te hoog en zijn niet actief. Maar uiteindelijk blijven we ruim een uur om te genieten van deze kleine beertjes en krijgen we er zowaar een aantal goed op de foto en film en hebben we er zelfs weer een paar die wat meer doen dan alleen maar slapen.
Na Cape Otway gaat de Great Ocean Road een stuk door het binnenland richting Lavers, het hoogste punt op de route. Hier ligt ook het Melba Gully State Park waar wij een van de vele mooie watervallen bezoeken: De Triplet Falls. De trail voert door een stuk gematigd regenwoud met hoge boomvarens. Het is een trail waar weer wat beroep gedaan wordt op onze conditie. Dat is ook wel weer nodig. Door de hete droge zomer ziet hij er niet zo spectaculair uit als op de foto’s die we gezien hebben, maar hij is toch wel aardig om te zien. Tegen de tijd dat we terug komen bij onze campervan doet het woud zijn naam eer aan. Het begint te regenen, Ai.
De weg door het binnenland vind ik niet zo interessant. Een golvend, Limburgs aandoend, Landschap met wat bos. Pas bij Princetown komen we weer aan de kust. En tegen die tijd is het weer totaal grijs en regent het pijpenstelen. We besluiten door te rijden naar Port Campbell. We hadden eigenlijk de Shipwreck Trail op het programma staan maar die slaan we dus maar over. In Port Campbell gaan we naar de visitor center voor wat weersinformatie. Blijkt dat we daar ook gratis Wi-Fi ontvangst hebben waar we op een comfortabele tweezitsbank gebruik van kunnen maken. Werk ik daar gelijk even wat mail bij en zoek ik wat vogelnamen op voor bij mijn foto’s.
Terwijl we bezig zijn gaat geheel onverwacht de zon weer schijnen. Tjonge, wie had dat verwacht. We pakken onze spullen op en rijden terug richting de Loch Ard Gorge en de Apostels. We slaan af naar de eerste.
In 1878 sloeg hier het zeilschip Loch Ard kapot tegen de riffen van Mutton Bird Island. Slechts twee mensen overleefden deze schipbreuk: de scheepsjongen Tom en de 18 jarige dochter van een welgestelde familie die van Ierland op weg was naar Australië, Eva. Dit prachtige stuk kust met hoge kalkstenen kliffen is dus genoemd naar deze schipbreuk.
In de stralende zon genieten we van de diverse uitzichtpunten op de gele kalkstenen inhammen, de in zee staande rotspilaren en de enorme golven die krachtig beuken tegen deze kliffen. Het is een spectaculair gezicht waar je geen genoeg van kunt krijgen. Maar het is dus ook wel duidelijk waarom hier zoveel schepen langs de kust vergaan zijn en waarom het tegenwoordig verboden is om hier in zee te zwemmen. De stroming is veel te zwaar.
De zon kwijnt weg achter waterige wolken terwijl we naar de Twelve Apostels rijden, een paar kilometer verderop. Geen spectaculaire zonsondergang dus. Maar toch een mooi uitzicht op deze rotspilaren in zee die zijn gebeeldhouwd door woeste zee en ijzige stormen die komen aanrazen vanuit het zuidelijker gelegen Antarctica. Het zijn er al lang geen twaalf meer. Het woeste water heeft al aardig wat van de zachte kalksteen weg geschuurd waardoor sommige van de apostelen in het verleden al in elkaar gestort zijn.
Maar het blijft een mooi, dramatisch gezicht.
We slapen deze keer op de campsite in Princetown na een bord nasi met sperzieboontjes en gekruide kipsaté.
De volgende ochtend begint fris maar zonnig. We beginnen deze reisdag met een wandeling via de Gibsons Steps naar het strand van de Apostels. Vanaf hier zijn de kalkstenen pilaren nog veel indrukwekkender dan vanaf de uitzichtplatforms. Het water is nog steeds woest en beukt met grote blauwe golven op de rotsen en op het strand.
Remy heeft even niet opgelet en wordt verrast door één van hen met als gevolg een paar zeiknatte schoenen. Oeps! Het weer betrekt weer wat, maar het blijft gelukkig droog. We gaan nog een keer naar de Loch Ard Gorge.
Stiekem vind ik deze uitzichtpunten nog veel mooier dan die bij de eigenlijk Twelve Apostels.
De zon doet weer even zijn best om me extra te laten genieten. Voorbij Port Campbell zien we de spectaculaire London Bridge. De London Bridge was tot januari 1990 een natuurlijke kalkstenen brug die de zee in liep, maar op 15 januari 1990 stortte die brug ineens in. Gelukkig vielen er geen slachtoffers. Maar het heeft wel een paar uurtjes geduurd voordat de twee toeristen op het nieuwe eiland in zee werden opgehaald met een helikopter.
En ook de Arch en de Grotto zijn prachtige natuurlijke fenomenen waar we onderweg naar het westen met kleine trails naartoe lopen.
Bij de prachtige Bay of Islands begint het weer weer wat te betrekken. We rijden hierna het laatste stukje door het binnenland naar het eindpunt van de Great Ocean Road: de stad Warnambool. Hier bezoeken we de laatste vuurtoren op onze route, de Lady Bay Lighthouse op Flagstaff Hill. Dit is een klein maar schattig wit vuurtorentje met een rood dak. Het ligt bij wat er nog over is van het eens belangrijke havenstadje dat in 1870 druk bezocht werd.
Hiermee sluiten we echt onze tocht af langs deze beroemde oceaanroute.
We rijden door naar onze camping in de Grampians waar we camperen tussen grazende kangoeroes

















Prachtig stuk natuur……………………….
Gaaf, zeg! Zoveel mooie dieren!
lieve Jacqueline en Remy,als ik jullie verslagen lees ,heb ik het idee dat jullie geen minuut rust hebben genomen.Wat een mooie dieren en prachtige vogels!Een beetje nieuws uit deze contreien:bij Ronald hebben ze een zoon gekregen.[Ze hadden eenmeisje].Het is hier nog altijd een beetje winter.[11-13,14 graden]Heerlijk de verwarming aan! Groeten pap en mam.