Het heeft weliswaar een tijdje geduurd, maar het verhaal van onze vakantie is niet compleet als we ook niet het laatste stukje van onze trip hier vastleggen…
Goh, wat een verademing: Brisbane!
Geen last van muggen, vervelende vliegen en ander ongedierte. Het weer is lekker warm en bij lange na niet zo heet en drukkend als in Darwin. Overal lees je dat Brisbane lang niet zo mooi is als Melbourne of Sydney, maar wat ik heb gezien van Brisbane en zijn omgeving kan ik alleen maar zeggen dat ik genoten heb van deze wereldstad.
Brisbane is de hoofdstad van Queensland en is met meer dan 2 miljoen inwoners na Sydney en Melbourne de derde stad van Australië.
Omdat we, door de nachtvlucht vanuit Darwin, al om 05:30 uur op het vliegveld in Brisbane staan en we de komende uren toch niet in ons verblijf kunnen inchecken, besluiten we een auto te huren die we aan het einde van de dag in het centrum nabij ons hostel kunnen terugbrengen. Zo gezegd, zo gedaan en we maken ons op weg richting Lamington National Park.
Lamington National Park ligt op de grens van Queensland en New South Wales en beslaat zo’n 200 vierkante kilometer. We besluiten het Binna Burra gedeelte van het park te bezoeken. Tijdens de slingerweg naar boven passeren we de waarschuwingsborden voor overstekende koala’s en kangoeroes.
Boven aangekomen beginnen we aan de 5 km Caves Circuit wandeling. Via een zigzag pad langs de heuvelrug krijgen we een goed zicht op de omgeving en speuren we naar walibi’s. Jacqueline schrikt van een slang van meer dan een meter lengte die vlak voor haar voeten wegglijdt. Het was waarschijnlijk een Green Tree Snake, maar omdat hij te snel wegglipt hebben we hem helaas niet goed kunnen bekijken.
We zoeken verder naar slangen en walibi’s, maar in plaats daarvan zien we eenzame koala! Ook glippen weer een grote hoeveelheid vogels altijd net weer aan onze lens voorbij. Tijdens de wandeling passeren we enkele mooie rotsformaties en kleine kabbelende beekjes. Op sommige plaatsen zie je nog de sporen van de regenbuien van de voorafgaande dagen. Gelukkig hebben we daar geen last van en laat de zon zich zo nu en dan ook zien…
Na de lunch lopen we de Bellbird Lookout en gaan we driftig op zoek naar deze vogel… Het is een typisch geluid wat de vogel maakt, we horen hem de hele tijd, maar echt zien doen we hem niet. We turen de hele tijd omhoog en als we een ouder Australisch koppel tegenkomen, vragen die ons: “Did you see the Carpet snake back there?”. Wat!?! Waar?!? En ja hoor, op een boomstronk langs het pad lag dus gewoon een grote python (McDowell’s Carpet Python). Vanwege de schutkleur was het ook niet verwonderlijk dat we hem niet hebben zien liggen. En wij maar naar boven kijken op zoek naar vogels! Wat een prachtige slang. Gelukkig is hij (volgens de man) niet gevaarlijk en met een stok rolt de man hem nog een stukje uit. De python is zeker 3 meter lang en heeft een prachtig patroon op zijn huid! Goh, hebben we toch nog een drietal slangen gezien tijdens ons Australisch avontuur…
Een prachtig sluitstuk van een mooie dag in Lamington National Park!
Vanuit ons hostel in West End is het een kleine wandeling richting de South Bank Parklands aan de Brisbane rivier, een mooi aangelegd parkje met een klein zandstrand waar nog enkele gebouwen en kunstwerken staan van de World Expo 1988. We genieten van het mooie weer, de relaxete sfeer en wandelen op ons gemak rond door het park en de aangrenzende winkelstraatjes. Er zijn ook voorbereidingen aan de gang voor de festiviteiten in verband met de geboortedag van Boeddha. Het ziet er mooi uit en we plannen alvast om de volgende dag terug te komen. Kunnen dat nog mooi even meenemen! We steken de Brisbane rivier over naar het centrum van Brisbane en via de mooie oude panden van de Technische Universiteit van Brisbane lopen we de Botanical Gardens in. Een heerlijke rustige plek midden in deze miljoenenstad.
We lopen door naar het centrum, waar nog genoeg mooie 19de eeuwse panden staan om de stad een gezellig uiterlijk te geven. We lopen ‘s avonds terug over de brug naar West End. West End staat bekend om zijn vele cafe’s en restaurants. Er is inderdaad keuze genoeg en we besluiten uiteindelijk om te gaan eten bij een Italiaans restaurant. Het eten smaakt voortreffelijk en het uiterst vriendelijke personeel maakt het er alleen maar beter op. Met een verzadigd gevoel lopen we tevreden terug naar ons hostel…
In de morgen staan we heel vroeg op om de ferry te nemen richting Moreton Island. Het is nog behoorlijk fris op het moment dat we vertrekken en iedereen zoekt de warmte binnen op en kijkt door de ramen naar de opkomst van de zon over Moreton Bay. Moreton Island is één van de grootste zandeilanden ter wereld en bijna het gehele eiland is een nationaal park.
Bij de steiger wachten de aalscholvers en pelikanen ons al op. Ongestoord drogen ze hun veren in de ochtendzon die net doorbreekt. Er is weinig wind, heerlijk weer voor een dagje op het eiland! We lopen langs het strand naar enkele scheepswrakken. We kijken of we via de duinen een stukje het binnenland kunnen, maar de begroeiing is te dicht en we besluiten langs de duinen terug te lopen naar de steiger om te gaan lunchen. We zien en horen weer veel vogels en een Blue-winged Kookaburra laat zich gewillig fotograferen. Na de lunch gaan we op weg naar “The Desert”, een stuk stuifduinen midden tussen bossen. Een kleine hagedis rent voor onze voeten weg de bosjes in.
Als we bij “The Desert” aankomen zien we eigenlijk een groot stuk zand met één hele grote en steile duin. Het schijnt een favoriete lokale bezigheid te zijn om met een stuk karton de steile duin omlaag te sleeën. Jacqueline vind een achtergelaten stuk karton en probeert dit ook te doen, maar het valt niet mee om ondanks de steile helling naar beneden te glijden.
We lopen terug naar de steiger voor de ferry terug. We genieten wel nog even van de laatste zon van onze vakantie. Moreton Island was een mooie afsluiting van de reis, even lekker een dagje heerlijk rustig rondlopen en van de natuur genieten…
Terug in Brisbane brengen we een bezoek aan de festiviteiten naar aanleiding van de geboortedag van Boeddha. Aziatische muziek, dans, vechtkunst demonstraties, vuurwerk en marktkraampjes met Oosters eten, sieraden en andere kleine hebbedingetjes geven een gezellige sfeer. Aangezien we heel vroeg in de ochtend ons vliegtuig moet gaan halen, maken we het niet te laat om nog tijd over te hebben om de koffers te pakken.
Ons laatste stuk van de vakantie brengt ons weer naar Seoul. Via Korean Air krijgen we een vijf sterren hotel nabij de haven in Seoul. We krijgen een prachtige kamer toegewezen. Op de badkamer is er een toilet waarvoor je een handleiding nodig hebt om hem te kunnen bedienen. We eten ‘s avonds een heerlijk aziatisch buffet en na heerlijk te hebben geslapen ontbijten we op ons gemak alvorens we worden opgehaald voor de laatste vlucht.
Op het vliegveld hebben we weer even wat tijd en bezoeken we opnieuw de culturele workshop bij Cultureel Centrum Seoul Airport. Ditmaal laten we ons (en mijn gebrek aan) artistiek talent los op een spiegel, die we met wat lijm en kleine versierselen mogen oppimpen. Natuurlijk mogen we het resultaat weer mee naar huis nemen…
Wat een geweldige vakantie hebben we gehad, maar het zal nog wel een tijdje duren voordat we alle indrukken hebben verwerkt…









