Leshan Buddha

Vroeg in de ochtend gaan we vanuit Chengdu op weg naar Leshan. Na 145 km (zo’n twee uur rijden) bereiken we Leshan en gaan we het complex van de Leshan Buddha binnen. De Leshan Buddha is een beeld van Maitreya (een verschijningsvorm van Boeddha als een grote sterke monnik) die bij een splitsing van drie rivieren bij Leshan uit de rotsen is gehakt. De monnik Haitong dacht dat een groot Boeddhabeeld de sterke stroming op die splitsing tot bedaren zou brengen. Met het maken van de Leshan Buddha is men in 713 begonnen. Echter, pas in 803, zo’n 70 jaar na de dood van deze monnik, werd het werk volbracht. Doordat grote hoeveelheden rotsen, die tijdens het werk werden weggehakt, in het water terecht kwamen, werd de stroming zodanig veranderd, dat het inderdaad veiliger werd voor passerende schepen…

Maatje XXXXXL

Maatje XXXXXL

Het is de grootste stenen Boeddha ter wereld met zijn 71 meter hoogte. Hij is meer dan 24 meter breed en onder andere zijn de voeten 9 meter lang. Ooit was er ook nog een dertien verdiepingen hoog dak boven de Boeddha gebouwd, om hem tegen de regen en de zon te beschermen, maar die is tijdens de Yuan Dynastie door de Moren vernietigd. Tevens bevat de Boeddha een drainagesysteem om verder verweren tegen te gaan.

Wierook bij de Lingyun Tempel

Wierook bij de Lingyun Tempel

Het is zondag en dat is te merken aan de nog grotere hoeveelheid Chinese toeristen dan normaal die ook een kijkje willen nemen. We lopen in het park omhoog. In de rotsen zijn hier en daar kleinere Boeddha beelden te zien. We bezoeken de Lingyun Tempel, waar de Chinezen massaal wierook staven kopen en vervolgens aansteken. Tevens zien we vele Chinezen voor de verschillende Boeddha beelden bidden of om zegeningen vragen.

Halverwege de trap

Halverwege de trap

We sluiten achteraan (wij zijn tenslotte geen Chinezen) in de lange rij met wachtenden die langs de Boeddha willen lopen. We doden de tijd met het kijken naar de kleding van de Chinezen: van de onmogelijke combinaties van de jeugd (de modepolitie zou hier een stevige klus hebben) tot aan de prachtige klederdracht van groepen ouderen. Tegenovergesteld zijn wij het middelpunt van de honderden wachtenden die ons vol verbazing aanstaren, want in het hele park zijn nauwelijks buitenlandse toeristen te vinden.
Na zo’n drie kwartier hebben we eindelijk de top van de trap bereikt, waarlangs we gaan afdalen langs de Leshan Boeddha. Het is een drukte van belang en dus duurt het afdalen van de 71 meter naar beneden ook een klein uurtje. Vanaf de trap en enkele uitkijkpunten heb je een prachtig zicht op de gigantische Boeddha. Gewoon overweldigend om zoiets te zien!

Vanaf beneden voel je je echt klein

Vanaf beneden voel je je echt klein

Op de weg omlaag zie je ook hier weer verschillende taferelen en Boeddhabeelden uitgehakt in de rotsen langs de trap. Eenmaal beneden gekomen genieten we nog even van het geweldige uitzicht…
We lopen op ons gemak via de rotswand bij de rivier aan andere kant naar boven en gaan verder rondkijken in het park, want net als enkele andere parken die we al bezocht hebben, valt er veel meer te zien dan alleen die ene Boeddha.

Haoshang Bridge

Haoshang Bridge

Zo is er aan de andere kant van het park de Haoshang brug, mooier zie je ze niet…

We lopen terug naar de uitgang van het park die ons terug naar de auto brengt en nemen nog een laatste kijkje bij de Boeddha. De rijen zijn inmiddels wat korter geworden, maar de trappen naar beneden staan nog steeds vol. En dat is eigenlijk terecht, want zoiets als de Leshan Buddha moet je gewoon gezien hebben om echt te bevatten hoe overweldigend het is…

De trappen staan nog steeds vol…

 

Geplaatst in China, Sichuan | 1 reactie

Panda Breeding Center in Chengdu

Vijf snotneuzen van ongeveer anderhalf jaar oud.

Vijf snotneuzen van ongeveer anderhalf jaar oud.

Halverwege de reis is het dan eindelijk zover. We gaan het levende icoon van China bezoeken: de Panda. Dit dier kwam en komt alleen in China voor. Tegenwoordig zijn ze in het wild in nog maar vijf berggebieden in de provincies Sichuan, Shaanxi en Gansu te vinden. Ze worden met uitsterven bedreigd. Er zijn nog maar zo’n 2000 panda’s in het wild te vinden.

Rode panda's zijn ook best nieuwsgierig!

Rode panda’s zijn ook best nieuwsgierig!

Lang leve de lol!

Lang leve de lol!

Dat is dan ook de reden dat men tientallen jaren geleden al veel onderzoekscentra heeft opgezet om het gedrag van dit dier te bestuderen en de voortplanting te stimuleren.
Er waren rond Chengdu drie grote centra. Maar de zware aardbeving van 2008 heeft één van de meest natuurlijke ervan deels verwoest. Daardoor heeft men een groot aantal panda’s naar het centrum even buiten Chengdu gebracht.

Hier heeft men inmiddels zo’n 80 panda’s. Ze zijn niet allemaal te zien omdat er natuurlijk ook mee gefokt wordt. We zitten midden in het ‘love making season’ dat duurt van maart tot en met mei.
De panda werd pas in 1869 ontdekt door een Fransman. Deze bracht een pels in de bewoonde wereld. Chinese geleerden waren het er lang niet over eens wat voor diersoort het was. Of het meer behoorde tot de wasberen familie of dat het een op zichzelf staande diersoort was.

En als je gegeten hebt kruip je voor een tukje voor de rest van de dag in een boom.

En als je gegeten hebt kruip je voor een tukje voor de rest van de dag in een boom.

Uiteindelijk wees recent genetisch onderzoek uit dat het dier tot de berenfamilie behoort. Het heeft ook vleeseters als voorouders. Maar daar houden de overeenkomsten op. Door de eeuwen heen heeft het zich moeten aanpassen aan de frisse vochtige omstandigheden van hun leefomgeving. Bamboe was overvloedig aanwezig. Van een carnivoor is het tot een vegetariër geworden. Een panda eet zo’n 14-20 kilo bamboe per dag.

In het wild leven de panda’s solitair. Tijdens het vrijageseizoen verspreiden vrouwtjes sterke geursporen zodat ze gevonden worden door ook solitair levende mannetjes. Met een beetje geluk vinden ze elkaar en paren ze. Het is gebruikelijk dat er tweelingen geboren worden. Maar in het wild overleeft meestal alleen de sterkste van de twee. Hier worden alle baby panda’tjes nauwlettend in de gaten gehouden. Dus 90-95% overleeft het.

Eten gaat ook prima liggend!

Eten gaat ook prima liggend!

Men beweert dat de centra het doel hebben om de panda’s terug te zetten in de vrije natuur.
Maar tot nu toe is daar weinig van terecht gekomen. De meeste panda’s gaan uiteindelijk naar dierentuinen over de hele wereld. Daar verdienen de Chinezen veel geld aan. Slechts enkele zijn daadwerkelijk in de vrije natuur teruggezet. Maar dat aantal is op twee handen te tellen.

Van panda's kijken word je vrolijk.

Van panda’s kijken word je vrolijk.

Geplaatst in China, Sichuan | 1 reactie

Songpan, Huanglong en Munigou

Winkelstraatje in Songpan

Winkelstraatje in Songpan

Na een 4 uur durende reis slingerend door de dalen komen we aan in Songpan. Tijdens de Ming dynastie werd hier een garnizoen geplaatst om een bergpas richting Tibet te bewaken. Tegenwoordig is deze oude vestingstad (op 2850 meter hoogte) een aaneenschakeling van een aantal leuk aangeklede winkelstraatjes waar voornamelijk Tibetaans spullen aan de toeristen wordt aangeboden. Verder is Songpan de voornaamste uitvalsbasis voor mensen die de omringende natuurparken Jiuzhaigou, Huanglong en Munigou willen bezoeken…

Op 4007 meter hoogte het uitzicht op de Xuebaoding Snow Mountain Peak

Op 4007 meter hoogte het uitzicht op de Xuebaoding Snow Mountain Peak

Huanglong was voor mij één van de plekken waar ik voor de vakantie het meeste naar uit had gekeken. De beelden die mij voor ogen stonden was er één van prachtige met water gevulde kalkterrassen in verschillende kleuren. Mijn enthousiasme werd echter al snel op de proef gesteld toen we te horen kregen dat in deze tijd van het jaar maar heel weinig water in het park aanwezig is en waarschijnlijk alleen de zogenaamde “Five Color Lakes” met water gevuld zouden zijn. En de weersverwachting zou ook al niet al te goed zijn…

Nieuwsgierige chipmunk

Nieuwsgierige chipmunk

We besluiten toch maar het park te bezoeken. Op de weg ernaar toe slingeren we omhoog over een bergpas en stoppen op het hoogste punt: 4007 meter. Het is nog wat heiïg maar het biedt een mooi uitzicht op Xuebaoding Snow Mountain Peak, met zijn 5588 meter de hoogste piek in de buurt. We dalen weer af naar zo’n 3200 meter hoogte waar het Huanglong National Park ligt. We beginnen op ons gemak naar boven te lopen (we moeten vanaf 3198 meter hoogte zo’n 350 meter klimmen naar de top op 3553 meter), en worden meteen begroet door een zeer nieuwsgierige chipmunk die zelfs tegen het been van Jacqueline omhoog kruipt.

Mossen op de droge waterval in Huanglong

Mossen op de droge waterval in Huanglong

Het is te merken dat we nog buiten het regenseizoen zitten, want overal om ons heen zien we honderden kleine en grotere kalkterrassen zonder een spatje water. Zelfs nu het droog staat ziet het er indrukwekkend uit. Hoe moet dat in de (natte) zomermaanden wel niet uit zien als het water overvloedig van terras naar terras stroomt!
Gelukkig zijn er nog wel enkele kalkterrassen gevuld met water en kabbelt er hier een daar een beekje omlaag. Ook maken de verschillende kleuren van de mossen een schouwspel van een droge waterval. Inmiddels laat de zon zich flink zien en puffen we even uit na elke lange steile trap.

Indrukwekkend zelfs zonder water

Indrukwekkend zelfs zonder water

Trap na trap klimmen we hoger en zien we overal kalkterrassen en kleine watervalletjes. Het park is gigantisch groot, vele malen groter dan bijvoorbeeld Pammukale in Turkije. We raken steeds meer onder de indruk. Na zo’n twee en een half uur klimmen, kijken en fotograferen, komen we boven aan bij een tempel, waar we even lekker in het zonnetje gaan lunchen, en dan op naar het hoogtepunt van het park: de “Five Color Lakes”. In het zonlicht zijn de verschillende kleuren van de 980 verschillende kalkterrassen die de “Five Color Lakes” vormen goed te zien. Wat een prachtig schouwspel. We genieten met volle teugen.
We zijn erg blij dat we de beslissing hebben genomen om Huanglong te gaan bezoeken. Het weer was weer prachtig en Huanglong is voor mij één van de hoogtepunten van de reis.

Five Color Lakes

Five Color Lakes

Five Color Lakes

Five Color Lakes

De Five Color Lakes

De Five Color Lakes

Zhaga Waterfall in Munigou

Zhaga Waterfall in Munigou

Er is nog veel meer te zien in het Zhaga stuk van Munigou

Er is nog veel meer te zien in het Zhaga stuk van Munigou

Een van de meertjes van het Erdao Lake deel van Munigou

Een van de meertjes van het Erdao Lake deel van Munigou

Aangemoedigd door het mooie weer van gisteren (en dezelfde weersvoorspelling voor vandaag) besluiten we ook Munigou te bezoeken. Dit park bestaat eigenlijk uit twee gedeeltes: Zhaga Waterfall en Erdao Lake. Zhaga Waterfall is een schitterende waterval van zo’n 35 tot 40 meter breed en 93 meter hoog. Net als in Huanglong verbazen ons over de grootte van het park. Het park beslaat zo’n 5 km en bestaat ook verder uit talloze mooie kleine watervalletjes, stroomversnellingen en beekjes. Prachtig om te zien. De zon schijnt weer en we wandelen lekker langs alle bezienswaardigheden. Het Erdao Lake gedeelte bestaat uit een beboste smalle vallei (zoveel bos zie je niet op deze hoogte) van 5 km waartussen een riviertje kabbelt met een aantal meertjes, waarvan de meeste in dit gedeelte van het seizoen nog droog staan. We zien een aantal mooie fazanten, maar helaas slaat het weer om en begint het stevig te regenen en verlaten we snel het park. In Munigou is vooral het Zhaga Waterfall stuk erg mooi, al met al een mooie dag…

 

 

 

 

 

Blue Eared Pheasant

Blue Eared Pheasant

Geplaatst in China, Sichuan | 1 reactie

Lang Mu Si

Milarepa Palace, een uniek 9 verdiepingen tellende Tibetaanse toren.

Milarepa Palace, een uniek 9 verdiepingen tellende Tibetaanse toren.

De rit van Xiahe naar Lang Mu Si is landschappelijk mooi. Komend van de frisse en wat dorre heuvels rond Xiahe op zo’n 2900 meter rijden we zuidwaarts naar wat groenere sappiger graslanden. Na een uur of twee komen we bij de grootste stad van het arrondissement Gãnnán in de provincie Gansu: Hézuò. Deze modern ogende, zich rap uitbreidende stad heeft twee belangrijke trekpleisters:

De negen verdiepingen tellende Milarepa Palace. Deze toren is bijna uniek in de Tibetaanse wereld. Er schijnt een heilige meteoriet in te liggen. Ook hier zien we Tibetanen met hun gebedskralen rondjes rondom de muur rond de toren lopen. Helaas hebben we geen tijd om hier naar binnen te gaan. Maar wel genoeg tijd natuurlijk voor wat foto’s.

Stupa's bij de ingang van het Tso Gompa klooster complex

Stupa’s bij de ingang van het Tso Gompa klooster complex

Een van de grote gebouwen van het Tso Gompa klooster complex

Een van de grote gebouwen van het Tso Gompa klooster complex

De tromroffelende monnik in het Tso Gompa klooster complex

De tromroffelende monnik in het Tso Gompa klooster complex

 

Niet ver er vandaan ligt het belangrijkste klooster van de stad: de Tso Gompa. De gouden daken van de diverse gebouwen blinken in de zon. Het klooster is nog maar zo’n 30 jaar oud, ligt prachtig tegen de berghelling vanwaar je uitzicht hebt op de stad. De toegangsweg is groots met aan weerszijden vier witte stupa’s met gouden toppen.
Terwijl we de diverse gebouwen bezoeken zien we yaks die gemoedelijk voor de tempelgebouwen staan te grazen. En als we de trappen willen bestijgen naar een hoger gelegen tempel komt er zelfs een yak over die trap naar beneden gedenderd. Doet me bijna aan India denken waar overal de heilige koeien op straat lopen. Uit een van de tempels komt een monotoom geluid. Eerst vermoed ik timmerwerkzaamheden. Maar bij de ingang blijkt dat binnen een monnik met een stok op de trommel zijn mantra’s met een snel en indringend geroffel begeleid.
Een indrukwekkend kloostercomplex. Weer heel anders dan het Labrang klooster in Xiahe.

 

 

 

 

Een van de uitzichten op onze wandeling

Een van de uitzichten op onze wandeling

De Chinese berg marmot, met staart toch zeker 80 cm lang

De Chinese berg marmot, met staart toch zeker 80 cm lang

Na een gezamenlijke Chinese lunch met diverse smakelijke gerechten, zo leren we de Chinese keuken goed kennen, stoppen we onderweg naar Lang Mu Si nog één maal voor een wandeling van zo’n anderhalf uur. De heuvels zijn hier wat groener en bieden doorkijkjes naar ver weg gelegen nog enigszins besneeuwde bergtoppen.
Eindelijk lukt het ons hier om een Chinese bergmarmot op de foto en film te krijgen. Jippie!

Yurt

Yurt

Lang Mu Si ligt op 3300 meter, is kleiner dan Xiahe en oogt ook heel wat traditioneler. Maar ook hier worden in rap tempo veel nieuwe gebouwen uit de grond gestampt.
Ben blij dat we hier nu zijn. Voor wie nog wil gaan, denk niet dat je lang moet wachten. Over vijf jaar herken je het hier waarschijnlijk niet meer terug en is de authentieke sfeer waarschijnlijk helemaal verdwenen.

Sky burial site nabij Langmusi

Sky burial site nabij Langmusi

Hier bezoeken we op een stralende maar frisse ochtend eerst de sky burial site die boven het klooster ligt. De Tibetanen begraven hun doden niet. De dode wordt in stukjes gehakt en vervolgens worden de stukken lichaam op deze site aan de gieren geofferd.
Klinkt nogal heftig. Was in India al geshockeerd door de wetenschap dat de oudste zoon tijdens de lijkverbranding de schedel van de dode in moest slaan om zijn geest te bevrijden…, maar dat je het lichaam in mootjes moet hakken omdat de gieren hun eetporties anders niet aan kunnen… Dit wordt overigens gedaan door of een monnik of door zogenaamde rogyapas ofwel bodybreakers. Een apart beroep dus. De botten die overblijven worden verpulverd en vermengd met tsampa (gerst bloem met thee en yakboter of melk). Dat wordt dan aan de kraaien en de haviken gegeven die hebben gewacht tot de aasgieren weg waren.
Een aparte traditie. Geloof dat ik daar maar niet verder over na moet denken!
Het is wel een praktische manier. De grond is te hard om het lichaam te begraven en hout voor verbranding is vaak schaars of te kostbaar. Op zich is het ook wel iets wat past bij het boeddhistisch geloof. En ten slotte vergaat op deze manier het lichaam ook tot stof en kan volgens het geloof de ziel van de overlevende makkelijk van het ene naar het volgende leven over gaan.

Tempels van Sertri Gompa

Tempels van Sertri Gompa

Het is vandaag, 6 mei, de geboortedag van Boeddha. Vorig jaar maakten we in Brisbane een festival van een aantal dagen mee ter ere van dit feest. Hier in China gaat men uit van de maankalender en is april (bij ons mei) de gebedsmaand waarin meerdere gebedsceremonies worden gehouden.

 

Monniken zijn bezig met het inschenken van thee tijdens de ceremonie

Monniken zijn bezig met het inschenken van thee tijdens de ceremonie

Biddende monniken

Biddende monniken

Gebedshal van de Sertri Gompa

Gebedshal van de Sertri Gompa

Monniken worden overgoten met water

Monniken worden overgoten met water

Als wij het kloostercomplex van Sertri bezoeken horen we typische geluiden uit een lager gelegen tempelcomplex komen. Hier hebben tientallen monniken zich verzameld op het plein voor de gebedshal. Er zijn diverse tafels opgesteld waar jonge monniken kommetjes volschenken. De ouderen zitten verderop met instrumenten op de grond en zingen en brommen hun mantra’s.

 

Een indrukwekkende belevenis. Terwijl zij daarmee doorgaan bezoeken wij de gebedshal. Achter in de hal, op een verhoogd plateau staan 6 grote Boeddha’s opgesteld. Drie ervan symboliseren het verleden, het heden en de toekomst. De hal is rijkelijk versierd met beschilderde wanden met Boeddha’s in verschillende houdingen, beschilderde houten zuilen, een druk bewerkt plafond en lampen gehuld in kleurrijke gedessineerde stoffen. Een sfeervol geheel.
Weer buiten blijkt de ceremonie zowat ten einde. Buiten de omheining worden grote schalen water over sommige monniken en mannen uitgegoten. Een soort reinigingsritueel?

 

De Sertri Gompa, gebouwd in 1748, was compleet verwoest door de culturele revolutie. Pas in 1981 werd het complex gereconstrueerd. Dat is ook hier goed te zien aan de blinkend gouden daken. Maar de gebedsmolens zien er toch wel ouder uit. Vermoed dat die wel bewaard zijn gebleven.

 

 

Na de lunch gaan we ’s middags weer aan de wandel. Lang Mu Si is een typisch dorp. Er loopt een kleine rivier, the White Dragon River, doorheen die het dorp in tweeën splitst. Aan de ene kant zit je nog in de provincie Gansu aan de andere kant sta je dus in de provincie Sichuan. Vanochtend zaten we dus in Gansu en vanmiddag gaan we naar Sichuan. Hier ligt een prachtige kloof waar je doorheen kunt wandelen.

Monniken steken de waxinelichtjes aan

Monniken steken de waxinelichtjes aan

Bij de ingang treffen we al een aantal muurschilderingen en grotten aan. Er zijn in deze kloof meerdere heilige grotten waarvan er één gewijd is aan de Tibetaanse godin Palden Lhamo. Een andere wordt ook wel de tijgergrot genoemd. In deze grot met wat grove druipstenen horen we stemmen. Blijkt dat hier een aantal jonge monniken honderden waxinelichtjes hebben opgesteld in een patroon en die steken ze dus allemaal aan. Enkele oudere monniken begeleiden de leerling monniken. Mooi om dit mee te mogen maken.

Het pad door de kloof steekt in het begin een aantal keren een stroompje water over met wat geïmproviseerde bruggetjes. Later gaat het over een keien pad langs steile, grillige wanden naar een open grasvlakte. De uitzichten zijn prachtig. Het wordt even spannend als we een paar woest blaffende en aan hun touw rukkende Tibetaanse waakhonden moeten passeren. Die schijnen echt heel agressief te zijn. Ze worden vooral ’s nachts losgelaten om ervoor te zorgen dat de wolven er niet vandoor gaan met een van de vele loslopende schapen of lammetjes.

De schapen worden bij elkaar gedreven...

De schapen worden bij elkaar gedreven…

Bij het kampement liggen bossen sprokkelhout. Het wordt hier ’s nachts goed koud (nog onder het vriespunt) en de Tibetaanse herders blijven hier boven bij de schapen overnachten.
Verder door zien we honderden schapen en geiten op de steile, grillige berghellingen. En een stuk verder komt er een kudde bij elkaar gedreven schapen op ons af. De Tibetaanse herderin gebaart dat we aan de kant moeten gaan. Ik vermoed dat ze de komende dagen toch ander weer verwachten en dat ze daarom de schapen van de hoger gelegen graslanden terug naar beneden brengt.

Uitzicht vanaf een klein plateau

Uitzicht vanaf een klein plateau

Wij lopen nog verder naar een plateau met prachtig uitzicht op de omringende bergen.
Een half uur later zien we haar daar nog een kudde schapen verzamelen. Wij lopen achter haar aan terug naar de open vlakte. Ondertussen pikt ze nog een bos sprokkelhout op.
Het is al laat en wij lopen weer naar de ingang van de kloof. We kunnen het niet laten om in de tijgergrot te kijken of alle lichtjes nog branden. Helaas zijn er al een fiks aantal opgebrand. Maar we zien er nog wel een monnik die hier mediteert terwijl hij een bos wierook opbrandt.

Het was weer een prachtige dag in een geweldig mooie omgeving. Had hier nog best een tijdje willen blijven. Maar morgen vertrekken we dus richting Songpan. Hoop dat we daar net zo’n fantastisch weer treffen.

De foto’s zien er in de tekst niet altijd scherp uit. Wanneer je ze aanklikt zie je ze in een apart venster en zijn ze wel scherp.

Veel kijkplezier!

Geplaatst in China, Gansu, Sichuan | Reacties uitgeschakeld voor Lang Mu Si

Xiahe: Tibetaanse Nomaden

Monniken in Labrang

Monniken in Labrang

Labrang klooster met een Tibetaanse stupa op de voorgrond

Labrang klooster met een Tibetaanse stupa op de voorgrond

We zijn aangekomen in de “autonome Tibetaanse” provincie Gansu, de armste provincie in China, bij Xiahe. Xiahe is een plaats op 2920 meter hoogte met zo’n 80.000 inwoners, wat voor Chinese maatstaven nog niet eens een dorp mag worden genoemd. Meteen vallen mij drie dingen op: de grote hoeveelheid boeddhistische monniken in hun purperen kledij, de niet Chinese gezichten en de veelal niet westerse kleding.

De reden van de grote hoeveelheid monniken is ook één van de twee redenen om Xiahe te bezoeken: het Labrang klooster van de geelkapmonniken (er zijn acht verschillende hoofdstromingen in het Tibetaanse geloof). De Yamyang Lama heeft hier zijn zetel, na de Dalai en de Panchen Lamas de belangrijkste “levende Boeddha”. Oorspronkelijk huisden er 4000 monniken in het klooster, maar de Chinese regering heeft dit nu beperkt tot maar 1200.

Tibetaanse met bidkraal die de kora loopt

Tibetaanse met bidkraal die de kora loopt

We krijgen een rondleiding over het terrein van het klooster, maar mogen helaas niet fotograferen in de tempels. Dat is jammer, want vooral de medicijntempel, de tempel van de wijsheid en de gebedstempel zijn een lust voor het oog. De monniken kunnen hier zes verschillende opleidingen volgen, waaronder medicijnen, rechten en filosofie, die wel 25 jaar kunnen duren. Op het terrein zien we veel monniken en lokale bevolking die eindeloos rondjes om de verschillende stupa’s lopen, sommige met een bidkraal in hun hand. Honderden lopen hun rondje (de kora) langs de gebedsmolens die ze met de klok mee laten draaien.

Jacqueline met links de gebedsmolens en rechts een iemand die de korlam doet

Jacqueline met links de gebedsmolens en rechts een iemand die de korlam doet

Ze willen maar al te graag een foto van je nemen

Ze willen maar al te graag een foto van je nemen

We zien de bekende bedevaartgangers die meter voor meter opstaan, naar de hemel biddend weer knielen, gaan liggen en dan weer opstaan (de korlam). Van jong tot oud! Wat een toewijding voor hun geloof!!!

Het is prachtig om te zien, de mooie gezichten, de vriendelijke of verlegen lach die je wordt toegeworpen, de klederdracht en de jonge monniken die zitten te ginnegappen al turend op hun mobieltje.

De andere reden voor een bezoek aan Xiahe zijn de omringende graslanden en zijn nomaden bevolking. Vijftig procent van de bevolking in Gansu is Tibetaans en een steeds kleiner deel leeft nog traditioneel als nomaden. Ze trekken met hun yak en schapen kuddes elk half jaar van hun winterverblijf naar hun zomerse weidegronden en vice versa.

Een grotere gebedsmolen

Een grotere gebedsmolen

Niet alleen de urbanisering van de jeugd maar ook de beperkingen en onderdrukking van de Chinese regering zijn oorzaken voor de dreigende teloorgang van de Tibetaanse nomadencultuur. De Chinese gids en de lokale gidsen vermeiden het onderwerp, maar als we in ons eentje rondkijken en gesprekken met de lokale bevolking op straat aanknopen, dan krijgen we genoeg te horen over wat er zich zoal buiten de media afspeelt. Zo kunnen de meeste Tibetanen geen paspoort meer krijgen of wordt hun paspoort zonder reden afgenomen, om te voorkomen dat ze naar het buitenland (naar India waar de Dalai Lama naartoe verbannen is) kunnen reizen. De drie zelfverbrandingen van monniken in Labrang sinds de annexatie door China worden hier echt niet in de lokale media vermeld.
Opvallend is echter dat de lokale mensen geen haat koesteren tegen de individuele Chinezen, een mooie boeddhistische gedachte…

Sangke graslanden

Sangke graslanden

In de omgeving van Xiahe zijn twee graslanden: Ganjia en Sangke. Met de groep maken we een wandeling over de Sangke graslanden.
Omdat het gras nog niet hoog genoeg is zijn de meeste nomaden families nog bij hun winterverblijf. Het gras krijgt pas in juni zijn echte groene kleur. We zien geen kudde yaks of schapen tijdens onze wandeling, echter de uitzichten op deze hoogte (we zijn tot zo’n 3769 meter geklommen) zijn spectaculair. In de verte zien we de witte toppen van nog hogere bergen.

Jacqueline doet een wens

Jacqueline doet een wens

Op de top van één van de heuvels laat de lokale Tibetaanse gids ons meedoen aan een lokale traditie. Je doet een wens en je gooit een hoop papiertjes de lucht in, in de hoop dat de berg god je wens ziet en in vervulling brengt…

Op de weg naar een lokale marktplaats zien we kuddes yaks en schapen grazen. We zien ook grote marmotten (die ons te snel af zijn) en uit de kluiten gewassen “wolmuizen”.

Yaks en schapen op de Sangke graslanden

Yaks en schapen op de Sangke graslanden

Als we op de marktplaats rondlopen slaat opeens het weer om, er steekt een flinke wind op en binnen een half uur zitten we midden in een sneeuwbui (het vriest hier een paar graden ‘s nachts en overdag zo’n 10 tot 12 graden, maar met een zonnetje is het heerlijk toeven). Tijdens de sneeuwbui (gelukkig in de bus) bereiken we de nomaden familie. Het landschap is inmiddels helemaal wit geworden, prachtig om te zien!

Tijdens de sneeuwbui

Tijdens de sneeuwbui

Half uur na de sneeuwbui

Half uur na de sneeuwbui

De yak yoghurt smaakt prima

De yak yoghurt smaakt prima

Het is erg knus in het nomaden huis en we krijgen een soort pap gemaakt van witte melk thee en barley (gerst, het enige wat goed gedijt op deze hoogtes), die we zelf moeten roeren en met stokjes moeten eten. Het heeft niet veel smaak, maar is ook niet vies. Vervolgens krijgen we hun zelfgemaakte yak yoghurt en die smaakt voortreffelijk!
Als we weer naar buiten lopen zien een helderblauwe hemel, is de sneeuw helemaal weg en schijnt de zon volop. Prachtig!

Zo lief...

Zo lief…

We lopen richting een kudde yaks van de familie. De lokale gids komt aangelopen met een yak jong van net een week oud. We mogen hem vasthouden, de vacht voelt zacht aan en het jong blijft rustig onder alle aandacht.
We rijden terug naar Xiahe en stoppen nog op enkele plekken om foto’s te maken van het prachtige landschap met kuddes yaks die op de heuvels staan te grazen…

Een Tibetaan met zijn hond

Een Tibetaan met zijn hond

Met gemengde gevoelens verlaat ik Xiahe. Het is een mooie gebied met ontzettend vriendelijke mensen, echter de wetenschap van de aanwezige onderdrukking en armoede (menig bedelaar klampte zich aan ons vast) van een bevolkingsgroep laat een zeer wrange smaak achter…

Geplaatst in China, Gansu | 7 reacties

Het terracotta leger van Xi’an

DSC01256

Na een drukke week in Beijing is de volgende (nachttrein-)stop Xi’an. Deze ongeveer duizend jaar oude stad is de trots van de provincie. Nog steeds worden er, zelfs midden in het centrum bij wegwerkzaamheden en dergelijke, nog veel oudheidkundige vondsten gedaan. En ook de volledig intacte muur rondom de oude stad met al zijn wachttorens die ’s avonds feeëriek verlicht worden is een grote trekpleister.

Maar de stad is vooral beroemd vanwege het in 1974 ontdekte terracotta leger.

Net als de Egyptenaren geloofden de Chinezen kennelijk in een hiernamaals. En dus liet keizer Qin Shi Huang, die als 13 jarige al aan de macht kwam, gedurende zijn leven zo’n 720.000 arbeiders werken aan de voorbereiding van zijn leven na de dood.
En kennelijk vond hij het wel nodig dat hij in zijn volgende leven ook een leger tot zijn beschikking had. Hij liet behalve een tombe die tot op heden nog niet geopend is en die gevuld zou moeten zijn met keizerlijke schatten en rivieren van kwikzilver, een heel leger na van duizenden krijgers in alle rangen en standen.

De soldaten van het terracotta leger staan opgesteld in rijen van vier.

De soldaten van het terracotta leger staan opgesteld in rijen van vier.

Dat leger is nu te bezichtigen in drie opgravingsputten. De eerste hal is de meest bezienswaardige. Daar staan de meeste gerestaureerde krijgers. Toen het leger gevonden werd lag alles in gruzelementen. Deels vernield door boze burgers die het in het verleden niet eens waren met de politiek, maar ook grotendeels beschadigd door alle aardbevingen die er in die tijd geweest zijn.
Nu is men nog steeds bezig met de restauratie. Aan iedere krijger wordt zo’n 4-6 maanden gewerkt voordat alle deeltjes weer aan elkaar gelijmd zijn.

Deze soldaten zijn vast van een hogere rang...

Deze soldaten zijn vast van een hogere rang…

De hal is enorm en het licht vrij schaars. Het is heel indrukwekkend om die lange rijen soldaten te zien staan in de diepe sleuven in de grond. Men gebruikte mallen voor de lijven armen en benen. Maar de hoofden werden allemaal apart gemaakt en dus is er niet een dezelfde soldaat te zien. Ook al niet vanwege de verschillende kostuums die de diverse rangen aangeven.
De soldaten hadden kennelijk diverse wapens en staan dan ook in die houdingen opgesteld maar omdat die wapens van hout waren gemaakt zijn ze door de tijd heen tot stof vergaan. Hier en daar staan ook een paar paarden tussen de krijgers.

Een close up portret van een van de krijgers.

Een close up portret van een van de krijgers.

Helaas is het ongelooflijk druk. Het is 1 mei en alle Chinezen hebben dan ook een vrije dag en vaak een vrije week. En aangezien Chinezen ook van reizen en bezienswaardigheden houden… Het is dringen voor een plaatsje aan de reling om foto’s te kunnen maken.
Vraag me af hoe de meeste foto’s eruit gaan zien. Kostte mij aardig wat tijd om de juiste witbalans en ISO instelling te vinden om nog enigszins scherpe en herkenbare foto’s te maken. En dan had ik nog het geluk dat Remy zich als een beschermengel achter mij opwierp om me zoveel mogelijk te beschermen tegen duwende chinezen naast en achter mij die ook proberen vooraan te komen.

Een van de weinige zittende soldaten.

Een van de weinige zittende soldaten.

In de eerste hal zijn ruim 2000 soldaten te zien. Ze staan opgesteld in rijen van vier verspreid over 11 gangen. De hal is bijna 200 meter lang!  Je kijkt bijna overal op de krijgers neer. Alleen in het achterste deel van de hal staat een deel op ooghoogte (maar ook op grotere afstand). Oorspronkelijk waren de terracotta figuren beschilderd. Maar de op natuurlijke basis gemaakte kleurstoffen konden kennelijk niet goed tegen het licht en zijn dus jammer genoeg vergaan. Er zijn nog wel gekleurde krijgers, maar die houden ze goed afgedekt totdat ze een oplossing hebben voor het probleem van de verdwijnende kleuren. Er zijn ook geruchten dat ze in de toekomst de beelden weer willen gaan beschilderen. Hopelijk gebeurt dat dan met meer gevoel dan waarmee sommige tempels gerestaureerd zijn. Want die komen op mij wat kitscherig over. Maar goed de Chinese smaak is ook niet bepaald de mijne met hun voorkeur voor glitters en goud.Dat China in die tijd ook al een multiculturele samenleving had is goed te zien bij dit leger. Er zijn duidelijke verschillen te zien in typen soldaten. Sommige met een hele donkere huidskleur, sommige met verfijnde trekken, anderen weer met meer grove, Mongoolse trekken… Dat maakt het zo boeiend om naar te kijken.

Een multi cultureel leger!

Een multi cultureel leger!

In de tweede hal zijn een stuk minder soldaten te zien en ook minder goed bewaarde exemplaren. Maar enkele topstukken staan hier in vitrines mooi uitgelicht. De krachtige gezichtsuitdrukkingen zijn prachtig om te zien.

De derde hal toont nog minder beelden. Hier is de opstelling van de gangen beter te zien.

De vierde hal brengt de geschiedenis van het museum tot leven en toont de bronzen stukken die teruggevonden zijn. Twee grote opstellingen van krijgerwagens getrokken door paarden staan hier opgesteld. Echt heel fraai. Ben gek van de paarden die ook zo hun eigen uitdrukkingen hebben.

Een rijtuig getrokken door vier paarden in brons

Een rijtuig getrokken door vier paarden in brons

Na bijna 2,5 uur hebben we het wel gezien en gaan we lekker voor waarschijnlijk één van de laatste mogelijkheden voor een bruine boterham… de Subway.
Yes!!!  Een heerlijke Tuna footlong om de trek na het noodle ontbijt weer weg te werken. Ik neem gelijk nog een halve mee voor de lunch van morgen. Dan zitten we in het Tibetaanse deel van China waar je waarschijnlijk niet meer doodgegooid wordt met Mac Donalds en KFC filialen. Niet dat we daar deze reis niet blij mee waren. De chickenburgers smaken me beter als ontbijt of lunch dan het zoete brood dat ze hier vaak hebben bij bakkers of de witte casino sneetjes bij het ontbijt.

Hier wordt met hamers een brei van pinda's, gecaramelliseerde suiker en sesamzaad tot een platte lap geslagen die tot een soort bladerdeeg gevouwen wordt.

Hier wordt met hamers een brei van pinda’s, gecaramelliseerde suiker en sesamzaad tot een platte lap geslagen die tot een soort bladerdeeg gevouwen wordt.

Terug in Xi’an gaan we nog een keer de ontzettend gezellige moslimwijk in.
De diverse eetstalletjes zijn een lust voor het oog. Van varkenspootjes tot spiesjes met inktvis, kebab of ingewanden… Notenwinkeltjes met walnoten zo groot als je ze in Europa nog nooit gezien hebt. Die worden hier ook gekruid met zout en of peper in een soort deegtrommel. En dan die kraampjes waar mannen met grote houten hamers een soort pinda brei vermengd met kruiden of sesamzaadjes helemaal fijn slaan en opvouwen en weer slaan alsof ze bladerdeeg aan het bereiden zijn. Een typische delicatesse van hier waar wij geen weerstand aan kunnen bieden. Weet alleen niet of de doos Nederland bereikt… hihi.

Een vriendelijke moslim in de gezellige moslimwijk van Xi'an

Een vriendelijke moslim in de gezellige moslimwijk van Xi’an

Vanavond stappen we weer in de (laatste) nachttrein.
Dan laten we de grote steden achter voor een ‘dorp’ 80.000 inwoners in de meest arme provincie van China: Gansu.
Het ligt tegen Mongolië en Tibet aan en herbergt meerdere minderheden van China: de Tibetanen, de Hui, Mongolen, Salar, de Dongxiang en de Kazakken.

Op naar de natuur, de Mongoolse vlakten, de Tibetaanse nomaden… Yes!!!

Geplaatst in China, Shaanxi | 5 reacties

Beijing: Impressies van de Verboden Stad

De Verboden Stad was de plaats van waaruit de Chinese keizers van de Ming- en de Qing-dynastie hun rijk bestuurden. De Verboden Stad (Zijin Cheng) werd gebouwd tussen 1406 en 1420, gevolgd door de tempel van de hemel.
De meeste gebouwen die nu te zien zijn dateren uit de 18e eeuw.

Eén van de imposante grote pleinen van de Verboden Stad

Eén van de imposante grote pleinen van de Verboden Stad

De Verboden Stad was tijdens de Ming- en Qing-dynastie de vaste residentie van 24 achtereen- volgende keizers. De stad was verdeeld in het Binnenhof, waar de keizer woonde, en het Buitenhof, waar de hofhouding woonde. Deze bestond onder andere uit de concubines, de paleiswachten en de eunuchen. Bij elkaar woonden er enkele duizenden mensen in de Verboden Stad.

Leeuw met poot op wereldbol

Leeuw met poot op wereldbol

Om de Verboden Stad heen lag de Keizerlijke Stad. Ook deze was verboden gebied voor buitenstaanders. In de Keizerlijke Stad bevonden zich onder meer de bakkerij, het naaiatelier, de wapenzaal, de stallen en een drukkerij. Ook was er een dokter om de eunuchs te opereren. Op die manier waren de keizer en zijn gevolg geheel zelfvoorzienend.

 

 

 

 

 

 

In 1961 werd het Keizerlijk Paleis door de Chinese Staat tot monument verklaard. In 1987 werd het bij de Unesco ingeschreven als ‘World Heritage’.

Mao Mausoleum vanaf het Plein van de Hemelse Vrede

Mao Mausoleum vanaf het Plein van de Hemelse Vrede

daken blijven indrukwekkend...

daken blijven indrukwekkend…

Chinese toeristen houden van verkleedpartijtjes

Chinese toeristen houden van verkleedpartijtjes

Klein Chinees toeristje in de Verboden Stad

Klein Chinees toeristje in de Verboden Stad

Geplaatst in Beijing, China | Een reactie plaatsen

Beijing: Dadong Peking Duck

Twee van de vijf draken pagodes in het water van het Beihai Park

Twee van de vijf draken pagodes in het water van het Beihai Park

Net terug van de muur gaan we in Beijing een kijkje nemen in Beihai park. Na de eerste twee dagen van prachtig weer in Beijing is vandaag voor het eerst de smog goed te zien in de stad, alhoewel het voor Beijing begrippen nog steeds ideaal en zonnig is. Al vanaf de eerste dag zit een onaangename reuk in onze neuzen. Ik moet er niet aan denken hoe het zal zijn op “normale” smogdagen. Beihai park is een van de grotere parken in Beijing en ligt tegen de verboden stad aan. Net als alle andere parken staan er weer volop pagodes en tempels, maar in Beihai park ligt ook het Beihai meer, die voor de nodige verkoeling zorgt tijdens de zeer warme zomermaanden.

Negendrakenscherm in Beihai park

Negendrakenscherm in Beihai park

We bekijken de Five Dragon Pagodas die mooi versierd in het meer staan. Ook heeft Beihai park een negendrakenscherm, een muur waarop negen draken staan afgebeeld. In meerdere steden zijn zulke schermen te vinden. Na even weer te zijn bijgekomen lopen we weer de drukke straten in op weg naar een restaurant, natuurlijk om daar de wereldberoemde Peking eend te eten.

 

Onze Peking eend wordt aan tafel gefileerd en opgemaakt.

Onze Peking eend wordt aan tafel gefileerd en opgemaakt.

Er zijn in de basis twee manieren om Peking eend te bereiden: hangend boven een houtvuur oven (Hanging Oven Style) of op een plaat in een oven (Roasting Oven Style). Per manier zijn weer verschillende methodes (o.a. Dadong, Bianyifang, Quanjude, Li Qin en Fuyuelou) om de eend zo lekker mogelijk te maken. Enkele methodes zijn al honderden jaren oud. Een restaurant is maar gespecialiseerd in één methode, dus als je weet welke methode je wilt gaan eten moet je vervolgens zoeken welke restaurants daarbij horen en dat zijn er maar een paar.
We kiezen voor de Dadong methode, waarbij de boven de houtvuur hangende eend een lekkere knapperige korst krijgt (en niet zo vet wordt). De korst is voor de Chinezen het culinaire hoogtepunt. Voor ons is de hele bereiding, presentatie en de bijgerechten een groot hoogtepunt. Het beste van de eend wordt in smalle reepjes met daarop een reepje korst op een schaaltje gelegd. Andere delen worden weer op een ander schaaltje gelegd. We krijgen een schaaltje met wat groente, sojasaus, versgemalen knoflook en suiker. Ook een bamboeschaal met crêpes ontbreekt niet.

Jacqueline geniet van de Peking Duck met heerlijke bijgerechten...

Jacqueline geniet van de Peking Duck met heerlijke bijgerechten…

Er wordt ons uitgelegd hoe ze de eend eten. Je pakt een stukje eend en een stukje korst en dan heb je de mogelijkheid om die of in de suiker te dippen en dan te eten of om hem eerst in de sojasaus te dippen en dan de soja over een crêpe uitsmeren, de eend, knoflookpoeder en stukjes groente erover en dan de crêpe als een soort dumpling dicht te vouwen. Heerlijk!!!
We genieten met volle teugen. Opeens komt er een schaal met zwarte ronde dingen in vloeibare stikstof aan. Schijnbaar horen die ook bij het gerecht en dienen we ze in zijn geheel op te eten. Ik proef er eentje en het smaakt lekker. Bij nadere inspectie blijken het waterkastanjes te zijn. Deze zijn echter van binnen helemaal wit en hebben een hele dunne schil.

Pekingeend eet je dus met flinterdunne pannekoekjes die je besmeert met die bruine saus en belegd met reepjes prei, wortel, radijs, knoflookpuree etc...

Pekingeend eet je dus met flinterdunne pannekoekjes die je besmeert met die bruine saus en belegd met reepjes prei, wortel, radijs, knoflookpuree etc…

Weer komt er een extra schaaltje, dit keer met twee stokjes met daarop twee gekarameliseerde bolletjes. Ze smaken heerlijk en zijn lekker zoet. We zijn er echter nog steeds niet achter gekomen wat het precies waren, het leken gevulde aardbeien met een korst eromheen.
Tjonge, wat was dat een heerlijk avondje eten. Een echte aanrader voor iedereen die ooit eens in Beijing komt.
We nemen de bus terug richting ons hotel en genieten nog na van een geweldige ervaring…

Geplaatst in Beijing, China | 2 reacties

De Chinese muur

Hier een muurtoren met een huisje erop.

Hier een muurtoren met een huisje erop.

Al in onze eerste week gaan we naar een van de grootste en beroemdste bezienswaardigheden van China: de muur.

Deze slingert zich over zo’n 10.000 km door het noordelijke deel van China, kruipt schilderachtig als een slang over de heuvels, soms over scherpe pieken en diepe dalen dan weer door een meer glooiend landschap.

De muur werd zo’n 2200 jaar geleden gebouwd om de mensen uit het schrale en minder vruchtbare Noorden te weren uit het voedselrijkere zuiden. Maar meer en meer kregen de koninkrijkjes onderling ook ruzie en werd de muur ook gebouwd ter bescherming van de eigen belangen. De eerste bouwsels dateren uit 453 jaar voor Christus. Maar door de eeuwen heen werden er diverse stukken bijgebouwd of gerestaureerd.

Even gek doen op onze eerste schreden op de muur richting Simatai

Even gek doen op onze eerste schreden op de muur richting Simatai

Vanuit Beijing kun je veel verschillende stukken muur bezoeken. Maar de dichtst bij de stad liggende delen zijn ontzettend toeristisch en in de jaren ‘80 en ‘90 volkomen gerestaureerd. Wij bezoeken het stuk bij Jingshanling, zo’n 130 km verwijderd van Beijing. Het is een van de minst bezochte en best bewaard gebleven originele stukken muur. De muur is hier zo’n 600 jaar oud, gebouwd op de funderingen van de oorspronkelijke muur.

 

Vanuit Beijing doen we er zo’n 3,5 uur over om er te komen.
Na het inchecken en een snelle lunch lopen we rond 13.00 uur eindelijk de trappen naar de muur op. We beginnen in het midden en lopen de ene dag dus in Oostelijke richting naar Simatai en de tweede dag naar het Westen richting Gubeikou.

Soms gaat het pad over de muur behoorlijk steil omhoog...

Soms gaat het pad over de muur behoorlijk steil omhoog…

De wandeling richting Simatai blijkt spectaculair. Sowieso ben ik ontzettend onder de indruk van het prachtige landschap. De bergen zijn niet hoog maar wel grillig van vorm en de muur volgt de meest steile bergkammen en diepe dalen. Het weer is prachtig. We hebben de smog achter ons gelaten en lopen heerlijk in het zonnetje. Door de hoogte is het hier wat minder warm en er staat een aangenaam verkoelend briesje. Het landschap geurt heerlijk, geen typische smoggeur meer maar het parfum van de prachtig bloeiende witte seringen struiken en boerenjasmijn. Onder de struiken grote bossen met lila kleurige lentebloemen.

De torens waar we de muur betreden zijn nog nauwelijks aangetast door de tijd.
Dat verandert wel naarmate we meer richting Simatai komen. De muur is ’zon  7 m. breed en in het begin goed te belopen. Het is moeilijk om te stoppen met fotograferen. Iedere keer weer prachtig zicht op volgende torens van de slingerende muur. Ze zijn verschillend van vorm. Sommigen hebben meerdere verdiepingen, op de bovenste vloer waren kamertjes die vroeger met houten trappen bereikbaar waren. Die zijn nu vergaan.
Sommige torens zijn alleen vierkant, andere hebben nog een soort huisje erop. De meeste hebben drie ramen maar de torens aan het eind van de rit zelfs vijf.

Op naar de tweelingtoren...

Op naar de tweelingtoren…

Naarmate de wandeling vordert wordt het pad moeilijker. Op enkele delen zijn de traptreden half vergaan en elders is het weer heel erg steil.
Remy besluit daarom ook om niet helemaal naar het eindpunt te lopen. Terwijl hij lekker in de schaduw van het uitzicht gaat genieten, loop ik verder omdat ik de laatste torens toch niet kan weerstaan. Die zien er ook extra mooi uit. Een soort tweelingtoren. Het is heerlijk rustig, geen storend geluid van verkeer, nagenoeg geen toeristen meer… echt genieten. Het eindpunt biedt een weidse blik. Je ziet de muur zich tientallen kilometers verder slingeren. Prachtig. Helaas, tijd om om te keren. Een uurtje later ben ik weer terug bij Remy en lopen we samen terug naar het hotel. Wat een heerlijke dag!
De tweede dag biedt een mooie aanvulling. Weer heerlijk warm en zonnig wandelweer. Op dit stuk was de muur minder grillig. Nog steeds prachtige uitzichten en mooie verschillende torens, maar ditmaal zonder de extreem steile en afgebrokkelde trappen.

Een blik op de westelijke muur richting Gubeikou

Een blik op de westelijke muur richting Gubeikou

Hier komen we bij een splitsing in de muur. Kennelijk was dit dus een scheidingslijn tussen twee verschillende koninkrijkjes.

Richting Gubeikou wordt het pad steeds meer overwoekerd. De tweede toren heeft zelfs 6 vensters aan twee zijden...

Richting Gubeikou wordt het pad steeds meer overwoekerd. De tweede toren heeft zelfs 6 vensters aan twee zijden…

Het laatste stuk waar we mogen lopen is echt vervallen. Het plaveisel is grotendeels weg en de muur overwoekerd met struikjes en hoge grassen. Bij een van de laatste te bezoeken torens zijn een paar mannen bezig met wat restauratiewerkzaamheden en metselwerk.

Het allerlaatste stuk richting Gubeikou is gesloten omdat het te gevaarlijk werd. Zeker bij regen werd het veel te riskant. Dus besluiten wij ons muuravontuur hier.

Een van de beelden bij een tempel in het Beihai Park

Een van de beelden bij een tempel in het Beihai Park

Vroeg in de middag gaan we terug. Terug in Beijing hebben we dus nog tijd voor het Beihai park. Hoewel ook heel mooi met een groot meer en tempels en pagodes, mis je hier de rust, de frisse lucht en blauwe hemel. Maar wat wil je in een stad met meer dan 22 miljoen inwoners. Dan mag je al blij zijn dat je zoveel groen ziet.

Morgen nog een dag te gaan alvorens we de nachttrein nemen naar Xi’an. Dan staat nog een park op het programma aan het einde van de dag voor de broodnodige groene vitaminen.

Geplaatst in Beijing, China | 4 reacties

Beijing: Tempel van de Hemel en Zomerpaleis

Chinees schaken bij de Tempel van de Hemel

Chinees schaken bij de Tempel van de Hemel

Omdat we redelijk laat in ons hotel aankomen besluiten we vandaag de Tempel van de Hemel te bezoeken. De metro ligt meteen bij het hotel, en net als in elke andere wereldstad is het metrosysteem eenvoudig (dankzij de Olympische Spelen is ook nog het belangrijkste in het Engels vertaald: de namen van de stations). Je loopt naar de kassa, je steekt twee vingers omhoog, je betaald, je krijgt twee chip kaartjes en je reist de hele stad door met een enkeltje voor maar 2 yuan per persoon, dat is nog net geen kwartje. Moet je alleen niet het pasje verliezen, want die heb je nodig om de metro uit te komen. Natuurlijk kan ik mijn pasje niet meer vinden en dus wurm ik me samen met Jacqueline op haar pasje langs de poort.

 

 

Dubbele pagoda in de Tempel van de Hemel

Dubbele pagoda in de Tempel van de Hemel

Het terrein van de Tempel van de Hemel is eigenlijk een groot park met enkele belangrijke gebouwen waar de mensen van Beijing heengaan om te ontspannen. Er hangt een gezellige sfeer en je ziet verschillende groepen mensen dansen, met de voet een grote shuttle hooghouden, ontspanningsoefeningen doen en ook Tai Chi beoefenen.

 

 

Hall of Prayer for Good Harvests in de Tempel van de Hemel

Hall of Prayer for Good Harvests in de Tempel van de Hemel

Het is heerlijk wandelen door het park, even weg van de drukte en we bekijken de taferelen van de fervent spelende kaarters en Chinese schaak spelers die druk met elkaar praten. De prachtig gedetailleerde tempels en oude pagodes maken het park compleet.

 

 

 

 

 

 

Gangpad op het Zomerpaleis

Gangpad op het Zomerpaleis

Beijing is een stad met 22 miljoen inwoners. En dat merken we als we op zaterdag naar het zomerpaleis gaan. Wat een mensenmassa!!! Nu is het goed te begrijpen dat je zo nu en dan een tegenligger niet kunt ontwijken en dat je niet altijd meer sorry gaat zeggen, maar we hadden niet verwacht dat het asociaal gedrag zo erg in de hand werkt. Voorkruipen is een nationale sport geworden en er ontstaan letterlijk duw- en trek-gevechten om wie het eerst de deur van de wc in kan. En probeer daarna nog maar eens het toilet uit te komen. Ook van even wachten totdat iemand klaar is met een foto maken hoort er niet bij, ze gaan gewoon bewust voor je staan om zelf een foto maken…

 

Pagode op het Zomerpaleis

Pagode op het Zomerpaleis

Het zomerpaleis is in een woord fantastisch. Er zijn zoveel prachtige gebouwen en complexen dat je wel twee dagen nodig hebt om alles te zien. Het is inderdaad een leuk buitenkwartiertje voor de keizer gedurende de warme zomermaanden in Beijing. Het moet een ongelofelijke hoeveelheid werk zijn geweest om alle details te maken op alle balken, deuren en stenen.

Tempel op het Zomerpaleis

Tempel op het Zomerpaleis

 

 

We banen ons via de trappen en paadjes een weg langs de vele tempels, pagodes en overdekte wandelwegen waarvan elke balk een ander tafereel toont.

De marmeren boot op het Zomerpaleis

De marmeren boot op het Zomerpaleis

Een bezoekje langs de marmeren boot mogen we natuurlijk ook niet missen. Na uren te hebben rondgewandeld kijken we nog even bij het meer. Wat een prachtige dag, alleen de drukte had wel wat minder gekund…

Geplaatst in Beijing, China | 1 reactie

We zijn er klaar voor!

Hallo allemaal,

Over een paar dagen beginnen we weer aan onze volgende grote reis…

Ondanks het drukke programma en de “Great Firewall of China” proberen we jullie ook nu weer een indruk te geven van wat we onderweg allemaal zien en meemaken, als is het misshien alleen maar door middel van een aantal foto’s.

Groetjes,

Jacqueline en Remy

 

Geplaatst in Algemeen, China | 1 reactie

Lamington National Park, Brisbane, Moreton Island & Seoul

Het heeft weliswaar een tijdje geduurd, maar het verhaal van onze vakantie is niet compleet als we ook niet het laatste stukje van onze trip hier vastleggen…

Brisbane by night

Brisbane by night

Goh, wat een verademing: Brisbane!
Geen last van muggen, vervelende vliegen en ander ongedierte. Het weer is lekker warm en bij lange na niet zo heet en drukkend als in Darwin. Overal lees je dat Brisbane lang niet zo mooi is als Melbourne of Sydney, maar wat ik heb gezien van Brisbane en zijn omgeving kan ik alleen maar zeggen dat ik genoten heb van deze wereldstad.

Brisbane is de hoofdstad van Queensland en is met meer dan 2 miljoen inwoners na Sydney en Melbourne de derde stad van Australië.

Omdat we, door de nachtvlucht vanuit Darwin, al om 05:30 uur op het vliegveld in Brisbane staan en we de komende uren toch niet in ons verblijf kunnen inchecken, besluiten we een auto te huren die we aan het einde van de dag in het centrum nabij ons hostel kunnen terugbrengen. Zo gezegd, zo gedaan en we maken ons op weg richting Lamington National Park.

Lamington National Park

Lamington National Park

Lamington National Park ligt op de grens van Queensland en New South Wales en beslaat zo’n 200 vierkante kilometer. We besluiten het Binna Burra gedeelte van het park te bezoeken. Tijdens de slingerweg naar boven passeren we de waarschuwingsborden voor overstekende koala’s en kangoeroes.

Boven aangekomen beginnen we aan de 5 km Caves Circuit wandeling. Via een zigzag pad langs de heuvelrug krijgen we een goed zicht op de omgeving en speuren we naar walibi’s. Jacqueline schrikt van een slang van meer dan een meter lengte die vlak voor haar voeten wegglijdt. Het was waarschijnlijk een Green Tree Snake, maar omdat hij te snel wegglipt hebben we hem helaas niet goed kunnen bekijken.

Koala

Koala

We zoeken verder naar slangen en walibi’s, maar in plaats daarvan zien we eenzame koala! Ook glippen weer een grote hoeveelheid vogels altijd net weer aan onze lens voorbij. Tijdens de wandeling passeren we enkele mooie rotsformaties en kleine kabbelende beekjes. Op sommige plaatsen zie je nog de sporen van de regenbuien van de voorafgaande dagen. Gelukkig hebben we daar geen last van en laat de zon zich zo nu en dan ook zien…

 

McDowell's Carpet Python

McDowell’s Carpet Python

Na de lunch lopen we de Bellbird Lookout en gaan we driftig op zoek naar deze vogel… Het is een typisch geluid wat de vogel maakt, we horen hem de hele tijd, maar echt zien doen we hem niet. We turen de hele tijd omhoog en als we een ouder Australisch koppel tegenkomen, vragen die ons: “Did you see the Carpet snake back there?”. Wat!?! Waar?!? En ja hoor, op een boomstronk langs het pad lag dus gewoon een grote python (McDowell’s Carpet Python). Vanwege de schutkleur was het ook niet verwonderlijk dat we hem niet hebben zien liggen. En wij maar naar boven kijken op zoek naar vogels! Wat een prachtige slang. Gelukkig is hij (volgens de man) niet gevaarlijk en met een stok rolt de man hem nog een stukje uit. De python is zeker 3 meter lang en heeft een prachtig patroon op zijn huid! Goh, hebben we toch nog een drietal slangen gezien tijdens ons Australisch avontuur…

Een prachtig sluitstuk van een mooie dag in Lamington National Park!

Brisbane Expo 1988

Brisbane Expo 1988

Vanuit ons hostel in West End is het een kleine wandeling richting de South Bank Parklands aan de Brisbane rivier, een mooi aangelegd parkje met een klein zandstrand waar nog enkele gebouwen en kunstwerken staan van de World Expo 1988. We genieten van het mooie weer, de relaxete sfeer en wandelen op ons gemak rond door het park en de aangrenzende winkelstraatjes. Er zijn ook voorbereidingen aan de gang voor de festiviteiten in verband met de geboortedag van Boeddha. Het ziet er mooi uit en we plannen alvast om de volgende dag terug te komen. Kunnen dat nog mooi even meenemen! We steken de Brisbane rivier over naar het centrum van Brisbane en via de mooie oude panden van de Technische Universiteit van Brisbane lopen we de Botanical Gardens in. Een heerlijke rustige plek midden in deze miljoenenstad.

Lekker uit eten in West End

Lekker uit eten in West End

We lopen door naar het centrum, waar nog genoeg mooie 19de eeuwse panden staan om de stad een gezellig uiterlijk te geven. We lopen ‘s avonds terug over de brug naar West End. West End staat bekend om zijn vele cafe’s en restaurants. Er is inderdaad keuze genoeg en we besluiten uiteindelijk om te gaan eten bij een Italiaans restaurant. Het eten smaakt voortreffelijk en het uiterst vriendelijke personeel maakt het er alleen maar beter op. Met een verzadigd gevoel lopen we tevreden terug naar ons hostel…

 

In de morgen staan we heel vroeg op om de ferry te nemen richting Moreton Island. Het is nog behoorlijk fris op het moment dat we vertrekken en iedereen zoekt de warmte binnen op en kijkt door de ramen naar de opkomst van de zon over Moreton Bay. Moreton Island is één van de grootste zandeilanden ter wereld en bijna het gehele eiland is een nationaal park.

Pelikanen en aalscholvers op Moreton Island

Pelikanen en aalscholvers op Moreton Island

Bij de steiger wachten de aalscholvers en pelikanen ons al op. Ongestoord drogen ze hun veren in de ochtendzon die net doorbreekt. Er is weinig wind, heerlijk weer voor een dagje op het eiland! We lopen langs het strand naar enkele scheepswrakken. We kijken of we via de duinen een stukje het binnenland kunnen, maar de begroeiing is te dicht en we besluiten langs de duinen terug te lopen naar de steiger om te gaan lunchen. We zien en horen weer veel vogels en een Blue-winged Kookaburra laat zich gewillig fotograferen. Na de lunch gaan we op weg naar “The Desert”, een stuk stuifduinen midden tussen bossen. Een kleine hagedis rent voor onze voeten weg de bosjes in.

De grote zandduin van The Desert

De grote zandduin van The Desert

Als we bij “The Desert” aankomen zien we eigenlijk een groot stuk zand met één hele grote en steile duin. Het schijnt een favoriete lokale bezigheid te zijn om met een stuk karton de steile duin omlaag te sleeën. Jacqueline vind een achtergelaten stuk karton en probeert dit ook te doen, maar het valt niet mee om ondanks de steile helling naar beneden te glijden.

We lopen terug naar de steiger voor de ferry terug. We genieten wel nog even van de laatste zon van onze vakantie. Moreton Island was een mooie afsluiting van de reis, even lekker een dagje heerlijk rustig rondlopen en van de natuur genieten…

Een traditionele dans tijdens het feest

Een traditionele dans tijdens het feest

Terug in Brisbane brengen we een bezoek aan de festiviteiten naar aanleiding van de geboortedag van Boeddha. Aziatische muziek, dans, vechtkunst demonstraties, vuurwerk en marktkraampjes met Oosters eten, sieraden en andere kleine hebbedingetjes geven een gezellige sfeer. Aangezien we heel vroeg in de ochtend ons vliegtuig moet gaan halen, maken we het niet te laat om nog tijd over te hebben om de koffers te pakken.

Zo'n spiegel is wel handig...

Zo’n spiegel is wel handig…

Ons laatste stuk van de vakantie brengt ons weer naar Seoul. Via Korean Air krijgen we een vijf sterren hotel nabij de haven in Seoul. We krijgen een prachtige kamer toegewezen. Op de badkamer is er een toilet waarvoor je een handleiding nodig hebt om hem te kunnen bedienen. We eten ‘s avonds een heerlijk aziatisch buffet en na heerlijk te hebben geslapen ontbijten we op ons gemak alvorens we worden opgehaald voor de laatste vlucht.

Op het vliegveld hebben we weer even wat tijd en bezoeken we opnieuw de culturele workshop bij Cultureel Centrum Seoul Airport. Ditmaal laten we ons (en mijn gebrek aan) artistiek talent los op een spiegel, die we met wat lijm en kleine versierselen mogen oppimpen. Natuurlijk mogen we het resultaat weer mee naar huis nemen…

Wat een geweldige vakantie hebben we gehad, maar het zal nog wel een tijdje duren voordat we alle indrukken hebben verwerkt…

Geplaatst in Australië, Brisbane, Downunder, Seoul, Zuid-Korea | Een reactie plaatsen

Foto’s zijn heel veel mooier vaak veel mooier als…

Ik vond zelf dat een aantal foto’s nogal vaag overkomen op de site. En wat blijkt, als je ze aanklikt en ze dus apart ziet, zijn ze wel scherp.

Dus mocht je de foto’s graag goed zien, klik ze dan aan en je krijgt ze vergroot en scherp te zien. Je kunt weer terug naar het bericht met de backtoets/pijltje terug toets.

Groetjes,

Jacqueline

 

Geplaatst in Algemeen | Een reactie plaatsen

Litchfield National Park

Met gemengde gevoelens naderen we het eind van onze Outback trip. Ondanks de teleurstelling dat een aantal dingen in Kakadu helaas niet toegankelijk waren en ondanks het feit dat ik van boven tot onder onder de muggenbulten zit en ik nog steeds niet gewend ben aan de uitputtende klamme hitte kan ik nog steeds genieten van de ongelooflijk mooie natuur hier. En Litchfield is dus een van de dingen waar ik naar uit gekeken heb.

varens in het Monsoon regenwoud

varens in het Monsoon regenwoud

Het Nationaal park Litchfield werd opgericht in 1986. Het is het leefgebied van de Waigat Aboriginals en vernoemd naar Frederick Henry Litchfield,  lid van de eerste Europese expeditie naar het gebied. Voor de oprichting was Litchfield een gebied waar naar tin en koper werd gezocht.
We zijn als het ware via de achterdeur binnengekomen en beginnen dus waar de meeste mensen eindigen: de Tin Creek Mine. Hier zie je de restanten van een kleine tinmijn die rond 1905 hier werd gebouwd. Het is een kleinschalige mijn zonder grote machines. Ik vind het vreemd dat men het kennelijk belangrijk genoeg vindt om het te laten zien aan mensen, maar dat er weinig of niets aan wordt gedaan (tenminste zo lijkt het) om het in goede staat terug te brengen of te houden.

we komen veel mooie vlinders tegen...

we komen veel mooie vlinders tegen…

Alles is in elkaar gezakt en ligt in chaotische toestand aan alle elementen blootgesteld. Net als de Ghost Town van Newcastle Waters die we eerder zagen. Er is geen toezicht en geen zorg ervoor. Het wordt ook niet aantrekkelijk gemaakt. Maar dat zal wel horen bij de relaxte Australische leefwijze.

waarschuwing voor Freshie's én Saltie's bij Wangui Falls

waarschuwing voor Freshie’s én Saltie’s bij Wangui Falls

Tja, en verder draait het in Litchfield Nationaal Park vooral om watervallen, waterpoeltjes en rockholes. Niet dat het daarmee saai wordt, het zijn prachtige en heel verschillende watervallen.
Helaas heeft ook hier de Paaszondvloed ervoor gezorgd dat nog niet alles open is. Zo kunnen we jammer genoeg niet naar Walker Creek. Het is me niet helemaal duidelijk of dat nu nog vanwege saltiegevaar is of dat het te maken heeft met de bosbranden die we in de verte zien.  Hier hadden we eigenlijk willen kamperen. Nu doen we dat bij een andere topattractie van Litchfield: Wangui Falls.

Wangui Falls

Wangui Falls

Dit is inderdaad een prachtige dubbele waterval en als extraatje kun je in de bomen in de buurt vliegende honden ofwel fruitbats  zien hangen die zich klaarmaken voor hun eerste nachtelijke strooptocht op zoek naar voedsel. Dit is een plek waar je of heel vroeg of heel laat wil zijn omdat dit normaal vergeven is van de toeristen die hier, behalve voor de prachtige waterval ook komen om verkoeling te zoeken in het heerlijke koele meertje ervoor. Maar ook hier mag je nu niet zwemmen. Waarschijnlijk dus vanwege de mogelijke aanwezigheid van Salties.

Tolmer Falls

Tolmer Falls

We hebben hier nog maar eens de barbecue onveilig gemaakt. Heel handig omdat we vanwege een gaslek dus ook geen andere manier meer hebben om te koken.
Voordat de echte drukte op gang komt doen we ’s ochtends nog een rondje Wangui Falls alvorens we naar Crescent Creek gaan om via een trail van een kleine 3 km een hoger gelegen waterval te bezoeken. Hier mag officieel niet gezwommen worden omdat het voor de Aboriginals een heilige plek is. Maar de twee aanwezige Australische families trekken zich hier kennelijk niets van aan. Je kunt deze falls dus alleen van bovenaf bekijken en ziet hem diep onder je neervallen in het monsoon woud waar je vanaf hier ook een mooi uitzicht over hebt.

De Tolmer Falls zien er weer heel naders uit. Het is een hele hoge smalle waterval die langs een indrukwekkende steile rotswand naar beneden komt. In het open landschap zie je onderaan de waterval grotten liggen. Daar mag je echter niet komen omdat er zeldzame Ghost Bats en Orange Horseshoe Bats leven.

Florence Falls waar we een duik in het water en onder de waterval genomen hebben.

Florence Falls waar we een duik in het water en onder de waterval genomen hebben.

De Florence Falls zijn de tweede grote attractie van het park. Deze spectaculaire dubbele waterval ligt midden in een monsoon regenwoud.
Na onze lunch besluiten we hier wat verkoeling te zoeken in het water. Het is weer lekker van temperatuur en je krijgt er als je wilt een gratis Fish spa bij. Er zwemmen verschillende soorten vissen rond tot zeker een 30 cm lengte die uit nieuwsgierigheid aan je voeten komen snuffelen. Dat is de eerste keer wel schrikken maar daarna een grappig gevoel.

Inmiddels is het hier ook aardig druk geworden. Gelukkig nog niet zo druk als bij de op een paar kilometer afstand gelegen Buley Rockholes. Dit is een hele serie ondiepe cascade poelen over een kilometer lengte waar je je ook heerlijk in kunt ontspannen. Hier is het megadruk. En dat is dan ook het enige minpunt van Litchfield.  De watervallen zijn prachtig, maar je ziet overal drommen mensen. Dat was in de West MacDonnel Ranges wel anders. En dan zitten we hier nog op een doordeweekse dag in het voorseizoen. Moet er niet aan denken hoe druk het is als het seizoen over een maand echt goed begint.

Buley Rockholes

Buley Rockholes

De laatste stop maken we bij de Magnetic Termite Mounts. Dit zijn hele bijzondere termietenheuvels tot twee meter hoog die allemaal in dezelfde richting opgebouwd zijn. Deze heuvels zijn eigenlijk hele ingenieuze koeltorens die het nest constant van temperatuur moeten houden. De mondingen van deze heuvels liggen allemaal noord-zuid gericht.
De termieten leven van graswortels en ander plantaardig afval. Omdat deze vlakten regelmatig overstromen bouwen ze om niet te verdrinken hun nest dus in deze torenvormen in plaats van onder de grond.
Vlakbij de Magnetic Termite Mounds liggen ook een aantal Cathedral Termite Mounds. Deze worden door weer een andere soort termieten gebouwd en kunnen een hoogte bereiken van wel 6 meter.
Een indrukwekkend einde van ons bezoek aan dit park.

Cathedral Termite Mound

Cathedral Termite Mound

Rest ons nog één dag in Darwin en ons Outback avontuur zit er weer op.
Darwin is ontzettend uitgestrekt en heet. We doen eerst een rondje botanische tuin nu het nog enigszins ‘koel’ is. Ze hebben er zelfs een stukje tropisch regenwoud aangelegd en hebben meer dan 400 palmsoorten.
Daarna zoeken we verkoeling in het Museum van de Northern Territory waar we een saltie van dichtbij kunnen bekijken: Een opgezet exemplaar van een kleine 6 meter lang en meer te weten komen over de tropische cycloon Tracy die hier tijdens de kerst van 1974 flink huisgehouden heeft.

Een paar uur doorbrengen tot ons vliegtuig om 01.00 uur naar Brisbane vertrekt is geen straf maar eerder een rustmoment. Eindelijk weer eens lekker onze email bijwerken en weer eens een verhaal en foto’s uploaden naar de website. De tijd vliegt dan ook voorbij.

Een van de prachtige libelle's die we hier tegen kwamen. Ik vind zijn koppie zo lief!

Een van de prachtige libelle’s die we hier tegen kwamen. Ik vind zijn koppie zo lief!

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | Een reactie plaatsen

Kakadu (het deel dat open is) en verder

Kakadu Road Conditions

Kakadu Road Conditions

Je kunt van te voren uitzoeken waar je heen wilt gaan, helaas kun je niet van te voren het weer uitzoeken dat je wilt hebben. Kakadu kent 6 seizoenen en we zitten rond de overgang van Banggerreng (storm seizoen) op Yegge (frisser maar nog steeds vochtig seizoen). Vanwege een grote overstroming drie weken eerder in voornamelijk het zuidelijk deel van het park is het grootste deel daar gesloten. Deels omdat de weg gemaakt moet worden of nog steeds te veel onder water staat, deels omdat ze de “Salties” (de zoutwaterkrokodillen zijn nieuwsgierig en aggressief, de zoetwaterkrokodillen “Freshies” zijn schuw en niet aggressief) nog uit de poelen en sommige rivieren moeten verplaatsen. Dat laatste vinden wij nu juist jammer, omdat we toch hoopten er een aantal te kunnen zien.

Deze borden vind je op veel plekken in Kakadu

Deze borden vind je op veel plekken in Kakadu

Maar ja, veel lokale mensen komen hier camperen om in de natuurpoelen te zwemmen en die hebben liever niet een Salty in hun poel. En omdat we enkele plekken hadden uitgekozen die wellicht in het droge seizoen al moeilijk met een 2WD te bereiken zijn, lag onze planning behoorlijk in duigen toen we bij het park aankwamen. Gelukkig is Kakadu een groot park en kunnen we snel genoeg alternatieven vinden.
Kakadu National Park bevindt zich zo’n 100 km ten zuid-oosten van Darwin, is zo’n 20.000 vierkante kilometer groot en staat op de werelderfgoedlijst vanwege zijn biodiversiteit en culturele waarde. Er zitten bijvoorbeeld meer dan 120 verschillende reptielen, over de 10.000 insektensoorten en er zijn meer dan 5000 rotstekeningen te vinden. De Jawoyn Aboriginal stam heeft lang moeten vechten om dit als hun eigendom te kunnen claimen. Het park wordt tegenwoordig door hun en de Australische regering onderhouden.
We krijgen van een “local” de tip om naar de “Rockhole” te gaan, die nog geen twee kilometer in het park ligt. Bij de afslag ziet het pad eruit alsof we er mogelijk met onze 2WD heen kunnen rijden. We rijden het pad op maar zien al snel dat de weg te grote keien en gaten bevat en besluiten achteruit te rijden en de auto langs de hoofdweg aan de kant te zetten. Het was de juiste keuze want een stuk verderop verslechterd het pad al zodanig dat een 4WD met hoge as er alleen heen had kunnen rijden. We lopen door en komen uiteindelijk bij een kleinere waterval en poel uit die prachtig tussen het groen ligt. De schoenen gaan uit en we koelen onze warme voeten af in het heerlijk koele water. Kleine visjes komen nieuwsgierig langs onze voeten zwemmen. Het is heerlijk rustig en we genieten met volle teugen van de spiegelingen in het water en de visjes in het water. We lopen terug en rijden door naar Bukbukluk, een uitzichtspunt over het westelijk deel van Kakadu dat voornamelijk bestaat uit Savanne bossen.
Aangezien de rest van het zuiden onbegaanbaar is voor onze campervan rijden we verder naar het noorden richting Yellow Water. Helaas zijn ook daar alle billabong (Aboriginal voor een meertje of plas water) walks gesloten vanwege zoutwaterkrokodillen en/of te hoog water. Nu willen we graag zoutwaterkrokodillen zien en we proberen hier en daar dan ook te kijken of we er eentje kunnen vinden. Helaas laat geen enkele Salty zich zien. We BBQ-en bij Yellow Water, veel picnic plekken in de outback hebben gewoon gas BBQ’s staan. Het is al aan het schemeren op het moment dat we vanaf Yellow Water terug rijden. We besluiten nog even langs het visitor center te rijden, maar treffen een afgesloten weg aan. We zijn te laat, maar niet te laat om een kleine walibi te zien op de parkeerplaats van het visitor center. Hebben we toch weer een walibi gezien! We rijden door naar de parkeerplaats van Mirrai Lookout om te slapen. In de loop van de avond en nacht horen we allerlei dieren rondscharrelen vlakbij de campervan, maar we krijgen ze nooit te zien. In de ochtend worden we wakker gemaakt door een Karrawong die het dak van onze campervan heeft weten te vinden en daar driftig over rondhupt…

Rotstekening van Nabulwinjbulwinj bij Nourlangie

Rotstekening van Nabulwinjbulwinj bij Nourlangie

We rijden richting Nourlangie, maar kort daarvoor klimmen we naar de Nawurlandja Lookout. Deze rotsheuvel is zelf al een bezienswaardigheid van dichtbij, maar geeft ook een prachtig uitzicht op de Angbangbang billabong (die natuurlijk ook gesloten is) en op één van de belangrijkste sites voor rotstekeningen: Nourlangie.
We lopen de 1.5 km wandeling langs de verschillende “rock art” (“Gunbim” in Aboriginal) rotstekeningen. De meest recente rotstekening bij Nourlangie stamt uit 1964 en de oudste tekeningen worden geschat zo’n 20.000 jaar oud te zijn.

 

Het "floodway" bord is toch wel belangrijk...

Het “floodway” bord is toch wel belangrijk…

Na Nourlangie verruilen we de Kakadu Highway voor de Arnhem Highway en gaan we door naar Ubirr. Al op honderden plekken op verschillende highways had ik de term “floodway” zien staan om vervolgens 50 meter verder een verlaging in de weg te zien met een hoogtemeter paal die meestal tot zo’n 2 meter hoog gaat. Aangezien ik nergens ook maar een millimeter water op de weg had zien staan en bijna overal wel levensgrote borden stonden, als er ook maar de mogelijkheid was van iets dat wel eens gevaarlijk kon zijn, reed ik natuurlijk gewoon 120-130 km/uur aan een floodway bord voorbij…
Dan is het wel even schrikken als je opeens een waterstroom dwars over de weg vlak voor je ziet. Ik kon nog afremmen tot zo’n 60-70 km/uur en ging met een grote klap het water in. Gelukkig ging alles goed want het water was niet al te diep. De volgende “floodway” borden heb ik toch maar iets seriezer genomen en wat minder snel gereden…

Rotstekening van een Wallaby bij Ubirr

Rotstekening van een Wallaby bij Ubirr

Ubirr is ongeveer de belangrijkste site, waar rotstekeningen van meer dan 23000 jaar oud te vinden zijn. De meeste rotstekeningen werden gemaakt tijdens ceremonies, om een verhaal of een gebeurtenis te vertellen, soms om te toveren. Ook werd wel eens over een oudere tekening heen getekend.

 

Rotstekening van een Thylacine bij Ubirr

Rotstekening van een Thylacine bij Ubirr

Van een heleboel tekeningen is het nu onduidelijk welk verhaal verteld werd, andere zijn door de jaren heen bewaard gebleven. Weer andere tekeningen tonen inmiddels uitgestorven dieren, zoals bijvoorbeeld de Thylacine (ook wel Tasmaanse Tijger genoemd), een op een hond/hyena lijkend dier dat kangoeroe’s jaagde. Net als zijn prooi had hij ook een buidel en verder typische strepen op zijn achterwerk. Dit dier kwam 3000-4000 jaar geleden nog op het vaste land in Australie voor, daarna nog tot rond 1935 alleen in Tasmanië.

Boven bij Ubirr heb je ook nog goed uitzicht op Arnhemland, een gebied waar je zonder toestemming van de Aboriginal stam niet mag komen. Arnhemland ziet er veel groener uit met zijn billabongs en grasvelden.

P1040791_Ubirr_Arnhemland

Panorama van Arnhemland vanaf een uitzichtpunt bij Ubirr

Short-Eared Rock Wallaby bij Ubirr

Short-Eared Rock Wallaby bij Ubirr

Als we na de wandeling terug komen bij onze campervan staat ons nog een verrassing te wachten in de struiken, een kleine Short-Eared Rock Wallaby. Hebben we toch weer een andere soort gezien!
Na al die rotstekeningen en uitzichtpunten willen we toch nog proberen een billabong walk te doen. We vervolgen onze weg richting Darwin op de Arnhem Highway en stoppen bij Mamukala om daar de billabong te bekijken. We zijn nog niet aangekomen bij de car park, staat er een Agile Walibi langs de weg en even verder op nog een tweetal. We kunnen ons geluk niet op! We lopen verder naar de billabong waar ze een platform gemaakt hebben om de vogels te kunnen bekijken. Helaas kunnen we weer niet rondlopen, want de walk is weer afgesloten (terwijl ze bij het visitor center zeiden dat ie open zou zijn)…

Onze campervan op de slaapplek

Onze campervan op de slaapplek

De rock art sites, de walibi’s, de uitzichten, enzovoort maken dit park uniek. Ondanks de vele walks die gesloten waren hadden we toch een top dag! We rijden nog een stukje over de Arhem Highway verder en zoeken dan een plek langs de weg op om te slapen. De hele nacht scharrelt er weer vanalles rond de campervan, maar we kunnen geen dier zien in het donker…

Salty tijdens de cruise

Salty tijdens de cruise

 

De volgende ochtend rijden we door naar de Adelaide River. Omdat we nog geen krokodillen echt goed hebben kunnen zien doen we een cruise waar ze de dieren lokken met een beetje kip. Met krachtige slagen van hun staart komen de Salties tot ver over hun middel uit het water. We kunnen met volle teugen genieten, want de Salties hebben er zin in.

 

 

Een andere Salty

Een andere Salty

Ook Sea Eagles en Black Kites laten zich zien tijdens de cruise

Ook Sea Eagles en Black Kites laten zich zien tijdens de cruise

Op het einde worden we omringd door tientallen Sea Eagles en Black Kites, die enkele garnaaltjes toegeworpen krijgen. Ze scheren vlak voor onze camera’s langs en pikken de garnalen zo uit de lucht.

 

 

 

 

Jacqueline en een Agile Wallaby (met jong in buidel)

Jacqueline en een Agile Wallaby (met jong in buidel)

Om te weten wat we de afgelopen nachten allemaal mogelijk om onze campervan hadden rondlopen rijden we door naar het Wildlife Territory Park. We bezoeken onder andere de ruimte met nachtdieren, lopen door de volière, hun aquarium (zien we eindelijk een “freshy” helemaal) en als laatste kunnen we op het picnic terrein een walibi aaien. Tot onze verrassing heeft de walibi een jong in zijn buidel. Bij navraag blijkt het jong pas 5 maanden oud te zijn en sinds een week zijn hoofd buiten de buidel te steken!

Baby "Joey" Wallaby

Baby “Joey” Wallaby

De walibi laat zich graag aaien en geniet er duidelijk van. Na verloop van tijd besluit het jong zich ook te melden. Eerst steken alleen zijn poten uit de buidel, daarna draait hij zich om en steekt zijn hoofd naar buiten en kijkt verwonderd rond.

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | 2 reacties