Maandenlang heb ik er naar uit gekeken.
Vaak heb ik het gewenst, en na het zien van vele grijze, druilerige foto’s van andere Tongariro Crossers heb ik menig schietgebedje gedaan…
10 Jaar geleden kwamen we (Elmo en ik) hier in de eerste helft van februari, hoog zomer. 3 Dagen hadden we er toen voor uit getrokken. De eerste twee ervan waren grauw en grijs. We zagen niet eens de bomen op 20 meter afstand, laat staan de bergen. De derde dag was het prijs. We vertrokken in het donker en liepen al snel het krakende ijs kapot op alle regenplassen. Het was ijskoud.
Maar gekleed in meerdere lagen onder onze fleecetrui en handschoenen was het één van de mooiste wandelingen die we ooit gedaan hadden. Een stralend blauwe hemel en prachtige uitzichten op machtige kleurrijke vulkanen en kratermeren was de beloning. En aan het eind lagen we heerlijk in het zonnetje uit te puffen, wachtend op de shuttlebus, inmiddels van alle kledinglagen ontdaan.
Nu, 10 jaar later, hoop ik hem weer te lopen. Een van de mooiste, spectaculairste trails die ik ooit gedaan heb. Nu met Remy.
Het weer in Nieuw Zeeland is ongekend mooi dit jaar. Al bijna 3 maanden is het onafgebroken zonnig en zo’n 26 graden. De Nieuw Zeelanders zelf weten niet wat ze meemaken. Maar net nu, aan het eind van onze eerste week hier dreigt het omslagpunt.
Ook wij hebben 3 nachten uitgetrokken om deze wandeling te kunnen maken. En het lijkt er warempel op dat het meteen raak is. Vrijdagavond kwamen we aan en zaterdagochtend starten we.
We hebben ongelooflijke mazzel. Wekenlang is de trail gesloten geweest vanwege vulkanische activiteiten van de nabij gelegen Ruapehu vulkaan. Maar sinds een paar weken is een deel van de trail weer geopend. We kunnen in ieder geval tot aan de Emerald Lakes. En sinds een paar dagen dus zelfs tot aan de Blue Lake. Daarmee heb je dus alle hoogtepunten van deze prachtige trail gehad, weet ik uit ervaring. Daarna begint de lange afdaling waarbij je al snel tussen hoge groene struiken de laatste 8 kilometers vreet.
Sinds afgelopen week is voor het eerst ook weer de carpark geopend waardoor je nu dus geen dure shuttleservice nodig hebt. Dat wil zeggen, als je vroeg genoeg op staat. Er kunnen maar 60 auto’s staan en vol is vol.
Dat betekent dus dat we voor dag en dauw op staan. We zijn al voor de wekker wakker en rijden om 05.48 uur aan in het pikkedonker. Nog geen 10 minuten later rijden we in file de Mangotopopo road op, op weg naar de carpark.
We hadden geen kwartier later aan moeten komen… We zien veel wandelaars al vertrekken in het donker, maar wij gaan eerst lekker ontbijten. Rond 7 uur begint de ochtendschemer. Het zonnetje laat zich een kwartier later nog niet zien. We zitten aan de verkeerde kant van de berg.
Dan beginnen wij ook aan onze tocht.
De eerste 4 km’s zijn gemakkelijk. Een breed wandelpad voert ons geleidelijk aan wat hoger. De ochtendnevel houdt de indrukwekkende Ngauruhoe nog uit het zicht. Dat maakt deze wandeling wel wat spannender. De mysteriën worden nog niet meteen ontrafeld. Het zorgt voor het typerende Lord of the Rings sfeertje. Tja, behalve dan het toilethutje dat opgesteld staat net voordat we aan de eerste steile klim gaan beginnen.

Mount Ngauruhoe ofwel Mount Doom
Tjonge, wat een verschil met 10 jaar geleden. Moest ik toen nog moeizaam een weg omhoog zien te vinden op de donkere vulkaanhelling, laverend tussen scherpe, grillige rots- en lavabrokken, nu is er een duidelijk pad met vele trappen om de steilte te overwinnen en wordt waar nodig de gravel bijeengehouden door gravelmatten. Op andere stukken liggen een soort wollen matten om te zorgen dat je nergens uit glijdt. Ook op het vlakkere stuk is het pure luxe. Destijds zocht ik een weg langs denkbeeldige ezelpaadjes tussen de waterstroompjes door en moest ik moeite doen om in het ruwe landschap mijn enkels niet te verzwikken. Nu liggen er lange boardwalks om de vlakte te overbruggen, voorzien van een laag kippengaas om uitglijden tegen te gaan.
Wat niet betekent dat ik nu fluitend de steile helling omhoog ren. Het blijft vermoeiend om 250 meter hoogte al traplopend te overwinnen. Sta thuis soms al met soep in mijn benen te hijgen als ik op zolder aangekomen ben. Moet dus af en toe een rustpauze nemen om mijn hart dat uit mijn borstkas dreigt te kloppen, weer even tot rust te laten komen.
Ondertussen trekt de nevel langzaam op en zien we Mount Doom in zijn overweldigende grootsheid opdoemen als we het vlakke plateau bereiken. Dit is het schoolvoorbeeld van een vulkaan met zijn symmetrische steile hellingen. Het is veruit de jongste van de drie vulkanen. Pas 2500 jaar geleden werd hij geboren en groeide hij gestaag met zijn puberale uitbarstingen.
Mount Ruapehu en MountTongariro daarentegen zijn miljoenen jaren ouder en hebben meerdere kraters waardoor ze niet de typische vulkaanvorm hebben maar meer lijken op oude, grillig gevormde en versleten bergen.
Het vlakke plateau brengt onze kloppende harten weer tot rust en we zijn weer aardig fit als we aan de volgende steile klim beginnen. Geen luxe trappen meer, maar een ruige helling vol rotsen, waar je geen tijd meer hebt om de omgeving in je op te nemen, maar constant op zoek bent naar wat vlakke stukken om je voeten neer te zetten. Voor Remy een wat enger stukje omdat het pad op enkele plaatsen erg smal is en je tegen de rotswand gedrukt naar boven moet zien te komen.
Maar na zo’n 20 min. bereiken we al een tweede klein plateau.
Het uitzicht op de beroemde Red Crater doet je meteen het zwoegen vergeten. Ik heb al veel vulkaankraters gezien in mijn leven, maar dit is met afstand de mooiste.

Red Crater
De steile hellingen in diep donkerbruin en pikzwart worden onderbroken door een mysterieuze rechtop staande vulva achtige vorm in donkerrood met hier en daar mooi zilvergrijs gesteente.
Aan de overzijde stijgt stoom op uit diverse spleten.
Hier heb je zicht op de gehele kraterrand en dus ook op de derde steile klim (225 m.) die ons te wachten staat. Tjonge wat een drukte. Honderden hikers lopen in file de steile helling omhoog. Tja, het is zaterdag en tussen de Duitsers, Fransen, Nederlanders en noord Europeanen (ik hoor nog steeds het verschil niet tussen Zweden en Noren) klinkt hier en daar ook het platte Nieuw Zeelands. De Nieuw Zeelanders zijn een sportief volk, we hebben er al menig een, letterlijk, de berg op zien rennen toen we bij de Wairere Falls waren.
Gelukkig is het pad hier weer comfortabel begaanbaar. De omgeving is zo indrukwekkend mooi dat we het foto’s maken als goed excuus hebben om op adem te komen zodat we niet al te veel uit de toon vallen bij al die fitte twintigers die hier omhoog komen.
Met iedere stap omhoog wordt het zicht op de rode krater mooier. Omdat we nu niet meer tegen de zon in kijken, worden de kleuren feller. Aan de overzijde zien we op de tegenoverliggende kraterwand een eenzame hiker bij een enorm rotsblok. Daarachter de onherbergzame diepe vlakte tussen de vulkanen. Onderin drijven de wolken die dat landschap nog in de schaduw gevangen houdt. Zelf lopen we in de brandende zon. Factor 30 is hier geen overbodige luxe.
Op de hoogste top aangekomen wacht ons het fenomenale uitzicht over de Emerald Lakes.

Emerald Lakes
Drie prachtige meertjes in verschillende kleuren blauwgroen. En in de verte zie je het zijn naam eer aan doende Blue lake. Een groter donkerblauw meer waarvan de donkere kleur bepaald wordt door zijn grote diepte.
De meertjes liggen zo’n 200 meter lager en de helling ernaar toe is bedekt met een laag vulkanisch as van de laatste eruptie. De helling is steil, maar de laag as maakt het wat makkelijker om naar beneden te komen. Doordat je diep wegzakt in de aslaag kom je op een aangenaam verende en glijdende manier beneden, op sommige stukken na dan, waar de aslaag verdwenen is door de overcapaciteit aan hikers. Daar is het uitkijken geblazen om niet onderuit te glijden.

Remy bij het eerste Emerald Lake
Van dichtbij zijn de Emerald Lakes overweldigend mooi. We hebben heerlijk onze warme voeten afgekoeld in het heldere koude water. Een fantastische lunchplek. Vreemd genoeg zijn we de enige die het koude water aandurven. Pas na ons voorbeeld volgen er aarzelend nog een paar.

Jacqueline bij het eerste Emerald Lake
Tijdens onze break zie ik enkele durfals de linksgelegen steile helling oplopen. Het laatste stuk hebben ze er behoorlijk wat moeite mee. Toch ziet het er aanlokkelijk uit. Ik besef dat ze op weg zijn naar de tegenoverliggende kraterwand. Daar waar ik de eenzame hiker bij het rotsblok zag. Meer en meer voel ik ervoor om ook die kant op te gaan. Zeker als ik de horde mensen zie die moeizaam via de mulle aslaag, in file, weer omhoog de kratertop beklimmen.
Het andere stuk ziet er ook heel zwaar uit, maar je bent er eerder op de kraterkam en vanaf daar zie ik mijn voorgangers gewoon lopen. We besluiten het er op te wagen. Het eerste stuk gaat redelijk goed. Maar dan komt ook hier een laag grof puimgesteente op een hele steile helling.
Hier en daar zie ik grote rotsblokken waardoor ik inschat dat het toch te doen moet zijn om hier omhoog te gaan. Ten slotte is het die andere vier ook gelukt. De rotsblokken zijn de plaatsen waar je even steun kunt vinden om de volgende stappen te nemen.
We zijn al ruim op de helft als Remy het toch niet aandurft om verder te gaan. Hij is een keer uitgegleden en zijn onervarenheid en onzekerheid bezorgen hem weke knieën. Ik sta al een stuk hoger en naar beneden gaan lijkt me enger dan het betrekkelijk kleine laatste stuk omhoog.
Vanaf hier komt het moeilijkste stuk, geen vastliggende stenen meer om steun te zoeken. Maar gelukkig is de puimsteen laag hier dieper. Ik besluit het erop te wagen. We splitsen. Ik stamp mijn voet diep in het rulle gesteente. Geen tijd om lang stil te staan, daardoor is de kans naar beneden te glijden groter. Het is zo steil dat ik alleen op handen en voeten verder kan. Staan durf ik niet. In een paar snelle stappen werk ik me een stuk omhoog en durf even in een wat diepere steenlaag een paar seconden uit te rusten. Door mijn gewicht voel ik me al wat omlaag zakken. Snel verder.
In nog twee snelle sessies bereik ik de kraterwand. Pfff, ik heb het gered.
Vanaf hier kan ik gestaag stijgend over de smalle kraterkam mijn weg vervolgen. Dat geeft weer een heel andere kijk op de krater en de omgeving. Het pad is hier smal maar niet stukgelopen. Ik bereik het grote rotsblok waar ik de eenzame hiker zag. De vulkaanaarde verkleurt onder mijn voeten van donkerbruin naar lichtroze en verderop weer naar zwart. Wat een wonderbaarlijke kleurenpracht. Dit is echt genieten. Geen herrie van de honderden mede hikers maar rust en stilte en als je de andere vallei in kijkt het gevoel van alleen op de wereld… Heerlijk!
Even wordt het nog spannend op een wel heel smal stukje kraterrand. Links en rechts gaan de hellingen steil omlaag. Niet naar beneden kijken dus en gestaag doorlopen. Dit doet me denken aan eerdere ervaringen…, een levensles: met moeilijke karweitjes niet te ver vooruit kijken. Dan zie je er steeds meer tegen op. Hak het karwei in kleine stukjes en je begint er makkelijker aan en voordat je het weet is de klus geklaard.
Zo is het dus ook met deze kraterrand. Kijk je verder vooruit dan ziet het er heel spannend en eng uit. Kom je dichterbij dan blijkt het pad breder dan gedacht en loop je er moeiteloos overheen.
Voordat ik het weet heb ik dan ook het eindpunt bereikt. Een laatste klimmetje over een okergeel smal pad brengt me terug op het tweede plateau waarop we voor het eerst in de krater konden kijken. Ik kies een mooie vlakke steen en wacht in het zonnetje op Remy, ondertussen genietend van het uitzicht.
Samen met Remy daal ik het voor hem wat engere stuk af op weg naar het grote vlakke plateau.
Hier torent de machtige Mount Doom in alle glorie bovenuit. Nu in de volle zon. We zien dappere hikers zijn steile hellingen beklimmen naar zijn top. Geen wandeling voor watjes. Ben blij dat ik er niet achteraan hoef.
Onze conditieloze spieren voelen wat stram aan op de afdaling naar het toilethuisje. Het is een behoorlijke aanslag op je knieën, zo’n steile afdaling. Gelukkig wacht onderaan de geleidelijke afdaling naar de carpark. Inmiddels ligt die ook lekker in het zonnetje. Het is dan ook genieten van de uitzichten in tegenovergestelde wandelrichting.
Tjonge, wat een fantastische dag was dit. Wat hebben wij een ontzettende mazzel gehad.
Mazzel met het fantastische, windstille weer en mazzel dat deze prachtige wandeling weer opengesteld is.
We komen moe maar voldaan op de parkeerplaats aan.
De Carpark ligt op 1100 m. hoogte, de top van de Red Crater ligt op 1886 meter. Met de afdaling naar de Emerald Lakes en de klim terug hebben we er ruim 1000 stijgmeters op zitten en hebben we bijna 19 km in de benen. Wat zullen we slapen vannacht.