Ik ben er nooit lyrisch over geweest, ook al is het een wereldberoemd fenomeen: Uluru, ook wel Ayers Rock genoemd. We hebben het allemaal wel eens gezien, de plaatjes van deze enorme, rode, steenklomp in de vlakke woestijn.
En hoewel hij natuurlijk niet mag ontbreken in een reisplanning in de Outback, is het niet de attractie waar ik het meest naar uitgekeken heb.
Dat is voor mij toch meer het andere natuurschoon en natuurlijk de dieren.
We hebben er nu bijna 1500 kilometer opzitten, heen en terug vanuit Alice Springs en ik ben ontelbare waarschuwingsborden voor overstekende kangoeroes tegen gekomen, maar behalve een klein dood exemplaar langs de weg hebben we er dus geen één gezien!!! Ze kunnen me nog meer proberen wijs te maken…, is gewoon een lokkertje om de toeristen bezig te houden, hihi!
Ik heb Dingo’s gehoord op de campsite bij Rainbow Valley, ik heb ze massaal en heel dichtbij gehoord op de camping van Kings Canyon, daar zag ik er ’s avonds zelfs twee grote over de camping lopen op nog geen 5 meter van mij vandaan. We hebben vele roze kaketoes gezien die zich geruisloos ophielden in het bladerdek van bomen (verstandige vogels om je met die hitte zo rustig mogelijk te houden). Er liepen hele kuddes koeien langs de weg, we zagen zelfs enkele dromedarissen en brummies (verwilderde paarden). We hebben vele zwermen zebravinkjes in de Kings Canyon en bij Uluru gezien, hadden een paar gekko’s in het toiletgebouw, zagen welgeteld twee lizzards op onze wandelingen en hadden emoes op de campsite bij Curtin Springs, maar wallaby’s of kangoeroes… niet dus! En dat terwijl ze beweren dat ze Great Red Kangoeroes, Euro’s, Kanyala’s (Hill Kangaroo’s) en Red Necked Wallaby’s hier hebben rondlopen.
Maar dat wil dus niet zeggen dat we niet genoten hebben. Er zat eindelijk weer eens wat beweging in de benenwagen. Na de pittige en vooral hete 6,5 km bij Kings Canyon hebben we dezelfde dag nog de 2 km retour Mala Walk naar de Kantju Gorge bij Uluru gedaan. En eerlijk is eerlijk, van veraf vind ik nog steeds niets aan Uluru, maar van dichtbij is de steenmassa toch wel heel imposant en mooi. Maar dat komt ook doordat je dan de soms enorme erosiegaten erin ziet en de holen aan de voet van de rots. Deze enorme steenklomp reikt tot een hoogte van 348 meter boven de vlakte uit. Men denkt dat, net als bij een ijsberg, slechts een derde van de werkelijke hoogte aan de oppervlakte ligt en dat dus twee derde nog onder de grond zit. De omtrek van Uluru meet 9, 4 km. En op deze Mala wandeling loop je een diepe inham in de rots in. Daarbij staan ook wat uitlegborden over het gebruik ervan door de Anangu Aboriginal stam die in deze streek woont.
In één van de grotten zijn zelfs wat Aboriginal schilderingen te zien. Aan het eind van de Kantju Gorge ligt een kleine waterpoel. Hier komen kennelijk soms wat emoes drinken.
Wat me steeds weer verbaasd is de hoeveelheid groen. Ook rondom en in Uluru is het groen en vind je genoeg bomen. Ik vind de gumbomen prachtig met hun wit en witbonte schilferende stammen en fris groen blad. Ze lijken een beetje op onze berken, maar hebben mooiere stammen en behoren dus tot de Eucalyptus familie.
En natuurlijk sluiten we de eerste dag af met de verplichte zonsondergang bij Uluru. Maar misschien heb ik het te vaak gezien op plaatjes of op tv, speelt ook mee dat de zon er recht op schijnt waardoor je weinig schaduw en dus diepte in de oppervlakte van de steenklomp ziet, echt onder de indruk daarvan ben ik dus niet.
De dag erop staan we dus vroeg op voor de zonsopgang en wandeling bij Kata Tjuta, ook de Olga’s genaamd. Dit is een hele serie van 36 steenklompen die uit het vlakke landschap oprijzen. De hoogste ervan is zelfs ruim 200 meter hoger dan Uluru. En ook hier geldt dat men denkt dat ten minste twee derde van deze monolieten zich nog onder de oppervlakte bevindt. Men schat de leeftijd op zo’n 500 miljoen jaar.
Wat nu maakt dat Uluru de grootste bekendheid heeft gekregen en niet bijvoorbeeld de 700 miljoen jaar oude tafelberg Mount Connor die op zo’n 100 km hier vandaan ligt is me niet duidedlijk Deze is 300 meter hoog, staat net zo markant in het landschap en is 2-3 keer zo groot. Wij hebben hem alleen van een afstand gezien. Net als Uluru en de Kata Tjuta’s behoort Mt. Connor tot het land van de Aboriginals en kun j e alleen op begeleide tours dichtbij komen.
We zijn ruim voor de zonsopgang bij het uitgangspunt daarvoor. Er komen nog massa’s bus toeristen na ons aan. Het is wel grappig. Het heet het uitkijkplatform te zijn voor de zonsopgang op de Olga’s. Maar 90 % van het publiek staat de andere kant uit te kijken, hoe zo’n 30 km verderop de zon naast Uluru opkomt. Nu kleurt de hemel daar ook mooi oranje en is de vorm van Uluru duidelijk herkenbaar. Er is helaas geen doorkomen aan om daar een fatsoenlijke foto van te kunnen nemen. Tegen de tijd dat de zon hoog genoeg klimt om ook de Olga’s een warme gloed te geven zijn de busladingen toeristen al lang weer verdwenen.
Ik heb me erg verheugd op de Valley of the Winds wandeling hier. Dit is een 7,5 km lange wandeling die deels tussen de Olga’s door en deels eromheen voert.
De wandeling begint in de zon maar gelukkig is het nog niet zo verschrikkelijk heet en waait er een verkoelend briesje. Ook hier weer verbaast het me hoe groen het is.
Er zijn drie uitkijkpunten op deze wandeling. Na de eerste gaan we nog meer de hoogte in, tussen een paar van de Olga’s door. Het wordt hier zo mogelijk nog groener met een sappige hoge grassoort. Een paar meter later blijkt waarom, een prachtig groen omzoomde waterplas dient zich aan.
Het blijkt een uitloper van een waterstroompje dat ik hier na de verschrikkelijke droogte waarover iedereen het heeft niet verwacht had. Even hebben we een steil klimmetje en duiken dan al snel de schaduw van de volgende Olga in.
We nemen de bocht links er om heen en komen dan in een diepe, hele smalle vallei tussen twee Olga’s in waar nog een pittig klimmetje volgt naar het tweede uitkijkpunt. Hier kijken we uit op een weidse vallei tussen heel veel Olga’s in. We dalen er naar af en gaan dan links door de vallei heen, terug naar de Olga waar we begonnen aan deze rondwandeling.
Onderweg zien we opvallend veel rupsen lopen. Meerdere soorten zelfs. Maar verder is er op de zwermen zebravinkjes na niet veel leven te bekennen.

Ook op de Walpa Trail lag een groene oase in de schaduw tussen Olga’s.
Hier de weerspiegeling van Remy in het water.
Een paar kilometer verder door ligt de Walpa Walk. Ook deze 2.5 km wandeling doen we er nog even bij. Deze wandeling voert ook door een smalle sleuf tussen twee Olga’s. Doordat een groot deel van deze sleuf het grootste deel van de dag in de schaduw blijft, treffen we ook hier een groene oase met sappig gras, struiken en red gum bomen langs de waterstroom aan.
We turen door het struikgewas in de hoop op een wallaby, kangoeroe of echidna… maar helaas.
Het is nog vroeg in de middag en verder is er hier dus niets te doen. Eigenlijk had ik wel graag de zonsondergang hier mee willen maken. Maar ja, om hier nu in de hitte een aantal uren in de camper door te brengen… buiten zijn we een welkome prooi voor honderden op de loer liggende vliegen. Bij Uluru in de buurt is er nog een cultureel centrum met informatie over de Aboriginal Cultuur en winkeltjes die ik wel wil zien. Op en neer rijden vind ik geen optie. Dan rijdt je dus ruim honderd kilometer heen en weer terug voor alleen een zonsondergang…
Dus besluiten we om terug naar Uluru te gaan en de Olga’s te laten voor wat ze zijn.
Het cultureel centrum is leuk en informatief. Je mag er echter geen foto’s nemen, niet binnen en niet buiten! Jammer.
En wat de Aboriginals betreft, ik heb er tot nu toe nog geen een gezien. Terwijl dit toch hun land is en het hele park onder hun bestuur valt. Vreemd.
We rijden nog een laatste ronde om Uluru heen. Ik loop er nog de Kuniya Walk naar de Mutitjulu Waterhole. Ook hier zie je onderweg in een grot nog wat abstracte Aboriginal schilderingen.
In de waterhole tref ik honderden bijna volwassen kikkervissen aan. Of zijn het salamanders of zo? Ze zijn wel erg groot. Ook dit stuk Uluru is weer erg mooi. Ik schiet een laatste panorama van de enorme rotsholen in de wand. Boven me hoor ik het prachtige luide lied van een vogel. Geen idee welke, ik zie hem niet, Maar zijn stem is krachtig, zuiver en melodieus.
Ik ben blij dat ik Uluru van dichtbij gezien heb. Maar vind van een afstand nog steeds de Olga’s mooier en de wandeling daar was verrassend en mooi.

Een zonsondergang panorama foto gemaakt vanaf een heel ander punt, zoals ik dus de zonsondergang veel mooier vind.
We rijden nu nog terug naar Curtin Springs. Dat halen we nog voordat het echt donker is. Dat maakt onze lange reisdag van morgen een stuk korter en aangenamer.













































































































