Uluru en Kata Tjuta

zonsondergang bij Uluru

zonsondergang bij Uluru

Ik ben er nooit lyrisch over geweest, ook al is het een wereldberoemd fenomeen: Uluru, ook wel Ayers Rock genoemd. We hebben het allemaal wel eens gezien, de plaatjes van deze enorme, rode, steenklomp in de vlakke woestijn.
En hoewel hij natuurlijk niet mag ontbreken in een reisplanning in de Outback, is het niet de attractie waar ik het meest naar uitgekeken heb.
Dat is voor mij toch meer het andere natuurschoon en natuurlijk de dieren.

We hebben er nu bijna 1500 kilometer opzitten, heen en terug vanuit Alice Springs en ik ben ontelbare waarschuwingsborden voor overstekende kangoeroes tegen gekomen, maar behalve een klein dood exemplaar langs de weg hebben we er dus geen één gezien!!! Ze kunnen me nog meer proberen wijs te maken…, is gewoon een lokkertje om de toeristen bezig te houden, hihi!

Ik heb Dingo’s gehoord op de campsite bij Rainbow Valley, ik heb ze massaal en heel dichtbij gehoord op de camping van Kings Canyon, daar zag ik er ’s avonds zelfs twee grote over de camping lopen op nog geen 5 meter van mij vandaan. We hebben vele roze kaketoes gezien die zich geruisloos ophielden in het bladerdek van bomen (verstandige vogels om je met die hitte zo rustig mogelijk te houden). Er liepen hele kuddes koeien langs de weg, we zagen zelfs enkele dromedarissen en brummies (verwilderde paarden). We hebben vele zwermen zebravinkjes in de Kings Canyon en bij Uluru gezien, hadden een paar gekko’s in het toiletgebouw, zagen welgeteld twee lizzards op onze wandelingen en hadden emoes op de campsite bij Curtin Springs, maar wallaby’s of kangoeroes… niet dus! En dat terwijl ze beweren dat ze Great Red Kangoeroes, Euro’s, Kanyala’s (Hill Kangaroo’s) en Red Necked Wallaby’s hier hebben rondlopen.

Mala trail

Mala trail

Maar dat wil dus niet zeggen dat we niet genoten hebben. Er zat eindelijk weer eens wat beweging in de benenwagen. Na de pittige en vooral hete 6,5 km bij Kings Canyon hebben we dezelfde dag nog de 2 km retour Mala Walk naar de Kantju Gorge bij Uluru gedaan. En eerlijk is eerlijk, van veraf vind ik nog steeds niets aan Uluru, maar van dichtbij is de steenmassa toch wel heel imposant en mooi. Maar dat komt ook doordat je dan de soms enorme erosiegaten erin ziet en de holen aan de voet van de rots. Deze enorme steenklomp reikt tot een hoogte van 348 meter boven de vlakte uit. Men denkt dat, net als bij een ijsberg,  slechts een derde van de werkelijke hoogte aan de oppervlakte ligt en dat dus twee derde nog onder de grond zit. De omtrek van Uluru meet 9, 4 km. En op deze Mala wandeling loop je een diepe inham in de rots in. Daarbij staan ook wat uitlegborden over het gebruik ervan door de Anangu Aboriginal stam die in deze streek woont.

 Aboriginal Rock Art op de Kuniya Trail.

Aboriginal Rock Art op de Kuniya Trail.

In één van de grotten zijn zelfs wat Aboriginal schilderingen te zien. Aan het eind van de Kantju Gorge ligt een kleine waterpoel. Hier komen kennelijk soms wat emoes drinken.
Wat me steeds weer verbaasd is de hoeveelheid groen. Ook rondom en in Uluru is het groen en vind je genoeg bomen. Ik vind de gumbomen prachtig met hun wit en witbonte schilferende stammen en fris groen blad. Ze lijken een beetje op onze berken, maar hebben mooiere stammen en behoren dus tot de Eucalyptus familie.

En natuurlijk sluiten we de eerste dag af met de verplichte zonsondergang bij Uluru. Maar misschien heb ik het te vaak gezien op plaatjes of op tv, speelt ook mee dat de zon er recht op schijnt waardoor je weinig schaduw en dus diepte in de oppervlakte van de steenklomp ziet, echt onder de indruk daarvan ben ik dus niet.

Zonsopgang bij Kata Tjuta sunrise vieuwpoint: De zon komt links van Uluru op.

Zonsopgang bij Kata Tjuta sunrise vieuwpoint:
De zon komt links van Uluru op.

De dag erop staan we dus vroeg op voor de zonsopgang en wandeling bij Kata Tjuta, ook de Olga’s genaamd. Dit is een hele serie  van 36 steenklompen die uit het vlakke landschap oprijzen. De hoogste ervan is zelfs ruim 200 meter hoger dan Uluru. En ook hier geldt dat men denkt dat ten minste twee derde van deze monolieten zich nog onder de oppervlakte bevindt. Men schat de leeftijd op zo’n 500 miljoen jaar.

Close up van Uluru bij dezelfde zonsopgang.

Close up van Uluru bij dezelfde zonsopgang.

Wat nu maakt dat Uluru de grootste bekendheid heeft gekregen en niet bijvoorbeeld de 700 miljoen jaar oude tafelberg Mount Connor die op zo’n 100 km hier vandaan ligt is me niet duidedlijk  Deze  is 300 meter hoog, staat net zo markant in het landschap en is 2-3 keer zo groot. Wij hebben hem alleen van een afstand gezien. Net als Uluru en de Kata Tjuta’s behoort Mt. Connor tot het land van de Aboriginals en kun j e alleen op begeleide tours dichtbij komen.

Zonsopgang op de Kata Tjuta's gezien vanaf hetzelfde uitzichtplatform.

Zonsopgang op de Kata Tjuta’s gezien vanaf hetzelfde uitzichtplatform.

We zijn ruim voor de zonsopgang bij het uitgangspunt daarvoor. Er komen nog massa’s bus toeristen na ons aan. Het is wel grappig. Het heet het uitkijkplatform te zijn voor de zonsopgang op de Olga’s. Maar 90 % van het publiek staat de andere kant uit te kijken, hoe zo’n 30 km verderop de zon naast Uluru opkomt. Nu kleurt de hemel daar ook mooi oranje en is de vorm van Uluru duidelijk herkenbaar. Er is helaas geen doorkomen aan om daar een fatsoenlijke foto van te kunnen nemen. Tegen de tijd dat de zon hoog genoeg klimt om ook de Olga’s een warme gloed te geven zijn de busladingen toeristen al lang weer verdwenen.

Water en een groene oase op de Valley of the Winds Trail.

Water en een groene oase op de Valley of the Winds Trail.

Ik heb me erg verheugd op de Valley of the Winds wandeling hier. Dit is een 7,5 km lange wandeling die deels tussen de Olga’s door en deels eromheen voert.
De wandeling begint in de zon maar gelukkig is het nog niet zo verschrikkelijk heet en waait er een verkoelend briesje. Ook hier weer verbaast het me hoe groen het is.
Er zijn drie uitkijkpunten op deze wandeling. Na de eerste gaan we nog meer de hoogte in, tussen een paar van de Olga’s door. Het wordt hier zo mogelijk nog groener met een sappige hoge grassoort. Een paar meter later blijkt waarom, een prachtig groen omzoomde waterplas dient zich aan.

Tussen twee Olga's door naar de vruchtbare vallei tussen de andere Olga's.

Tussen twee Olga’s door naar de vruchtbare vallei tussen de andere Olga’s.

Het blijkt een uitloper van een waterstroompje dat ik hier na de verschrikkelijke droogte waarover iedereen het heeft niet verwacht had. Even hebben we een steil klimmetje en duiken dan al snel de schaduw van de volgende Olga in.
We nemen de bocht links er om heen en komen dan in een diepe, hele smalle vallei tussen twee Olga’s in waar nog een pittig klimmetje volgt naar het tweede uitkijkpunt. Hier kijken we uit op een weidse vallei tussen heel veel Olga’s in. We dalen er naar af en gaan dan links door de vallei heen, terug naar de Olga waar we begonnen aan deze rondwandeling.
Onderweg zien we opvallend veel rupsen lopen. Meerdere soorten zelfs. Maar verder is er op de zwermen zebravinkjes na niet veel leven te bekennen.

Ook op de Walpa Trail lag een groene oase in de schaduw tussen Olga's. Hier de weerspiegeling van Remy in het water.

Ook op de Walpa Trail lag een groene oase in de schaduw tussen Olga’s.
Hier de weerspiegeling van Remy in het water.

Een paar kilometer verder door ligt de Walpa Walk. Ook deze 2.5 km wandeling doen we er nog even bij. Deze wandeling voert ook door een smalle sleuf tussen twee Olga’s. Doordat een groot deel van deze sleuf het grootste deel van de dag in de schaduw blijft, treffen we ook hier een groene oase met sappig gras, struiken en red gum bomen langs de waterstroom aan.
We turen door het struikgewas in de hoop op een wallaby, kangoeroe of echidna… maar helaas.

Het is nog vroeg in de middag en verder is er hier dus niets te doen. Eigenlijk had ik wel graag de zonsondergang hier mee willen maken. Maar ja, om hier nu in de hitte een aantal uren in de camper door te brengen… buiten zijn we een welkome prooi voor honderden op de loer liggende vliegen. Bij Uluru in de buurt is er nog een cultureel centrum met informatie over de Aboriginal Cultuur en winkeltjes die ik wel wil zien. Op en neer rijden vind ik geen optie. Dan rijdt je dus ruim honderd kilometer heen en weer terug voor alleen een zonsondergang…

Oase in de Walpa Gorge

Oase in de Walpa Gorge

Dus besluiten we om terug naar Uluru te gaan en de Olga’s te laten voor wat ze zijn.
Het cultureel centrum is leuk en informatief. Je mag er echter geen foto’s nemen, niet binnen en niet buiten! Jammer.
En wat de Aboriginals betreft, ik heb er tot nu toe nog geen een gezien. Terwijl dit toch hun land is en het hele park onder hun bestuur valt. Vreemd.

We rijden nog een laatste ronde om Uluru heen. Ik loop er nog de Kuniya Walk naar de Mutitjulu Waterhole. Ook hier zie je onderweg in een grot nog wat abstracte Aboriginal schilderingen.

Panorama foto gemaakt  tijdens Kuniya walk.

Panorama foto gemaakt tijdens Kuniya walk.

In de waterhole tref ik honderden bijna volwassen kikkervissen aan. Of zijn het salamanders of zo? Ze zijn wel erg groot. Ook dit stuk Uluru is weer erg mooi.  Ik schiet een laatste panorama van de enorme rotsholen in de wand. Boven me hoor ik het prachtige luide lied van een vogel. Geen idee welke, ik zie hem niet, Maar zijn stem is krachtig, zuiver en melodieus.

Ik ben blij dat ik Uluru van dichtbij gezien heb. Maar vind van een afstand nog steeds de Olga’s mooier en de wandeling daar was verrassend en mooi.

Een zonsondergang panorama foto gemaakt vanaf een heel ander punt, zoals ik dus de zonsondergang veel mooier vind.

Een zonsondergang panorama foto gemaakt vanaf een heel ander punt, zoals ik dus de zonsondergang veel mooier vind.

We rijden nu nog terug naar Curtin Springs. Dat halen we nog voordat het echt donker is. Dat maakt onze lange reisdag van morgen een stuk korter en aangenamer.

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | Een reactie plaatsen

Katherine Gorge

Onze reis naar het noorden vind ik wel wat spannend. We zitten in de overgangsmaand van het warme vochtige natte seizoen naar de veel koelere droge maanden. Ook hier in het Australische noorden geld dus: “april doet wat hij wil”. Niet zozeer het kan vriezen en het kan dooien, maar meer het kan stormen en het kan rustig zijn.
Het stadje Katherine heeft net als Mataranka ook enkele warmwaterbronnen. Terwijl we daar zijn horen we van een van de baders dat nog geen twee weken geleden het water hier 6 meter !! hoger stond.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Kennelijk is er met Pasen in het noorden nog een zondvloed los gebarsten. Via de grote noord-zuid stromende rivieren als South- East en West Alligator Rivers, de Yellow River, de Wildman River en de Mary River zijn er flinke overstromingen geweest.
Dat betekent dus ook dat de gevreesde zoutwater krokodillen diep het land in zijn gekomen en we komen in het Nationale Park Katherine Gorge dan ook diverse waarschuwingsborden en afgesloten wegen tegen.
Kennelijk duurt het na de overstromingen zo’n drie weken om het landschap bij rivieren en waterpoelen ‘saltievrij” te maken. Tot dat karwei geklaard is mogen er geen kano’s varen op de Gorge en zijn enkele lager gelegen trails afgesloten.

scheefgegroeide bomen

scheefgegroeide bomen

Eigenlijk hadden we hier, behalve een kano trip een wandeling van 12 km. gepland naar de Butterfly Gorge.
Maar het is drukkend heet en we zijn al blij als we de ‘trail’ van de Carpark naar het Visitor Center volbracht hebben en daar de airconditioned ruimte in kunnen lopen. Als alternatief gaan we dus met de rondvaartboot de Gorge bekijken.

Katherine Gorge bestaat niet uit één, maar uit 13 met water gevulde Canyons, die door watervallen en cascades met elkaar verbonden zijn. Voor onze cruise moeten we dan ook een stukje lopen naar de volgende Gorge waar de volgende boot op ons wacht.

Overgang van eerste naar tweede gorge.

Overgang van eerste naar tweede gorge.

In de eerste Gorge is de rivier heel breed en zijn de wanden nog niet zo heel erg hoog. We hebben de middagboot en dat betekent dat het erg rustig is. Alle vogels zijn gevlogen, op zoek naar wat verkoeling elders in het park. Ik speur naar Freshie’s, zoetwaterkrokodillen, maar ook die zijn niet te zien. De gids verteld dat het rustige dieren zijn die niet zo gesteld zijn op alle boten in de Canyon en zich daarom dus diep in het water verscholen houden.

Freshie ofwel zoetwater krokodil

Freshie ofwel zoetwater krokodil

Mensen hebben eigenlijk niets te vrezen van deze krokodillensoort. Ze eten voornamelijk vis en klein wild als muizen en ratten én hun eigen nakomelingen (van de 70-80 eieren die ze leggen worden er uiteindelijk gemiddeld maar twee Freshie’s volwassen)! Maar hoewel ze van nature niet agressief zijn, kunnen ze je wel bijten als ze zich bedreigd voelen of wanneer je hun nest te dicht nadert.

De korte wandeling naar de tweede Gorge is voor mij het hoogtepunt. Het is er prachtig! In de rivier ligt een smalle landtong met daarop ernstig kromme bomen. Die laten zien hoe sterk de stroming is wanneer de Gorge overstroomt. Een hele rij tot drie meter hoge bomen staat als een soort hunchback van de Notre Dame in de rivier, kromgebogen door het watergeweld.

Aboriginal Rock Art

Aboriginal Rock Art

Als het hier overstroomt dan kan het zijn dat de complete Gorge onder water verdwijnt. Dat is meerdere keren gebeurd. In 2006 was het heel desastreus, maar ook in 2008 en 2010 hebben overstromingen flinke schade aangericht.
Op de oever kunnen we ook nog enkele duizenden jaren oude Aboriginal schilderingen zien. In tegenstelling tot de Rock Art in Kakadu zijn ze hier niet overschilderd met jongere afbeeldingen waardoor de afbeeldingen beter te herkennen zijn.

De tweede Gorge is wat smaller en hier zijn de wanden al beduidend hoger en steiler. Ondanks het gebrek aan stukjes land weet een enkele boom toch nog te wortelen in een spleet in de rotswand. Aan het einde zien we nog een kleine waterval langs de rotswand naar beneden komen.

Katherine Gorge

Katherine Gorge

Wij draaien hier helaas om, er was geen cruise meer beschikbaar waarin we drie gorges konden bekijken. Jammer.
Net voordat we de overstapplaats bereiken om naar de eerste Gorge terug te gaan, spot onze gids een freshie. Tegen beter weten in probeert hij de boot nog te draaien om iedereen de kans te geven dit dier te zien. Maar het beest is al diep ondergedoken tegen de tijd dat we gedraaid zijn.
Maar Remy en ik hebben hem gezien. En het is me gelukt om bewijs te leveren, al is het dan van grotere afstand en niet haarscherp. Ben blij dat ik hem gezien heb. Dit dier komt alleen in Australië voor in tegenstelling tot de Saltie die ook in India, Zuid Oost Azië en Papua New Guinea in zoet en zout water rondzwemt.

Na ons bezoek rijden we 80 km naar het noorden, naar het andere deel van het Nationaal Park: Edith Falls.
Daar blijven we ook de nacht op de bush camping staan. Dat betekent weer een lekkere warme douche én barbeknoeien!

Een klein deel van de Edtith Falls

Een klein deel van de Edtith Falls

Maar eerst kunnen we het niet laten om de klim te maken naar de Upper Falls. Het is nog steeds behoorlijk heet en daar we in de Lower Pool niet mogen zwemmen vanwege saltiegevaar nemen we de handdoeken maar mee naar boven.
Het schouwspel boven is een plaatje! Tjonge, ik had er al foto’s van gezien, maar dat het zó mooi zou zijn… waanzinnig! Na de laatste bocht door hoog struikgewas ontvouwt zich een warm rood landschap met twee watervallen en zo te zien ook twee grotere meertjes. In het onderste meer zien we mensen zwemmen, dus dat is kennelijk de aangewezen plungepool.

Remy bij Monitor Lizard

Remy bij Monitor Lizard

En niet zomaar eentje, maar een van formaat. Het is al laat op de middag dus er zijn niet veel mensen meer. Het water is heerlijk van temperatuur. Wat een genot. En als extra bonus ligt er ook nog een ruim één meter lange Monitor Lizard op ons plekje te zonnebaden. WOW!
Wat een prachtig dier. Ik kan er heel dichtbij komen om hem te fotograferen en hij laat het zich allemaal prima welgevallen, een echt fotomodel.

Monitor Lizard

Monitor Lizard

Na ruim een kwartier, als er meer fotografen komen, vindt hij de aandacht echter toch wat teveel en glijdt het water in op zoek naar een uitweg. Hij probeert het eerst langs me heen, maar daar wordt de uitgang geblokkeerd door wat kinderen. Uiteindelijk zwemt hij een rondje om een stuk verderop bij de rotsen te schuilen.

We zwemmen naar de sterke stroming van de waterval en naar een pothole onder een uitloper ervan. Een subtropisch zwemparadijs. Het is al donker als we na gezellig gekletst te hebben met een Aussie familie terug gaan naar de camper.

Lekkere Steaks van de barbeque.

Lekkere Steaks van de barbeque.

Op deze camping, maar ook op sommige parkeerplaatsen onderweg heb je gratis gasbarbeque’s staan waar je dus niet eens zelf gas voor hoeft mee te nemen. Een simpele druk op de knop zet het apparaat in werking en binnen no time is je eten gaar. Tot nu toe hebben we er nog geen gebruik van gemaakt, maar je kunt Australië toch niet verlaten zonder te hebben gebarbeknoeid. En dus hebben we steaks in Mexicaanse marinade ingeslagen. We delen de barbecue met een paar Aussies uit Darwin. Zij hebben enkel wat sateetjes om te bakken. Wij beleggen de plaat met de steak, aardappels in alu folie en een pan met wortelen. Ik blijf een konijn dat groente nodig heeft! En bovendien moet het caroteen van die wortels me helpen om bruin te worden, hihi.
Nog geen 20 minuten later zitten we te smikkelen. Dit gaan we vaker doen! Anderen bakken er ’s ochtends ook hun eieren op, maar daar we vaak al vroeg vertrekken…

zoals ik schreef: in de pot!

zoals ik schreef: in de pot!

De zoon van de Aussie familie had me al verteld dat er veel gekko’s en boomkikkers rond het toiletgebouw zaten… en dus was ik gewaarschuwd. Maar dat ik de kikker ook in de pot aan zou treffen…

Helaas zaten de gekko’s en kikkers er ’s ochtends niet meer. Jammer, want het blijft lastig om ze in het donker te fotograferen. Dus verlaat ik Edith Falls zonder foto’s van hen. Maar we maken nog wel tijd vrij om een tweede keer naar de Upper Falls te lopen. Het was daar zó mooi dat ik het nog een keer moest zien! En Remy vind het kennelijk ook nog wel de moeite waard als conditietraining, hihi.

We lopen nu ook het stuk naar het uitzichtpunt waarop je de twee watervallen tegelijk kunt zien. Dat deel van de rondwandeling is afgesloten omdat er kennelijk veel vloedschade is aan het pad. Maar kennelijk geldt dat vooral voor het pad terug naar de camping. Tot aan het uitzichtpunt merken we daar niets van.

Een prachtig einde van ons bezoek aan Katherine Gorge dat mijn toch al hooggespannen verwachtingen meer dan overtroffen heeft!

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | 2 reacties

West MacDonnel Ranges

Yellow Faced Whip Snake bij Simpsons Gap

Yellow Faced Whip Snake bij Simpsons Gap

Sommige mensen gaan niet naar Australië op vakantie omdat ze op de tv hebben gezien dat er zoveel (giftige) slangen zitten. Nou, na een goede drie weken in Australie kunnen we die mensen alleen maar gelijk geven. Vandaag werden we aangevallen door een “levensgevaarlijke” Yellow Faced Whip Snake! Met zijn 30 cm lengte (als je hem volledig uitrekt) en een met de hand geklokte topsnelheid van 2 km/uur moesten we soms toch een stap zetten om hem uit de weg te blijven.

Ondanks dat we zoeken in alle gaten en kieren van de vele rotsformaties, hier in de West MacDonnell Ranges, hebben we toch nog geen andere slangen kunnen vinden. Ook de salamanders en hagedissen zijn moeilijk te vinden. Op onze zoektocht naar meer kangoeroe’s en walibi’s zijn we vandaag aangekomen ten westen van Alice Springs.

Simpsons Gap

Simpsons Gap

De West MacDonnel Ranges is een heuvelgebied van meer dan 200 km lengte en bestaat uit rotsformaties met kloven en dalen waarvan sommige permanente waterpoelen bevatten. Als eerste gaan we naar het ranger station en lopen de Ghost Gum Walk waar we enkele verschillende soorten gombomen te zien krijgen. Hierna bezoeken we Simpsons Gap, waar twee rotswanden naar elkaar toe lopen en een nauwe passage overlaten.

Simpsons Gap

Simpsons Gap

Simpsons Gap staat bekend om zijn Blackfooted Rock Wallabies en Goanna’s die daar te vinden zijn. Helaas laten de walibi’s zich niet zien vandaag, mede door de aanwezigheid van enkele luidruchtige toeristen die het ook nog nodig vinden om de rotsen te beklimmen waar de walibi’s normaal rusten. Wel zien we een grote varaan tussen de rotsen. Hij laat zich op zijn gemak fotograferen en loopt daarna gemoedelijk tussen de rotsen weg.
We rijden verder en bezoeken de Ellery Creek Big Hole. Deze grootste waterpoel van de West MacDonnel Ranges, na duizenden jaren ontstaan door vele grote overstromingen, wordt omgeven door mooi gekleurde rotsen en het is een prachtige plaats om een frisse duik te nemen.

Varaan bij Simpsons Gap

Varaan bij Simpsons Gap

Ellery Creek Big Hole

Ellery Creek Big Hole

We overnachten vlakbij Ormiston Gorge. De volgende ochtend nemen we de tijd om hier eens goed rond te kijken. Net als Simpsons Gap is deze plek heilig voor de Western Arrernte Aboriginal stam. Deze kloof met meerdere waterpoelen is moeilijk op camera te zetten. De kleuren zijn prachtig en omdat we er vroeg in de morgen zijn is het nog rustig en vliegen de vogels weer volop rond.

Ormiston Gorge

Ormiston Gorge

De volgende halte is de Ochre Pits, waar de aboriginals oker uit de grond haalden. Verschillende kleuren oker maken een regenboog aan kleuren tegen de rotsen.
We keren nog een keer terug naar Simpsons Gap in de hoop toch nog een walibi te spotten, maar ze laten zich niet zien. Wel zitten er flink wat zebra vinken die in groepen van boom tot boom vliegen.
Graag hadden we wat meer tijd bij de West MacDonnell Ranges willen verbrengen, want we hebben niet alles kunnen zien. Dus mochten we hier nog een keer terug komen, dan hebben we in ieder geval nog wat dingen te doen…

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | Een reactie plaatsen

It’s getting hotter and hotter, pfff!

Na ons bezoek aan de West MacDonnel Ranges hebben we een lange afstand af te leggen tot onze volgende attractie: De Devils Marbles. Deze liggen zo’n 400 km ten noorden van Alice Springs. Doel is om daar ruim voor de zonsondergang aan te komen omdat ze het mooist te fotograferen zijn in het zachte licht van de dalende zon.
Gelukkig halen we dat ruim. Google heeft de rijtijden hier niet echt goed geschat. Je mag op de Stuart Highway meestal 130 rijden. En al vreet dat benzine, het verkort de reistijden aangenaam. We komen dan ook rond 16.30 uur aan, twee uur voor zonsondergang.

Ik in een Split Rock  in de Devils Marbles

Ik in een Split Rock in de Devils Marbles

Het Devils Marbles terrein is uitgestrekt. Er is een wandeling van 15 min. uitgezet, maar daar laten we het natuurlijk niet bij. Ze zijn prachtig van kleur, deze imposante granieten boulders. Sommigen lijken te balanceren op elkaar. Maar ik heb geprobeerd er een uit balans te krijgen en het is me niet gelukt. Schijn bedriegt dus.

 

Niet uit balans te krijgen!

Niet uit balans te krijgen!

Ze zijn 1500 miljoen jaar oud deze mooi afgeronde granieten rotsblokken. Dus wie weet lijken de Kata Tjuta’s over nog eens 1000 miljoen jaar op deze Devils Marbles, maar dan in een vuurrode zandstenen variant.

We rijden hierna nog een stukje door naar een grote parkeerplaats langs de weg waar je mag overnachten. Na onze vismaaltijd met Basa en Barramundi, venkel en aardappelpuree lekker vroeg naar bed. Het is hier heerlijk rustig, als je eenmaal gewend bent aan de gemiddeld eens in het uur voorbij denderende road train. Het is windstil, heel in de verte zien we het geluidloze geweld van heftige bliksems. Indrukwekkend, wat een licht!

De volgende dag weer een lange rit voor de boeg. Maar met een verfrissend einde: een duik in de natuurlijke warmwaterbronnen van Bitter Springs. Deze warme stromende rivier heeft een continu temperatuur van 32 graden. En JA! Dat is fris vergeleken bij de buitentemperatuur. Want met iedere kilometer die we noordelijker komen lijkt de temperatuur een graad te stijgen. Het wordt heter en heter. En dan is het ter overmaat van ramp nog zo’n benauwde, vochtige hitte. Het lijkt erop dat we daardoor wat minder last van vliegen hebben, maar het slechte nieuws is dat we daarvoor in de plaats heel veel kleine mugjes erbij krijgen. En helaas jeuken de bulten ervan net zo hard als die van grote muggen!

DSC_0659

Standbeeld ter nagedachtenis aan de Drovers

Het landschap onderweg is behoorlijk saai. Eerst honderden kilometers een dor landschap van gele graspollen en donkere bladerloze struiken met hier en daar een eucalyptusboom. Maar dat verandert naarmate we Elliott naderen gelukkig in sappiger graslanden en hier en daar boomgaarden. We komen in Droverland. Wie de film Australia gezien heeft, weet waarover ik het heb. Hier wonen de veeboeren die eens per jaar met een aantal drijvers hun vee over de Zuid-Noord route honderden kilometers naar Darwin leiden om het daar te verkopen.

We bezoeken een van de belangrijke voormalige drijversteden: Newcastle Waters. Eens een bloeiende drijvers stad is het sinds de 60’er jaren langzaam veranderd in een Ghost Town. De verharding van de Stuart Highway en daarmee de komst van Road Trains maakte het beroep van drijver onnodig. Nu is er één 10.353 km2 groot veebedrijf overgebleven, maar de rest van het stadje is verlaten.

Interieur Jones' Store

Interieur Jones’ Store

Je kunt vrijelijk door het Junction Hotel, wat huisjes en Jones’ Store lopen. In beiden hangen veel krantenartikelen en foto’s uit die tijd aan de muur. In de Store is nog wat van de inrichting overgebleven. Alle gebouwen zijn gemaakt van gekleurde ijzeren golfplaten, zelfs het nu lege kerkje. Het lijkt me verschrikkelijk heet om daar in te wonen. Maar het is er aangenamer dan buiten in de zon. Nu waait het wel overal door. Er zijn geen ramen meer en de deur staat open.

Daly Waters Pub

Daly Waters Pub

Hierna was het nog zo’n 150 km naar het beroemdste historische café in de Outback: De Daly Waters Pub. De wanden hangen er vol met wat bezoekers in de loop der tijd hebben achtergelaten. Zo is de wand achter de bar behangen met geldbriefjes met boodschappen erop uit de hele wereld en hangen boven de bar honderden Bh’s…?! Je ziet er allerlei nummerplaten, T-shirts van sportclubs, pasfoto’s en visitekaartjes van bezoekers. En ondanks dat het een paar km. verwijderd ligt van de Stuart Highway en niet ver van een groot benzinestation aan die weg is het er toch nog gezellig druk.

Remy in de Bitter Springs Hot Pool

Remy in de Bitter Springs Hot Pool

De laatste 180 km naar Bitter Springs waren ineens voorbij. Misschien omdat we eindelijk Kangoeroes zagen, al waren het dan roadkills. Het klimaat is inmiddels een stuk vochtiger en dus het landschap groener. Aantrekkelijker dus voor de hier levende Agile Wallaby’s wiens dieet bestaat uit alleen maar grassen. De warmwaterbronnen van Bitter Springs liggen dan ook in een soort oerwoud van palmbomen en hoge grassen. Je kunt je hier door de warme stroom mee laten voeren. Er zwemmen kleine visjes mee en er schijnen ook garnalen en schildpadden in dit water voor te komen. Terwijl wij er zijn komt er een Monitor Lizard uit het water gekropen om zijn net gevangen maaltijd op te eten. Dit slanke dier is ruim een meter lang. Zijn staart is nog langer dan zijn lijf. Alle mensen om hem heen lijken hem koud te laten, totdat er teveel foto’s close up genomen worden. Dan verdwijnt hij weer het water in.

 

Een van de Agile Wallaby's bij Bitter Springs

Een van de Agile Wallaby’s bij Bitter Springs

Terwijl we de rondwandeling richting Car Park na onze zwempartij afmaken, komen we zeker 10 Wallaby’s tegen. Ze zijn in de beginnende schemer dichter naar het water toe gekomen. Helaas krijgen we ze niet echt scherp op de foto in het duistere licht onder de hoge palmbomen. Maar we hebben ze gezien en ze zijn schattig met hun witte buikjes en smalle lichte snoetjes. Ze blijven je ook lang aankijken, totdat je weer beweegt, dan zijn ze weg. Tjonge, voor zulke kleine dieren (max 65 cm. hoog) hebben ze maar enkele grote sprongen nodig om tientallen meters te overbruggen.

Al met al dus een leuke dag met aan het eind Barbecue worstjes en een soort gekruide hamburgers met gemengde groenten en aardappels. Mmm, het vlees smaakt hier in Australië veel lekkerder, veel puurder!

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | 2 reacties

Kings Canyon

Kings Canyon

Kings Canyon

Echt veel herinner ik me niet meer van mijn vorige trip naar de Outback. Wel herinner ik me nog dat ik Kings Canyon zo mooi vond. Dus was ik wel benieuwd hoe ik het nu zou ervaren. Om er te komen moeten we een stukje rijden. Meer dan 400 km scheidt ons vanuit Rainbow Valley op weg naar de Red Centre zoals ze hier noemen, het rode hart van Australie. Onderweg hopen we natuurlijk kangoeroe’s te zien, en ons hart gaat sneller kloppen als we de bekende verkeersborden met een kangoeroe erop zien. Maar we zien onderweg zelfs geen dode kangoeroe (roadkill) langs de kant. Wel zien we vaker prachtige Wedge-tailed Eagles voor ons op de weg wegvliegen of in de boom zitten. Schijnbaar profiteren zij (naast valken en raven) regelmatig van de verkeersslachtoffers, varierend van klein wild zoals konijnen tot aan koeien van een paar honderd kilo, die vooral in de avonduren op de highways vallen. Het gras is groener aan de zijkant van de weg en daarmee lokt het veel dieren richting de snelwegen. Gelukkig hebben wij tot nu toe de schade kunnen beperken tot kleine insekten op de voorruit. Hopelijk blijft dat zo…

Kings Canyon hikes

Kings Canyon hikes

We komen redelijk op tijd in Kings Canyon aan en besluiten nog even de 2.6 km Kings Creek Walk te lopen, wat ons door de vallei richting het begin van de King Creek waterloop voert. We kijken links en rechts omhoog naar de 100 tot 150 meter hoge rotswanden waarover we morgen zullen gaan lopen. De vallei zelf ligt op zo’n 650 meter boven de zeespiegel. De zon staat al laag als we terug zijn bij onze campervan en we rijden dan ook door naar de campsite nabij Kings Canyon. Vanuit de campsite zien we de zon op Kings Canyon ondergaan en we verheugen ons al op de hike van morgen. Na het avond eten en een lekkere warme douche loop ik nog even naar het toilet gebouw om wat foto’s van een gekko en een grote mot te maken. Opeens hoor ik Jacqueline roepen: “Remy, dingo’s!!!”. Ondanks alle aanwijzingen van Jacqueline kan ik ze maar niet vinden. Blijkt een stel dingo’s op ongeveer 5 meter achter mijn rug voorbij gelopen te zijn. Was dat even balen…

Kings Canyon

Kings Canyon

Vanwege de hoge temperaturen in de middag zijn we de volgende ochtend vroeg uit de veren om de 6.5 km Kings Canyon Rim Walk te doen. Het zwaarste deel van de hike is in het begin als we meteen via 1000 treden de hoogte naar de top van de canyon moeten overwinnen. Dat vormt geen enkel probleem, ik ben wel wat meer gewend inmiddels. Eenmaal boven gekomen bevinden we ons in een prachtig gekleurd rotslandschap dat moeilijk op camera is vast te leggen. Door gaten in de niet al te harde zandsteen zijn er door water en wind blokken zandsteen los van elkaar komen te staan die in de loop der jaren hun scherpe randen verloren. Ik geniet van de prachtige kleuren en de speling van de zon op de rotsen. We lopen langs een hele formatie op bijenkorven lijkende rotsformaties, de Lost City.

Jacqueline tijdens de Kings Canyon Rim Walk

Jacqueline tijdens de Kings Canyon Rim Walk

We dalen in een kloof af naar beneden en vinden een oase, die ze de Garden of Eden noemen, midden tussen de kale rotsen. Doordat er tussen twee zandsteen lagen een hardere laag bevindt heeft zich deze oase kunnen vormen. We rusten hier even uit en genieten van de koelte van het water en de schaduw. We klimmen weer omhoog en lopen weer door verschillende rotsformaties. Het is inmiddels flink warm geworden en alhoewel de rest van de hike niet zwaar is, zorgt de warmte, de felle zon en het gebrek aan schaduw er voor, dat het laatste stuk zwaar aanvoelt.

Hagedis in Kings Canyon

Hagedis in Kings Canyon

Zelfs hierboven in de hitte vind je nog dieren, en dan bedoel ik niet die tientallen vliegen die mee-hiken! We zien een hagedis en een kever. Ook zien we nog een fossiele afdruk van een schelpdier, stammend uit de tijd dat dit nog een zee was. We dalen af naar beneden in de felle zon zonder al te veel schaduw. Ondanks mijn pet staat mijn hoofd op koken als we beneden zijn en ik ben blij dat ik mijn hoofd even kan nat maken onder een kraan op het toilet.
Mijn hernieuwde kennismaking met Kings Canyon was weer een hoogtepunt. Het is en blijft een prachtige canyon die je zeker niet moet missen als je de Outback bezoekt. Het is wel een flink stuk omrijden om alleen deze canyon te bekijken en de thermostaat staat er bijna altijd te hoog…

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | Een reactie plaatsen

It’s bloody hot!

De outback vanuit het vliegtuig gefotografeerd

De outback vanuit het vliegtuig gefotografeerd

Pfff, lagen we de afgelopen nachten nog te slapen met thermo ondergoed (en Remy zelfs met een fleecetrui erover aan), als we aankomen in Alice Springs valt de temperatuur als een warme deken om ons heen. Het is dan ook zo’n 34 graden als we landen en ik weet niet hoe snel ik mijn spijkerbroek moet verruilen voor een korte broek en verwissel mijn bergschoenen met dikke sokken op de parkeerplaats van de camperverhuurder meteen voor mijn sandalen nog voordat de papieren getekend zijn.

Helaas zijn we weer aangekomen met vertraging. Het was wat miezerig toen we om 07.00 uur  ’s ochtends in Melbourne vertrokken en kennelijk krijgen de vliegtuigen daar dezelfde vierkante wielen van als onze treinen na het eerste herfstblaadje.
Kortom weer bijna een kostbaar uur verloren. En dat terwijl we nog inkopen willen doen en vandaag nog een spannend doel voor ogen hebben: we willen proberen in Rainbow Valley te komen. Dit is een prachtig gekleurde rotsformatie die zo’n 80 km ten zuiden van Alice Springs ligt. Je kunt er alleen komen via een 22 km lange gravelroad vanaf de Stuart Highway die omschreven staat als 4WD recommended.
DSC_9637Inmiddels weten we al wel dat het verschillende mensen gelukt is om er met een gewone auto te komen, maar niets is zo veranderlijk als de conditie van een onverharde weg. Het hangt er ook helemaal vanaf of het de laatste weken droog is geweest of niet en of er geen stukken weg zijn weggespoeld. Maar na de nodige spannende verhalen sprak ik twee dagen geleden ook een echtpaar die het afgelopen juni nog geprobeerd hebben en toen was het goed te doen. We wagen het er dus maar op.

Het eerste stuk na de afslag ziet er goed uit, gravel met helaas ook een flink wasbordeffect erin, maar met een vaartje van zo’n 20-25 km per uur goed te doen. Het landschap ziet er nog steeds niet uit als een reguliere woestijn. Ik vind het behoorlijk groen.
Er staan veel grote struiken (Witchetty Bush uit de acacia familie) en verder veel grijsgroene graspollen (Kerosene gras) in het landschap. De aarde is vuurrood maar niet veel te zien. Hier en daar staan ook wat Eucalyptus bomen. Die met de mooie witte bast en brede kroon zijn de Coolabah’s. De vele Mulga-bomen (Acacia soort) kunnen tot 300 jaar oud worden en zijn met hun opstaande naaldachtige bladeren vrij transparant in het landschap.
De weg is inmiddels al een aantal keren veranderd in een breed rood zandspoor met hier en daar verharde stukken en stiekem word ik toch wel wat zenuwachtig van het mulle zand. We turen beiden naar mogelijke verharde stukken leem en gravel en sturen van links naar rechts en weer terug over het brede zandspoor om zoveel mogelijk de mulle zandsporen te vermijden.

We zijn al ruim een half uur verder en ongeveer op de helft als we als tegenligger een Britz campervan tegen komen die erg op die van ons lijkt. Ook geen 4WD dus. Het ziet er naar uit dat die het dus ook gehaald hebben.
Maar niet lang daarna krijgen we echt mul zand en lijkt Remy even de macht over het stuur kwijt te zijn. We staan stil. Oeps!
Even lijkt het erop dat we vast staan, maar we zetten de auto voorzichtig in zijn achteruit en dan weer in zijn vooruit en weten er toch uit te komen. Pffffffffff. Dat scheelde niet veel.
Gelukkig zijn de echt zanderige stukken hooguit een paar honderd meter lang en zie je dan wel weer wat vaste grond stukken waar je naartoe kunt sturen.
Maar het blijft toch wel spannend en 22 km duren op die manier heel lang, zeker als je in de verte het einddoel ziet liggen maar het toch nog zo lang duurt voordat je er bent.

Ondertussen is het landschap weer wat veranderd en staan er veel typische bomen langs de weg.  Het zijn zelfs hele bossen. Dit blijken woestijneiken te zijn. Ze zien er wel schattig uit, heel aaibaar. De stammen zijn dun en daarboven komt de lange ovale lichtgroene kroon. Als een soort toortsen staan ze in het landschap. Heel bijzonder. We zien nu ook heel veel slierten met woestijnmeloenen in de berm. Ze lijken op de sierpompoenen die wij in de herfst veel hebben.

Rainbow Valley in de avondzon.

Rainbow Valley in de avondzon.

Na zo’n 75 minuten komen we dan eindelijk aan op de parkeer/campingplaats van Rainbow Valley. We zijn op tijd! De zon staat al laag, geeft mooie lange schaduwen. Ook zijn er veel schapenwolkjes in de lucht. Het beloofd een mooie zonsondergang te worden.
Het gebied is niet groot, maar de rotspartij is prachtig! De kleuren variëren van bijna wit, naar geel, oker, oranje tot dieprood. De kam van de rotspartij is heel grillig van vorm en hier en daar zie je nog een boom tegen de helderblauwe hemel afsteken die kennelijk een rotsspleet heeft gevonden waarin hij zijn wortels kon voeden.
De zon gaat lager en lager en zet de rotspartij in een steeds warmer wordende rode gloed. De wolkjes formeren zich naar een stervorm. Het geeft een mooie diepte aan dit landschapsplaatje. Even blokkeert een wolkpartij de zon, dan licht de rotspartij nog eenmaal op in de tanende zonnestralen. PRACHTIG!

DSC_9695Van achter de horizon werpt de zon nu zijn energie op de onderkant van de wolken. Het is alsof de hemel in brand staat. WOW!
De temperatuur is inmiddels aangenaam en met het verdwijnen van de zon verdwijnen ook de ontzettend irritante vliegen die continu op je gezicht, je bril, je neus en in je oren gaan zitten.

Dat wordt buiten eten vanavond. Er staat weer eens pasta op het menu met een verfrissende tomaten-komkommer salade.

Na het eten blijven we lekker buiten liggen staren naar de enorm heldere sterrenhemel. Ze hebben hier een soort houten plateaus gemaakt van 2×2 meter. Waarschijnlijk om het mogelijk te maken om onder de sterrenhemel te slapen, vrij van slangen en ander kruipend gedierte.
Even overweeg ik het serieus, maar als er een windje opsteekt laat ik dat plan varen. Het lijkt me dat het mij toch net iets te fris wordt vannacht.
Samen met nog twee andere 4WD campervans zijn we de enige gasten van vannacht.
Lekker rustig!

Ik sluit de dag af met een voldaan gevoel. Wat fijn dat we deze plek gehaald hebben. Een bijzonder stukje outback dat niet iedereen te zien krijgt.

 

Nog een luchtfoto van de outback. Hier vlogen we over een zoutmeer.

Nog een luchtfoto van de outback. Hier vlogen we over een zoutmeer.

Geplaatst in Australië, Downunder, Northern Territory | 1 reactie

De Grampians

Eastern Grey Kangaroo

Eastern Grey Kangaroo

Na een frisse nacht worden we in de ochtend wakker gemaakt door het geschreeuw van de kakatoe’s op onze campsite bij Lake Bellfield. Eenmaal opgestaan, gaan we rondkijken en zien we weer papagaaien, kakatoe’s en nog meer vogeltjes rond ons heen. Even verderop staan zo’n vijftien Eastern Grey Kangaroos te grazen en zich op te warmen in de ochtend zon. Met onze camera’s kunnen we weer een paar prachtige foto’s maken. Jacqueline weet zelfs vast te leggen hoe een al ouder jong zit te drinken bij haar nauwelijks grotere moeder.

Emu bij de campsite

Emu bij de campsite

Verderop de volgende mooie verrassing, Emu’s! Deze grote loopvogels lopen parmantig tussen de kangoeroes door. We moeten ons regelmatig inhouden anders blijven we maar fotograferen. We zouden er de hele dag kunnen blijven zitten! Maar de Grampians hebben meer te bieden dan dit.We pakken alles weer in en rijden richting de Reed Look out. Dit uitzichtspunt geeft een mooi overzicht over de Grampians en het is prachtig om de zon tussen de bewolking door over het landschap te zien scheren. We lopen nog een stuk door en komen uit bij de Balconies. Een tweetal ver uitstekende rotspunten die over de onderliggende vallei uitsteken. Ook hier is het uitzicht prachtig en de zon laat zich nu ook weer van zijn beste kant zien. Natuurlijk kan Jacqueline het niet laten om even een kijkje op de Balconies te nemen.

Kookaburra en Karrawong

Kookaburra en Karrawong

Volgende halte is de MacKenzie Falls, de Kookaburra’s en Karrawongs zitten bij de parkeerplaats al klaar voor ons in de bomen. Bang voor de toeristen zijn ze niet. Een Kookaburra plukt zelfs in zijn vlucht een stuk brood uit de hand van een man die aan het lunchen is. Alweer moeten we ons inhouden om niet te veel foto’s te nemen, want anders hebben we weer veel te veel uitzoekwerk…         De MacKenzie Falls bestaat uit twee gedeeltes. In het eerste deel vindt het water via verschillende kleine watervallen zijn weg naar beneden. Het tweede deel bestaat uit een ruim 40 meter hoge waterval waar het water via zwarte rotsen naar beneden komt. De weg terug omhoog is weer een aardige conditietraining.

Western Grey Kangaroo

Western Grey Kangaroo

We lunchen bij de Zumstein picnic plaats en zien daar weer twee andere kangoeroe soorten: waarschijnlijk een Western Grey Kangaroo en een Wallaby die we nog niet eerder gezien hebben en de Eastern Grey Kangaroo die we eerder al zagen. We bezoeken Lake Wartook en ook daar treffen we weer Eastern Grey Kangaroos aan. Dit keer een moeder met kind. Het is al wat later op de dag, maar we besluiten toch de Pinnacles Walk te doen vanaf de Wonderland Carpark. Mijn eerste gedachte was, is het niet een beetje te laat om deze wandeling te doen, maar achteraf kan ik alleen maar zeggen, wauw! Het is de mooiste hike die we tot nog toe gedaan hebben in Australië.

Grand Canyon

Grand Canyon

Het eerste gedeelte voert ons door de Grand Canyon (jaja, hier hebben ze er ook eentje). Via grote stenen, en soms geholpen door een stukje trap of railing, klauteren we ons een weg door deze smalle kloof omhoog. De omringende zandsteenformaties maken van deze kloof een prachtig visueel spektakel dat moeilijk op video of camera is vast te leggen. Bovenaan kunnen we terug kijken op de kloof en zien we verderop nog meer mooie rotsformaties liggen. We klimmen verder omhoog. We komen aan bij een bredere kloof waar we via trappen en paden onze weg verder naar boven vervolgen. De trappen leiden ons naar de Bridal Veil Falls, maar door de aanhoudende droogte van de laatste maanden komt er geen druppeltje water naar beneden.

Silent Street

Silent Street

Verder door lopen en klimmen we via een tweetal erg nauwe en donkere gangen, de Silent Street, door naar de top van deze berg, onze eindbestemming, het uitkijkpunt van de Pinnacles. We zitten hier zo’n 350-400 meter hoger dan waar we onze wandeling bij de parkeerplaats begonnen en zien een prachtig panorama. We blijven er niet al te lang want het is inmiddels al laat en de wind waait stevig. In de schemering dalen we af naar beneden. Wauw, wat een mooie hike!

 

 

Wallaby's langs de weg

Wallaby’s langs de weg

 

We rijden in het donker terug naar een kleine rest area die we die middag hadden zien liggen om daar te gaan overnachten. Enkele kilometers voor de rest area zien we op het laatste moment een tweetal walibi’s aan de kant grazen. Maar goed dat ze langs de kant weg hupten want anders had ik ze voor de auto gehad, met alle schade en dierenleed tot gevolg. Ze blijven gewoon in de koplampen langs de weg grazen en we proberen nog een foto te maken. De volgende ochtend is het stralend weer en besluiten we de Grand Canyon opnieuw te lopen. De zon schijnt voluit en de kleuren en uitzichten zijn nog mooier dan de dag ervoor. Aan het einde van de Canyon ontmoeten we nog een Australisch echtpaar waarmee we een praatje maken terwijl we genieten van het uitzicht.

Bunjil Shelter

Bunjil Shelter

We verlaten het park en rijden vanaf Halls Gap richting Pomona en Stawell om de Bunjil Shelter te bekijken.  Naast rotstekeningen liggen her en der grote rotsblokken verspreid over een heuvel die overzicht biedt over het landschap eromheen. Ook hier lopen we een beetje rond en vinden onder andere een gespleten rots en enkele mooie gombomen.

Ook hier hebben ze een gespleten rots

Ook hier hebben ze een gespleten rots

De Grampians is wat ons betreft een hoogtepunt van onze reis alleen al vanwege de hike door de Grand Canyon…

Geplaatst in Australië, Downunder, Melbourne | 1 reactie

The Great Ocean Road

Remy bij beeld in de McClelland Sculpture Garden

Remy bij beeld in de McClelland Sculpture Garden

Na ons bezoek aan de prachtige beeldentuin van de McClelland Art Gallery (de grootste beeldentuin van heel Australië) met voornamelijk moderne grote beelden, beginnen we eindelijk aan De Great Ocean Road.

Ik op een toegankelijk kunstwerk in de McClelland Sculpture Garden

Ik op een toegankelijk kunstwerk in de McClelland Sculpture Garden

De Great Ocean Road is een beroemd stuk weg langs de zuidkust van Australië die over een afstand van ruim 250 kilometer slingert langs spectaculaire kliffen langs de kust en door golvende landschappen en stukken gematigd regenwoud in het binnenland. De weg begint officieel bij Torquay (aan de oostkant) en eindigt bij Warnambool (aan de westkant), beide in de staat Victoria.

Het stuk tussen Anglesea en Apollo Bay werd tussen 1918 en 1932 aangelegd door soldaten die van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) terugkwamen. Initiatiefnemer was de rijke zakenman en burgemeester van Geelong, Howard Hitchcock. Hij wilde de soldaten werk en dus een nieuw leven geven. De hoge kliffen, het rotsachtige terrein en van tijd tot tijd slechte weer maakte het tot een superzwaar mega karwei voor de arbeiders die met pikhouwelen, spades, paard en wagen en zo nu en dan explosieven het karwei moesten klaren.
De Great Ocean Road werd gewijd aan de slachtoffers van de oorlog en is daarmee het grootste oorlogsmonument voor slachtoffers uit de Eerste Wereldoorlog.

Kangeroo bekijkt de oefenslagen van golfer

Kangeroo bekijkt de oefenslagen van golfer

Onderweg zijn er genoeg kleine toeristische kustplaatsjes te bezoeken en ligger er diverse natuurparken.
Wij stoppen voor het eerst bij de golf course van het plaatsje Anglesea, 12 km ten westen van Torquay.
Deze staat erom bekend dat hij behalve door golfers door honderden kangoeroes wordt belopen.
En dat is dus niet gelogen! Je ziet hier meer kangoeroes dan bij ons konijnen op het golfterrein. Wel grappig om te zien hoe een aantal kangoeroes liggend de oefenslagen van een golfer gade slaan.

Eastern Grey Kangeroo's op het golf terrein van Anglesea

Eastern Grey Kangeroo’s op het golf terrein van Anglesea

De rest graast rustig van het ultrakorte gras terwijl de ballen over hun hoofden heen in een breed veld om de vlag van de green terecht komen.
Woepie, onze eerste kangoeroes staan dus al uitgebreid op de foto. Toch is de ervaring lang niet zo spectaculair als bij onze Swamp Wallaby’s op Phillip Island. Maar leuk zijn ze wel, al had ik liever gezien dat ze niet zo’n idioot grote halsbanden om hebben en zoveel clips in hun oren. We horen later dat dat is om na te gaan wat ze zoal uitspoken. De jonkies hebben gelukkig nog niet zoveel aangebrachte verminkingen.

Split Point Lighthouse bij Aireys Inlet

Split Point Lighthouse bij Aireys Inlet

Hierna gaan we op weg naar Aireys Inlet een kustplaatsje 9 km verderop. De kleine kustplaatsjes zelf interesseren ons niet zozeer, maar ik wil graag de Split Point Lighthouse  zien vanwaar je mooi uitzicht hebt op de ‘Straat Bass’ en de Otra Ranges.
Het is stralend mooi weer en de witte vuurtoren steekt mooi af tegen de helder blauwe lucht.

Van hieruit rijden we verder naar Kenneth River. Het schijnt dat bij de monding van de rivier vaak koala’s worden gezien en dat willen we natuurlijk meemaken. En YES! We zien in de eerste de beste eucalyptusboom twee koala’s zitten. Een kleintje wat hoger in de boom en één actief exemplaar binnen mijn lensafstand van de camera. En actief is dus geweldig om mee te maken.

De Koala zijn favoriete bezigheid: eten

De Koala zijn favoriete bezigheid: eten

Deze dieren slapen ca. 19 uur per dag nadat ze helemaal stoned worden van het eten van de eucalyptusbladeren. Deze is kennelijk net wakker en is volop aan het eten. Het is al schemerig, maar dankzij mijn flits weet ik toch nog wat aardige foto’s van dit hongerige beertje te schieten.

 

 

 

 

King Parrot

King Parrot vrouwtje

 

 

 

Crimson Rosella

Crimson Rosella

 

 

Ondertussen vliegen krijsende Parakeets en King Parrots om mijn oren en lopen Purple Swamphens me voor de voeten. Natuurlijk probeer ik de eerste twee ook op de foto te krijgen, maar dat valt niet mee. Ze hebben voorkeur voor de blaadjes die verborgen achter dicht bebladerde andere takken hangen en spelen zo hun spel om mijn aandacht. Maar het lukt uiteindelijk ook om hen te pakken te krijgen. De aanhouder wint.

 

Deze Koala gaat een lekker tukje doen na het eten

Deze Koala gaat een lekker tukje doen na het eten

Inmiddels begint de etende koala al aardig stoned te worden. Hij wordt steeds trager en gaat ten slotte in zijn favoriete slaaphouding zitten. Grappig, ik kijk van onderen recht tegen zijn lichte buikje en hoofd aan. Hij gluurt nog af en toe steels door zijn oogspleetjes voordat hij definitief weer gaat slapen. Tijd om verder te rijden.
Eindpunt van de dag is een vrij kampeer gebied in de ruige bossen van Cape Otway
Het laatste stuk ernaar toe gaat over een hobbelige zandweg tussen prachtige kronkelige bomen.
Behalve nog een kleinere campervan met drie Fransen zijn we de enige campsite bezoekers.
Het wordt dus een rustige maar wel aardig frisse nacht. Ben blij dat ik mijn thermo ondergoed bij heb. Dacht dat ik dat in Nieuw Zeeland nodig had, maar het blijkt hier van pas te komen.

De volgende dag begint helaas bewolkt. Desalniettemin rijden we naar de beroemde, oudste vuurtoren van Australië. Blijkt echter dat je deze niet van dichtbij mag bekijken tenzij je een fikse entreeprijs betaald. Dat valt even tegen. Ook de trail, een deel van de Great Ocean Walking Trail biedt niet veel soeps. Het leidt weliswaar naar een uitzichtpunt, maar vandaaruit zie je slechts het bovenste deel van de toren boven de bossen uitsteken en dat van grote afstand. Op de kleine begraafplaats op de route zie ik naast een oud graf een moeder en kind Black Wallaby staan. Wow! Ik pak snel mijn camera en gebaar naar twee druk kletsende vrouwen dat ze stil moeten zijn. Een paar seconden staan hun monden daadwerkelijk stil. Maar net op het moment dat ik scherp gesteld heb en wil afdrukken beginnen ze luidkeels te roepen en jagen zo de twee wallaby’s weg. Ik baal ontzettend! Maar ik heb ze wel mooi gezien. Toch weer een heel ander soort Wallaby dan de Swamp Wallaby’s op Phillip Island. Deze waren veel donkerder, bijna zwart van kleur.

Jonge koala bij Cape Otway

Jonge koala bij Cape Otway

Remy was ook minder succesvol bij zijn fotojacht op vogeltjes onderweg en dus stappen we weer in onze campervan om de weg terug naar de Great Ocean Road te nemen.
We rijden langzaam, want ook hier worden regelmatig koala’s gezien. En wij zien ze ook! Tjonge wat een mazzel. WE zien er wel een stuk of 20 binnen nog geen kilometer afstand. De eerste drie in één boom zitten wat te hoog en zijn niet actief. Maar uiteindelijk blijven we ruim een uur om te genieten van deze kleine beertjes en krijgen we er zowaar een aantal goed op de foto en film en hebben we er zelfs weer een paar die wat meer doen dan alleen maar slapen.

Na Cape Otway gaat de Great Ocean Road een stuk door het binnenland richting Lavers, het hoogste punt op de route. Hier ligt ook het Melba Gully State Park waar wij een van de vele mooie watervallen bezoeken: De Triplet Falls. De trail voert door een stuk gematigd regenwoud met hoge boomvarens. Het is een trail waar weer wat beroep gedaan wordt op onze conditie. Dat is ook wel weer nodig. Door de hete droge zomer ziet hij er niet zo spectaculair uit als op de foto’s die we gezien hebben, maar hij is toch wel aardig om te zien. Tegen de tijd dat we terug komen bij onze campervan doet het woud zijn naam eer aan. Het begint te regenen, Ai.

King Parrot

King Parrot mannetje

De weg door het binnenland vind ik niet zo interessant. Een golvend, Limburgs aandoend, Landschap met wat bos. Pas bij Princetown komen we weer aan de kust. En tegen die tijd is het weer totaal grijs en regent het pijpenstelen. We besluiten door te rijden naar Port Campbell. We hadden eigenlijk de Shipwreck Trail op het programma staan maar die slaan we dus maar over. In Port Campbell gaan we naar de visitor center voor wat weersinformatie. Blijkt dat we daar ook gratis Wi-Fi ontvangst hebben waar we op een comfortabele tweezitsbank gebruik van kunnen maken. Werk ik daar gelijk even wat mail bij en zoek ik wat vogelnamen op voor bij mijn foto’s.
Terwijl we bezig zijn gaat geheel onverwacht de zon weer schijnen. Tjonge, wie had dat verwacht. We pakken onze spullen op en rijden terug richting de Loch Ard Gorge en de Apostels. We slaan af naar de eerste.

Panorama van de Loch Ard Gorge

Panorama van de Loch Ard Gorge

In 1878 sloeg hier het zeilschip Loch Ard kapot tegen de riffen van Mutton Bird Island. Slechts twee mensen overleefden deze schipbreuk: de scheepsjongen Tom en de 18 jarige dochter van een welgestelde familie die van Ierland op weg was naar Australië, Eva. Dit prachtige stuk kust met hoge kalkstenen kliffen is dus genoemd naar deze schipbreuk.

Loch Ard Gorge

Loch Ard Gorge

In de stralende zon genieten we van de diverse uitzichtpunten op de gele kalkstenen inhammen, de in zee staande rotspilaren en de enorme golven die krachtig beuken tegen deze kliffen. Het is een spectaculair gezicht waar je geen genoeg van kunt krijgen. Maar het is dus ook wel duidelijk waarom hier zoveel schepen langs de kust vergaan zijn en waarom het tegenwoordig verboden is om hier in zee te zwemmen. De stroming is veel te zwaar.

De zon kwijnt weg achter waterige wolken terwijl we naar de Twelve Apostels rijden, een paar kilometer verderop. Geen spectaculaire zonsondergang dus. Maar toch een mooi uitzicht op deze rotspilaren in zee die zijn gebeeldhouwd door woeste zee en ijzige stormen die komen aanrazen vanuit het zuidelijker gelegen Antarctica. Het zijn er al lang geen twaalf meer. Het woeste water heeft al aardig wat van de zachte kalksteen weg geschuurd waardoor sommige van de apostelen in het verleden al in elkaar gestort zijn.
Maar het blijft een mooi, dramatisch gezicht.
We slapen deze keer op de campsite in Princetown na een bord nasi met sperzieboontjes en gekruide kipsaté.

Een van de apostels gezien vanaf het strand bij Gibson's steps

Een van de apostels gezien vanaf het strand bij Gibson’s steps

De volgende ochtend begint fris maar zonnig. We beginnen deze reisdag met een wandeling via de Gibsons Steps naar het strand van de Apostels. Vanaf hier zijn de kalkstenen pilaren nog veel indrukwekkender dan vanaf de uitzichtplatforms. Het water is nog steeds woest en beukt met grote blauwe golven op de rotsen en op het strand.

 

En dit levert dus zeiknatte schoenen op!

En dit levert dus zeiknatte schoenen op!

Remy heeft even niet opgelet en wordt verrast door één van hen met als gevolg een paar zeiknatte schoenen. Oeps! Het weer betrekt weer wat, maar het blijft gelukkig droog. We gaan nog een keer naar de Loch Ard Gorge.
Stiekem vind ik deze uitzichtpunten nog veel mooier dan die bij de eigenlijk Twelve Apostels.

 

London Bridge

London Bridge

De zon doet weer even zijn best om me extra te laten genieten. Voorbij Port Campbell zien we de spectaculaire London Bridge. De London Bridge was tot januari 1990 een natuurlijke kalkstenen brug die de zee in liep, maar op 15 januari 1990 stortte die brug ineens in. Gelukkig vielen er geen slachtoffers. Maar het heeft wel een paar uurtjes geduurd voordat de twee toeristen op het nieuwe eiland in zee werden opgehaald met een helikopter.
En ook de Arch en de Grotto zijn prachtige natuurlijke fenomenen waar we onderweg naar het westen met kleine trails naartoe lopen.

Eastern Grey Kangaroos bij onze campervan in de Grampians

Eastern Grey Kangaroos bij onze campervan in de Grampians

Bij de prachtige Bay of Islands begint het weer weer wat te betrekken. We rijden hierna het laatste stukje door het binnenland naar het eindpunt van de Great Ocean Road: de stad Warnambool. Hier bezoeken we de laatste vuurtoren op onze route, de Lady Bay Lighthouse op Flagstaff Hill. Dit is een klein maar schattig wit vuurtorentje met een rood dak. Het ligt bij wat er nog over is van het eens belangrijke havenstadje dat in 1870 druk bezocht werd.

Hiermee sluiten we echt onze tocht af langs deze beroemde oceaanroute.
We rijden door naar onze camping in de Grampians waar we camperen tussen grazende kangoeroes

Geplaatst in Australië, Downunder, Melbourne | 3 reacties

Phillip Island

Het beroemde verkeersbord

Het beroemde verkeersbord

Na een mooie week in Sydney zijn we in Melbourne beland. We halen onze camper op, doen vlug boodschappen en gaan meteen op weg richting Phillip Island. Want we willen daar nog wat rond kijken voordat de avond valt. Om er te komen moeten we dwars door Melbourne rijden, vanuit het vliegveld in het noord-westen moeten we naar het zuid-oosten. En dat valt niet mee in deze miljoenenstad. Melbourne is na Sydney de grootste stad van Australie met meer dan 4 miljoen inwoners, Al snel zitten we kilometers achter elkaar vier-baans file te rijden midden in de stad. De straten zijn breed, maar ze kunnen de hoeveelheid verkeer eenvoudigweg niet aan. En we zitten niet eens in de echte spits te rijden! Uiteindelijk komen we op de vijf-baans autoweg die ons de stad uit leidt. Naarmate we dichter bij Phillip Island komen veranderd de vijf-baans autoweg uiteindelijk in een twee-baans rijksweg. Verderop in het westen zien we een bosbrand, waarvan de rookwolken door de achterliggende zon een aparte rood-bruine gloed krijgen We draaien rechtsaf bij een rotonde en na een paar kilometer komen we bij de brug die Phillip Island met het vaste land verbind.
Helaas is het inmiddels al aan het schemeren en hebben we dus nog alleen maar tijd om 1 ding te doen. Maar dat is dan wel de hoofdreden dat we naar dit eiland gekomen zijn: Pinguins!!! De Little Blue Penguin, ook wel Fairy Penguin genoemd, is de enigste soort die in Australie broedt. Elke avond ongeveer een klein halfuurtje na zonsondergang komen tientallen pinguins het water uit bij het meest westelijke puntje van het eiland. Ze hebben soms honderden kilometers en dagen achter elkaar gezwommen om te jagen op vis en klauteren dan de duinen omhoog, om hun jongen te voeden. Dit spektakel staat bekend als de Penguin Parade, de grote trekpleister van Phillip Island. Ze hebben er een heuse tv-serie aan gewijd en tegenwoordig hebben ze grote tribunes gebouwd waar de pinguins aan land komen. En afgezien van de absurd hoge entreeprijzen is er niet meer veel over van de echte natuur ervaring. Daarnaast is het absoluut verboden om te fotograferen of te filmen! Daar doen wij dus niet aan mee…
Voordat we de parkeerplaats van het spektakel opdraaien zien weer talloze vogels: Ibissen, Pukeko’s (ofwel Purple Swamp Hen), Magpies en ook de mooie Cape Barren Goose. Aangezien de pinguins op meerdere plekken aan land komen en hun nesten op meerdere plekken op het eiland hebben, gaan we rondstruinen in de buurt van de parkeerplaats.

Jonge Fairy Pinguin

Jonge Fairy Pinguin

Al gauw vinden we een nest met een jong. Tot onze grote vreugde besluit het jong, als hij ons ziet, om zich buiten zijn nesthok te begeven. Dit geeft ons de mogelijkheid om enkele mooie foto’s te maken. Geweldig en lachwekkend om te zien hoe het jong, heen en weer waggelt en zo nu en dan omvalt, ongeduldig wachtend op zijn ouders. Hij is vermoedelijk tussen de 6 en 8 weken oud, want hij is al aan het “moulten”. Zijn dons is al gedeeltelijk weg en de blauwe kleur begint goed zichtbaar te worden. We laten het jong verder met rust om hem niet te veel te storen.
We vinden nog enkele nesten, maar die zijn te ver weg (achter de afrastering) om echt goed te bekijken. Even later vinden we nabij de plek van het eerste jong nog een oudere pinguin, die schijnbaar een weg door de afrastering heeft weten te vinden. Hij houdt zich schuil in een bosje, voor de honderden toeristen die naar de parkeerplaats terug lopen. Het is al weer laat en we hebben nog niet gegeten, dus maken we ons op weg naar de campsite. Meatpies uit de oven en tomatensalade vanavond, ik ben benieuwd hoe ze smaken…

Cape Barren Goose met in de achtergrond een Swamp Wallaby

Cape Barren Goose met in de achtergrond een Swamp Wallaby

In de ochtend keren we terug naar het westelijke deel van het eiland. Onderweg zien we een viertal Cape Barren Geese en we stoppen voor ze eens goed op de foto te krijgen. Na het fotograferen draai ik me om, om richting de camper terug te lopen. Maar Jacqueline ziet iets verder door onze eerste kangaroe staan (achteraf blijkt dat ik tijdens het fotograferen van de ganzen hem al op de foto heb staan!). Is het wel een kangaroe of is het een walibi?

Swamp Wallaby

Swamp Wallaby

Het blijkt een Swamp Wallaby te zijn. Die kunnen we dus alvast van ons lijstje wegstrepen! Iets verderop zien we een tweede walibi. Het verschil tussen een kangaroe en een walibi is ons nog steeds een beetje vaag, maar in het algemeen zijn walibi’s iets kleiner (beter gezegd, het zijn de kleinere kangaroesoorten), hebben een iets smaller gezicht en hebben proportioneel gezien kleinere bovenbenen dan kangaroes, omdat ze meer gemaakt zijn voor behendigheid in de bossen en rotsen waar ze voorkomen. Kangaroes vind je meer op graslanden en hun grotere benen zijn meer gemaakt voor snelheid. (We vergeten hier ook maar even dat je ook nog Walleroo’s hebt)

Little Blue Pinguin in een nesthok bij Nobbies Center

Little Blue Pinguin in een nesthok bij Nobbies Center

De kust bij Nobbies Center

De kust bij Nobbies Center

We vervolgen onze weg naar Nobbies Center, het uiterste westpunt van het eiland, waar in de verte (wel heel erg ver weg) een pelsrobbenkolonie zit. Maar ook daar zie je de nesthokjes van pinguins en in een enkel nesthok zie je nog een pinguin zitten. Via loopbruggen kun je bij het centrum rondlopen en uitkijken over de rotsformaties aan de kust. Indrukwekkende golven beuken tegen de kust op.
We rijden terug naar het oosten en stoppen onderweg bij Pyramid Rock, die zijn naam eer aan doet, en als een pyramide boven het water uitsteekt. Even verder door komen we aan bij Cape Woolamai. We stappen uit en hiken via het strand en even later door de duinen naar de door wind en zee mooi gevormde Pinnacles. Na deze mooie wandeling langs de kust verlaten we Phillip Island en reizen richting Mornington Peninsula.

Pyramid Rock

Pyramid Rock

Ze hebben van Phillip Island een commercieel toeristenspektakel gemaakt, maar als je zelf goed zoekt, kun je zonder deze toeristenvallen te bezoeken genoeg mooie dingen zien. Met weemoed verlaat ik daarom ook het eiland. Wat een mooie kustlijn! Dag lieve schattige pinguins! Dag prachtige walibi’s! Ik hoop ze nog ooit weer eens te zien…

De Pinnacles

De Pinnacles

Geplaatst in Australië, Downunder, Melbourne | 1 reactie

Blue Mountains

Voordat we met Ankie de Blue Mountains bezoeken lopen we nog even over George Street, een van de grotere straten in Sydney, naar het prachtige Queen Victoria Building, de Town Hall en de Saint Andrews Cathedral. Het Queen Victoria Building is niet alleen een plaatje aan de buitenkant, ook binnen zijn er veel mooie bijzonderheden.

Wenthwort Falls

Wenthwort Falls

Zo zijn er onder andere twee prachtige grote klokken, de ene laat verschillende taferelen laten zien en een schoener is de seconde wijzer. De andere heeft een fort waar verschillende taferelen uit de Engelse geschiedenis te zien zijn.
Het regent in Sydney maar we zien in de verte al de blauwe lucht schijnen en hopen op goed weer in de Blue Mountains. We rijden het drukke Sydney uit via de Anzac Bridge. Ruim een uur later stoppen we eerst bij de Wentworth Falls waar we een prachtig uitzicht hebben op de zandstenen rotsformaties en de vallei beneden. Natuurlijk vliegen ook hier weer de vogeltjes driftig rond en het is alweer hopeloos om de fantail goed op de foto te krijgen. We lopen een aantal trappen omlaag en komen uit bij een uitkijkpunt over de waterval. Prachtig in het zonlicht vind het water zich via verschillende paden een weg naar beneden!

Panorama van het uitzicht bij Sublime Point

Panorama van het uitzicht bij Sublime Point

We rijden tot vlak voor het plaatsje Leura om even de 175 meter te lopen naar Sublime Point. En de naam is goed gekozen. Een prachtig bijna 360 graden uitkijkpunt over een deel van de Blue Mountains. De naam dankt de Blue Mountains trouwens aan de kleur/schijn die het krijgt vanwege de dampen van de eucalyptus bossen. Verderop weer een uitkijkpunt, de Honeymoon View, waar de basten van de Stringy Bark Eucalyptus, mooi voor het uitzicht hangen.
We lunchen in Leura bij Bon Ton, een kleine brasserie gevestigd in een pand uit 1817, waar we heerlijke vismaaltijden voorgeschoteld krijgen.

De Three Sisters

De Three Sisters

Uithangbord van de Blue Mountains zijn toch de Three Sisters, volgens Aboriginal overlevering waren het origineel zeven, een prachtig stel rotsformaties die prachtig oplichten in de middagzon. Wat een geluk hebben we vandaag weer. Het regent regelmatig, als we in de auto zitten of aan het lunchen zijn, maar bij elk uitkijkpunt schijnt de zon weer even. Een mooi laatste dag nabij Sydney. Morgen gaan we verder richting Melbourne…

Geplaatst in Australië, Downunder, Sydney | 1 reactie

Australia, here we come!

The Opera House gezien vanaf de Rocks

The Opera House gezien vanaf de Rocks

Ik weet niet of ze op me zitten te wachten in Australië, behalve Ankie en John dan.
De Australiërs zijn nogal paranoïde als het gaat om de risico’s die reizigers met zich meebrengen.
In het vliegtuig krijg je al formulieren waarop je in moet vullen of je in de laatste maand ergens in het bos of in de wei hebt gelopen, in de buurt van dieren bent geweest, ziek bent geworden, of of je goederen van organische oorsprong bij je hebt.
Geen appeltje of ander stuk fruit, geen granen of groenten, geen dierlijke materialen etc. zijn toegestaan. Je hoeft nog net niet je leren riem aan te geven (tenslotte wordt die ook van dierlijk materiaal gemaakt).

Tja, de schapendrollen van de wandeling bij Farewell Spit hangen vast nog aan mijn schoenen, ik heb net de laatste appels en peren in het vliegtuig doorgeslikt en mijn ogen zullen nog niet al te helder staan.

Als je je ook maar enigszins niet goed voelt moet je het al doorgeven aan het cabinepersoneel.
Mmm, en wat als je je wel ziek voelt? De afgelopen twee dagen heb ik rondgelopen met meer dan 39 graden koorts, ik heb nog steeds moordende keelpijn en als ik mijn hoofd naar beneden richt waarschuwt mijn hoofd me voor explosiegevaar.
Zelf denk ik gewoon aan een zomergriep met een fikse keelontsteking, maar daar zouden ze hier wel eens heel anders over kunnen denken. In ieder geval is er geen haar op mijn pijnlijke hoofd die er ook maar over peinst om op papier toe te geven dat ik me niet lekker voel. Heb geen zin om mijn Australiëdagen in quarantaine door te brengen omdat ze hier mogelijk kunnen denken dat ik geïnfecteerd ben door een mug met een of andere gevaarlijke tropische ziekte.
Gelukkig verbergt mijn spijkerbroek de meeste nog rode muggen en sandfliesteken…

Afijn, ik sleep me dus zichtbaar blij, als een lachende boer met kiespijn, door de ellenlange (Efteling-zigzag-) rij bij de douane. Niet te geloven dat op een luchthaven van een wereldstad als Sydney de dingen zo traag gaan.
In Sydney hebben ze de afgelopen dagen veel regen gehad, in een half uur viel er meer dan 30 mm regen. Als gevolg daarvan hebben alle vluchten vertraging. In Christchurch zouden we met een kwartier vertraging vertrekken. Er werd ons gezegd dat we die tijd misschien wel weer in zouden halen. Helaas niet. Arme John en Ankie hebben dus aardig wat geduld op moeten brengen. In plaats van dat we om 18.15 arriveerden, konden we hen pas om 20.00 uur in de armen sluiten.
Wat was ik blij om hen te zien. Mijn koorts was inmiddels wel wat gezakt en ook mijn spieren waren al minder pijnlijk, maar de fut was er nog steeds uit. Voelde me nog steeds aardig uitgeput en het zweet brak me nog steeds uit als ik een trap op moest of iets zwaars moest sjouwen. Gelukkig zeulde Remy met mijn koffer zodat ik alleen mezelf en de handbagage de trap op moest zien te krijgen.

DSC_0609

Optredende Aboriginal

DSC_0821

Aboriginal uit een andere groep

Wat heerlijk om eens opgehaald te worden van het vliegtuig. En zeker in een stad als Sydney.
Mijn god, wat een wirwar van straten, verkeer… de Parijse ring is er niets bij. Wat ben ik blij dat we niet zelf onze weg hoefden te vinden in deze wirwar van afslagen, tunnels en bruggen. Zou er met die aanduidingen niet zo snel uitgekomen zijn.
Genoeg daarover. Het regende pijpenstelen bij aankomst, maar het is machtig om deze stad met al zijn lichtjes en indrukwekkende wolkenkrabbers te zien.

De oude gebouwen in The Rocks met in de achtergrond Downtown Sydney

De oude gebouwen in The Rocks met in de achtergrond Downtown Sydney

Ik heb het meestal niet zo op grote steden, maar Sydney voelt heel vertrouwd met in iedere straat wel mooie oude panden en alle levendigheid van winkels en pubs die kennelijk ook ’s avonds geopend zijn.

Na een goede nachtrust verkenden we onze eerste dag de binnenstad. En ondanks het vooruitzicht van de Australische weerprofeten was het stralend mooi weer ( de voorspelling was 6 regenachtige, grijze dagen) en hebben we genoten van de zon, de optredens bij Circular Quai waar ook een paar enthousiaste Aboriginals ons uitnodigen om foto’s te nemen en natuurlijk van de prachtige botanische tuin.

Cockatoos in de Botanical Garden

Cockatoos in de Botanical Garden

Deze ligt prachtig golvend langs de baai zodat je mooie uitzichten hebt op de Sydney Harbor, de Cirqular Quai, de Harbor Bridge en de oude wijk de Rocks waar de eerste Engelsen zich vestigden.

 

 

Australian White Ibis ook we Sacred Ibis genoemd, in de Botanical Gardens.

Australian White Ibis ook we Sacred Ibis genoemd, in de Botanical Gardens.

We hebben daar ook idioot veel vogels gezien en gefotografeerd:  Sacred Ibis, Sulphur  Cockatoo, Maned Wood Ducks, Masked Lapwings, Kookaburra’s, Little Pied Cormorants, Magpie’s, White Faced Herons, Grey Currawongs en nog vele andere kleinere vogeltjes.
Kortom, we hebben hier de nodige tijd doorgebracht.

De dag erna zijn we samen met Ankie op de Culturele tour gegaan. Een uitgebreid bezoek aan de prachtige Art Gallery van New South Wales mocht natuurlijk niet op het programma ontbreken.
In deze stad zie je in iedere wijk wel prachtige oude koloniale gebouwen liggen. Zo ligt er aan de St. George Street het prachtige Queen Victoria gebouw dat nu een groot, mondain winkelcentrum herbergt in Victoriaanse sfeer. En zie je daar de City Hall die momenteel in de steigers staat. 

DSC_0229

Jacqueline op Patonga Beach

Maar na alle reisdrukte was het ook heerlijk relaxen in Patonga. Een klein oud vissersplaatsje in Hawkes Bay waar we mochten verblijven in het gezellige buitenhuis van Ankie.

Wat een heerlijk paradijsje met een achtertuin waarin je zo naar de rivier loopt die voert langs mangrovebossen vol vogels. We hebben daar een middag met de kano op gevaren en o.a. een paar lepelaars en een Brush Turkey gezien.

De andere kant uit liep je zo naar de prachtige baai die in zee uitmondt. Lekker langs het strand wandelen en staren naar de vele prachtige Australische pelikanen, Hooded Sterns en de verschillende soorten meeuwen.

DSC_0241

Pelikaan in Patonga

En natuurlijk mag een heerlijke vismaaltijd daar niet aan ontbreken. De eerste avond aten we er in het gezellige restaurant Ling. Een vis van ca. 2 kg.
Een andere dag hebben we er Blue Grenadier gegeten, een vis van gelijke grootte maar met een  wat stevigere bite. Allebei heerlijk. Ben gek op vis.
Nu moet ik nog ergens Barramundi zien te krijgen. Die schijnt ook heel lekker te zijn.

DSC_0356

De Three Sisters in de Blue Mountains

Onze laatste dag zijn we samen met Ankie op weg gegaan naar de Blue Mountains.
Dit uitgestrekte nationale park staat vol met Eucalyptusbossen. Er schijnen meer dan 135 verschillende soorten eucalyptus te zijn. Door de olie die in de lucht verdampt lijken de bossen blauw, vandaar de naam.
Het is regenachtig als we gaan, maar laat nu net, overal waar we uitstappen, de zon gaan schijnen. Zo hebben we een prachtig uitzicht tijdens de trail naar de Princes Rock waar we op de mooie Wentworth Falls uitkijken, bij de Honeymoon view, Sublime Point en natuurlijk de Three Sisters. Aanvankelijk waren er Seven Sisters, maar de tand des tijds heeft er een aantal afgebroken. De drie die over zijn staan echter te stralen in het zonnetje. Een prachtig gezicht.

DSC_0283

Jammie! Dat wordt smullen!!!

Wat een mooie afsluiter van onze Sydney tijd. Met dank aan Ankie die ons zo gastvrij onthaald heeft en zelfs de paashaas en eieren voor ons klaar had staan en die ons zo enthousiast veel mooie details heeft laten zien.

Geplaatst in Australië, Downunder, Sydney | 1 reactie

Waar een groot land klein in kan zijn…

Hallo Allemaal,

Het heeft even geduurd totdat we weer online konden. En dat is niet alleen te wijten aan het feit dat ik een fikse zomergriep en keelontsteking achter de rug heb.
Het is gewoon heel moeilijk om in Sydney een fatsoenlijke gratis internetverbinding te krijgen.
Mac Donalds biedt het wel aan, maar de verbinding valt daar voortdurend weg en volgens andere Nederlanders is het in andere steden en zelfs ook in de openbare bibliotheken niet veel beter. Jullie zullen dus geduld met ons moeten hebben.
Ondertussen zit onze tijd in Sydney er al weer bijna op. Morgenochtend vertrekken we met het vliegtuig naar Melbourne alwaar we een campertje oppikken voor onze tocht langs de Great Ocean Road en de Grampians. We kijken er erg naar uit.
En ergens onderweg ga ik onze bevindingen over Sydney posten.
We waren voorbereid op 6 dagen grijs regenachtig weer, maar drie daarvan zijn uiterst zonnig en droog verlopen, we lucky Basterds!

Prachtig schilderij waar Ankie en ik beiden van onder de indruk zijn in de Art Gallery of New South Wales.

Prachtig schilderij waar Ankie en ik beiden van onder de indruk zijn in de Art Gallery of New South Wales.

We hebben het kennelijk verdiend. Die ene regenachtige dag hadden we al ingepland voor het bezoek aan de Art Gallery en dus hebben we geen drup gevoeld en vandaag hadden we onderweg naar de Blue Mountains regen. Maar net niet op de momenten dat we naar de mooie uitzichtpunten gingen. Als op commanda ging dan juist de zon schijnen wat prachtige uitzichten gaf op de Wenthworth Falls en de Three Sisters. Kortom een warme, prachtige dag, een waardig afscheid aan de omgeving van Sydney.

Bij deze stuur ik dus iedereen een zonnige groet vanuit een sfeervol, prachtig Sydney en tot mails vanuit een hopelijk zonnige zuidkust.

Groetjes, Jacqueline

Geplaatst in Australië, Downunder | 4 reacties

Christchurch

De schade van de aardbevingen is overal te zien...

De schade van de aardbevingen is overal te zien…

Tja, het is een beetje moeilijk om te zeggen. Maar Christchurch hoef je niet te bezoeken op dit moment. Probeer het maar eens over 5 of 10 jaar. Het is zo triest om te zien wat er met de stad is gebeurd na de vreselijke aardbevingen in 2010 en 2011. Er is niets meer over van Cathedral Square. De stad is een grote bouwput (ze hebben alleen al 38.000 reparaties aan de weg moeten doen na de bevingen) en de meeste prachtige oude gebouwen staan in de steigers ter renovatie, worden gestut door grote balken of zijn helemaal platgegooid. Hun prachtige Arts Centre is gesloten. Vanwegen onstabiele ondergrond is het gebouw helemaal leeg en staat al hun kunst in loodsen…

De Botanical Gardens brengen nog enige kleur aan deze zwaar getroffen stad

De Botanical Gardens brengen nog enige kleur aan deze zwaar getroffen stad

Wat je wel nog kunt doen is een bezoek brengen aan de Botanical Garden en het op hetzelfde terrein gelegen Christchurch Museum. Daar kun je even tot rust komen, weg van alle herrie, ingestorte huizen en opgebroken wegen. Het museum laat de historie van Nieuw Zeeland en met name Christchurch zien, hoe de Maori leefden voordat de Europeanen kwamen, hoe de eerste contacten gingen en hoe Christchurch er aan het eind van de 19-de eeuw eruit zag. Ook is er tijdelijk een Antarctische expositie, die informatie laat zien over verschillende expedities naar de zuidpool. De botanical garden heeft verschillende thema’s en is eigenlijk een uit de kluiten gewassen stadspark waar de Christchurch’s Avon rivier doorheen stroomt. Het is plezierig om er in rond te lopen. De vogeltjes (alweer die fantails en
silvereyes die zich maar niet willen laten fotograferen) vliegen je weer om de oren en als het zonnetje schijnt voel je je weer even helemaal terug in de natuur.

Geplaatst in Downunder, Nieuw Zeeland, Zuidereiland | Een reactie plaatsen

Abel Tasman, Marlborough Sounds & Kaikoura

Abel Tasman

Na een prachtige ochtend bij Farewell Spit vertrekken we verder langs de noordkust naar het Abel Tasman National Park. Onderweg stoppen we bij Takaka, een leuk klein plaatsje met leuke winkeltjes en bars, waar we ook een lekker stuk blueberry chocolate cake nemen. We nemen de weg richting de west ingang van het Abel Tasman National Park. Wederom wordt het een tegen de berg op slingeren en afdalen route. Dit keer echter 10 km op een smalle gravel weg, met in totaal 109 bochten, genummerd en al…

Abel Tasman

Abel Tasman

Maar als we aankomen bij het strand worden we beloond met een lekker warm zonnetje, een blauwe zee en een prachtig oranje gekleurd zandstrand. Ik besluit, na wat aandringen van Jacqueline, maar eens een duikje in het water te nemen. Het is wat aan de frisse kant, maar heerlijk! We wandelen het strand op en neer en genieten van het weer. Vanwege de zon ben ik in geen tijd weer droog. We nemen de bochtige weg terug en dalen af om het Abel Tasman National Park heen, richting onze campsite Hawkes Lookout.

Marahau Beach

Marahau Beach

In de loop van de nacht begint het te regenen en in de ochtend worden we ook nog getrakteerd op een bui. Aangezien we geen zin hebben om een lange hike in de regen te doen, zien we af van de geplande boottocht langs de baai, die ons zou droppen op het mooiste stukje van het park om vanuit daar de wandeling te doen. We ontbijten op ons gemak en lopen ook even naar de Hawkes Lookout Point die een mooie overzicht over de omgeving geeft.

Lagune bij Marahau

Lagune bij Marahau

We vertrekken naar de oost ingang van het park. We passeren een mooie lagune nabij Marahau, prachtig om al die verschillende kleuren te zien! We komen aan bij het park en het weer is inmiddels al een stuk opgeklaard. We balen enigzins omdat we wellicht toch die tocht hadden kunnen doen. Dan maar een ander stuk gaan lopen.

 

Houtsnijwerk bij Abel Tasman

Houtsnijwerk bij Abel Tasman

We maken eerst een korte hike en bekijken daarna de mooie houtgesneden beelden van een bekende lokale kunstenaar. Als we ons opmaken om de hike te gaan lopen, begint het weer lichtjes te regenen. Jammer, dan maar verder doorrijden naar het oosten waar het weer wat mooier lijkt te zijn.

 

 

 

Litte Kaiteriteri Beach

Litte Kaiteriteri Beach

We passeren de dorpen Motueka, waar we natuurlijk een bezoekje brengen aan de bekende Split Apple Rock, en Kaiteriteri, en stoppen bij Litte Kaiteriteri Beach om te genieten van het uitzicht. De zon schijnt hier weer volop en wat is het uitzicht op de kleine baaien, die Abel Tasman en omgeving rijk zijn, toch prachtig in de volle zon! Wat jammer dat ons die hike niet gegund was, maar het uitzicht bij Kaiteriteri maakt veel goed. Al met al toch een heerlijke dag. We rijden door richting Nelson waar we nabij Wakefield op een rustige campsite ons eten klaarmaken, nasi, broccoli en vis. Het was weer smullen…

Marlborough Sounds

Marlborough Sounds

Marlborough Sounds

De Marlborough Sounds worden, net als de Great Ocean Road bij Melbourne, geprezen om hun pracht. Dit keer laat ons de weerman echter in de steek. De 26 graden en volle zon worden niet gehaald. Het is weliswaar niet koud en de temperatuur ligt boven de 20 graden, echter de hele dag schijnt de zon nauwelijks en is de hemel bedekt met een lichtgrijze wolken massa. Vanaf Nelson rijden we richting Havelock, waar we afdraaien richting Picton over de beroemde Queen Charlotte Road, die ons langs enkele van de bekende “sounds” (bij ons beter bekend als fjorden) brengt. Het uitzicht is mooi, echter de hoeveelheid wolken zorgen er voor dat de unieke camera fragmenten nauwelijks voorhanden zijn. Vanuit Picton nemen we de Highway 1 richting Blenheim en dan door naar Kaikoura.

Kaikoura

Vanaf Blenheim begint de zon weer door te komen en rijden we langs de oostkust naar Kaikoura, zo’n 50 km voor Kaikoura zien we hier en daar al een pelsrob op een rots of in het water. Zo’n 30 km voor Kaikoura stoppen we om een grotere groep pelsrobben te bewonderen.

Vrouwtjes pelsrob

Vrouwtjes pelsrob

We zien mannetjes en vrouwtjes die voornamelijk hun best doen om zo comfortabel mogelijk op de rotsen te slapen en te luieren of zittend hun snuit de hoogte in brengen om hun lichaam in de zon op te warmen. We zien ook enkele kleintjes die weer uiterst enthousiast hun wereld aan het verkennen zijn. Lachend kijken we toe wat voor een fratsen ze allemaal uithalen…
De zon daalt naar de horizon en we zoeken ons een campsite op pal aan de oceaan. We genieten van de ondergaande zon en kijken ademloos toe hoe de ene na de andere golf richting het strand rolt…
In de ochtend brengen we een bezoek aan Kaikoura. Het eens pittoreske dorpje is uitgegroeid tot “whale capitol of New Zealand” en van de typisch prachtig geschilderde huizen zijn er niet veel meer te vinden. We rijden richting Kea point, om de Kaikoura Coastal Walk te doen.

Aalscholver

Aalscholver

Onderweg zien we een aalscholver zijn best doen om zijn vleugels in de zon te drogen. Parmantig kijkt hij om zich heen terwijl hij zijn vleugels in de hoogte houdt. Even verder door zien we weer plevieren, reigers, ganzen en de verschillende oystercatchers. En natuurlijk ontbreken de luierende pelsrobben niet! En dat zijn we de wandeling niet eens begonnen. We lopen langs de kust over de hoge rotsformaties en kijken over de kleine baaien en de zee uit. In het water zien we pelsrobben en enkele bootjes die naarstig op zoek zijn naar dolfijnen die hier vaak aan de kust rondzwemmen. Het uitzicht is mooi en we genieten alweer van een heerlijk zonnetje…
Jammer dat we weer door moeten rijden, maar helaas moeten we aan het begin van de middag de camper nog inleveren in Christchurch. Onderweg zien we nog een hele grote kolonie meeuwen op een aantal rotsen bij het strand zitten…

Geplaatst in Downunder, Nieuw Zeeland, Zuidereiland | 1 reactie

Vaarwel aan Cape Farewell

Goh, wat heb ik hier naar uitgekeken. En dan niet alleen vanwege de lekkerste kokostaart die ik ooit gegeten heb, hoewel me bij de gedachte eraan alleen al nog steeds het water in de mond loopt.

Maar Farewell Spit vertegenwoordigd voor mij ook één van die Nieuw Zeelandse prachtplekken waar ik niet uitgekeken raakte op de schoonheid van het landschap en waar ik mocht genieten van de ontmoeting met een paar poseergewillige zeehonden. Of liever gezegd: pelsrobben.
Pelsrobben zijn groter dan onze in Nederland bekende zeehonden. Je kunt ze ook makkelijk onderscheiden van een zeehond omdat de pelsrob duidelijk herkenbare oortjes heeft. Die heeft de zeehond niet.

Farewell Spit ligt op de het meest noordelijke punt van het Zuidereiland én is weer uniek in zijn soort. Het is de grootste natuurlijke zandbank van de wereld (35 km). Deze landtong dankt zijn naam aan Captain James Cook die na zijn verkenning van Nieuw Zeeland vanuit dit punt het land verliet.

Pied Oystercatcher

Pied Oystercatcher

Farewell Spit is een internationaal erkend vogelparadijs met meer dan 90 verschillende vogelsoorten.
Ieder voorjaar arriveren hier duizenden waadvogels uit het noorden en afgezien daarvan vind je hier ook andere vogelsoorten als fantails, tomtits, pukeko’s, belbirds, house sparrows (onze wel bekende huismussen), albatrossen, Tui’s (die nog steeds niet op de foto willen) en zelfs pinguïns broeden hier. Ook hier kun je een Jan van Genten kolonie bezoeken, maar aangezien we die al uitgebreid bekeken hebben bij Muriwai en Hawkes Bay slaan we die dit keer over.

Zonder gids mag je alleen de eerste vier kilometer van de zandplaat bezoeken en daar beginnen we dan ook mee bij aankomst. Het is eb en we zien massa’s vogels… op grote, niet fotografeerbare, afstand.
Tijd om de schoenen uit te doen en voor de verandering eens te gaan wadlopen.
In de watergeulen om ons heen lopen Pied Oystercatchers verwoed hun maaltje bij elkaar te zoeken.

Zwarte zwanen in de vlucht bij Farewell Spit.

Zwarte zwanen in de vlucht bij Farewell Spit.

In de verte zien we grote kolonies grote donkere vogels. In eerste instantie lijken ze op ganzen, maar dichterbij gekomen blijken het zwarte zwanen te zijn. Honderden zwarte zwanen.
Helaas zijn ze kennelijk niet gesteld op bezoek. Nog voordat we dichtbij genoeg kunnen komen voor goede foto’s gaat een groot deel ervandoor. Ik schiet snel wat foto’s van hun vlucht. Als ze vliegen zie je dat ze kennelijk toch niet helemaal zwart zijn, de onderkant van hun vleugels is wit! Nooit geweten.

Hierna wil ik toch eigenlijk wel naar mijn gebakje toe en ook Remy hoor ik niet klagen over dat idee.
Maar de teleurstelling is groot. Kennelijk is de zaak van eigenaar gewisseld. Wat een domper! 10 Jaar lang heb ik al verschillende kokostaartrecepten van het internet geplukt. Maar het is me nooit gelukt om ook maar enigszins in de buurt te komen van die geweldig lekkere taart. Had gehoopt hem op zijn minst nog eens te mogen proeven en een klein sprankje hoop op het ontfutselen van het recept… maar helaas.

Maar niet getreurd het is prachtig weer en ik ga in ieder geval genieten van de zonsondergang op Wharariki Beach. Een prachtig strand met enorme rotspartijen, grotten en magnifiek uitzicht op de Archway Islands.
Gelukkig heb ik dit keer wel een statief mee genomen.

Zonsondergang op Wharariki Beach met zicht op twee van de Archway Islands.

Zonsondergang op Wharariki Beach met zicht op twee van de Archway Islands.

Er zit wat lage bewolking waardoor de zon iets eerder dan gepland verdwijnt maar het is nog steeds eb en dus heb ik de mogelijkheid om ook de weerspiegeling op het natte zandstrand erbij te fotograferen. Wow! Het is nog steeds erg mooi. Je vergeet snel de tijd…
Door de opkomende vloed moet ik een aantal keren rennen om mijn voeten droog te houden. Mijn statief eenzaam in de branding achterlatend. Maar het levert een aantal mooie plaatjes op.

De opgaande zon laat de nevel langzaam verdwijnen...

De opgaande zon laat de nevel langzaam verdwijnen…

De volgende ochtend staan we voor dag en dauw op om nogmaals naar dit mooie strand te gaan. We gaan zeehondjes kijken. We hadden daar gisteren ten slotte geen tijd voor en toen was het ook te donker en kinderbedtijd. Dus na wat foto’s van het vroege ochtendlicht op de Archway Islands gaan we op zoek naar de ondeugende rakkers. We hebben ze al snel gevonden. Net als mensenkinderen zijn ze onvermoeibaar dartel. Ze komen uit een van de zeegrotten gekropen en gaan in vliegende vaart langs de rotswanden af naar de waterpoeltjes. Het is een geweldig gezicht om ze met elkaar te zien ravotten. Ze bijten in elkaars staart om aandacht en een stoeipartij, springen het water in en uit en zijn ook bereid tot een spelletje met de paar toeschouwers. Een vrouw heeft een van de meters lange kelpwieren te pakken en sleept die speels door het water terwijl de jonge hummeltjes zich er aan vast proberen te bijten.
Goh om dit van zo dichtbij weer mee te mogen maken…!!!
National Geographic is er niets bij. Dankzij mijn statief weet ik ook een paar korte filmopnamen te maken.

Een van de speelse rakkers op Wharariki Beach.

Een van de speelse rakkers op Wharariki Beach.

Maar dat valt niet mee met deze behendige wendbare snelle rakkers. Ze verdwijnen voortdurend uit mijn beeld. Een enkeling houdt zich afzijdig en weet zich oneindig lang bezig te houden met een mosselschelpje onder water. Een ander jong draait zich tegen de donkere rotswand in allerlei bochten om zich vooral van alle kanten aan me te laten zien.
Helaas in dit vroege ochtendlicht en in de schaduw lastig te fotograferen. Hij is zo beweeglijk.

Herfstkriebels op Wharariki Beach.

Herfstkriebels op Wharariki Beach.

Ondertussen zijn aan de andere kant twee meeuwen met hofmakerij bezig, tjonge… bonuspunten!

Het is bijna onmogelijk om je hiervan los te rukken. Maar de opkomende vloed zet ook dit deel van het strand onder water en we worden steeds verder terug gedreven. En dat terwijl steeds meer jonge zeehondjes deze kant opkomen. Die vinden de wat diepere rotspoelen nu kennelijk toch te ruig worden.
We keren met een zwaar gevoel van onwil om, maar onze magen beginnen te knorren en we willen nog de wat langere route teruglopen langs de duinmeertjes.
We lopen terug over een hoge duinkam die nog uitzicht biedt over de baai en die ons langs honderden prachtige Merinoschapen terug naar onze camper voert. Als we daar aankomen, zit er al ruim een halve dag op. We brengen nog een laatste bezoek aan de prachtige krijtrotsen bij Cape Farewell. Ik loop nog eens het steile pad omhoog voor de laatste mooie foto’s en dan gaan we op weg naar het westelijke deel van Abel Tasman National Park.

Een ander type Oystercatcher:  De Variable Oystercatcher.

Een ander type Oystercatcher: De Variable Oystercatcher.

Vaarwel aan Cape Farewell, hoogst waarschijnlijk is dit de laatste keer dat ik hier kom. Het is dat het zo ontzettend ver weg is… dit prachtige strand staat onbetwist op nummer één van mijn topstranden lijst.
Maar dat is persoonlijk. Het is geen parelwit bountystrand met blauwgroen transparant water en palmbomen dat mij het meest trekt. Het is de combinatie van adembenemende krijtrotsen, diepe zeegrotten, Markante rotsten in zee én de diep emotionerende ontmoeting met de pelsrobbenpups die dit strand voor mij onweerstaanbaar maakt.

Het licht van de opkomende zon op één van de Archway Islands.

Het licht van de opkomende zon op één van de Archway Islands.

 

Geplaatst in Downunder, Nieuw Zeeland, Zuidereiland | 3 reacties